Verantwoordelijkheden

Prof. Dr. Ir. H.G. Stassen

In de periode na de tweede wereldoorlog is de maatschappij in veel opzichten complexer geworden. In de techniek zijn milieuaspecten, grondstoffenverbruik, energieverbruik en veiligheid steeds meer zorg en aandacht gaan vragen. Sociaal-maatschappelijke vraagstukken vroegen om uiterst ingewikkelde politieke oplossingen. Democratische besluitvorming vergde goed gefundeerde argumentatie en de bereidheid tot het afleggen van een uitgebreide verantwoording. Waar het de techniek betreft, is er sprake van een steeds verder doorgevoerde verwetenschappelijking. Naast de laboratoria kwamen er de werkstations, opgenomen in netwerken van steeds groter omvang en intensiteit. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat deze toegenomen complexiteit in de toekomst zal verminderen.

Dit alles vraagt van toekomstige ingenieurs dat zij multidisciplinair, integrerend, dynamisch en innovatief problemen kunnen aanpakken en oplossen. Ingenieurs van de toekomst zullen zich moeten realiseren dat de techniek, waarvoor zij zich in eerste instantie verantwoordelijk weten, soms slechts een aspect vormt van een meer veelomvattend project. Ook in de opleiding zal men hiermee rekening moeten houden.

Zwaarder

In het algemeen mag worden verwacht dat de opleiding zwaarder en abstracter zal worden. Mede in het kader van de Europese eenwording valt dan ook zeer te betwijfelen of de ingenieursopleiding in de toekomst nog binnen vier jaar kan plaats vinden. De verwachting is dat de opleiding nog voor 2000 weer naar vijf tot zes jaar zal worden teruggebracht.

Voor de opleiding tot werktuigkundig ingenieur heeft dit de consequentie dat de trend naar een meer fundamentele vorming zal worden gecontinueerd, dat wil onder meer zeggen dat in het bijzonder onderwezen dient te worden in de wis- en natuurkunde, de technische mechanica, de stromingsleer en de thermodynamica. De noodzaak om multidisciplinaire problemen integraal op te lossen vraagt bovendien om beheersing van systeem- en besturingstheorieën. Verder zal de toegepaste informatica onderdeel uitmaken van de studie. Het accent hierbij zal verschuiven van het programmeren naar het gebruiken van door informatici aangereikte hulpmiddelen. Het modelleren van systemen, organisaties en beslissingen zal de basis vormen van het werk van de toekomstig ingenieur in de werktuigbouwkunde.

Het inzicht dat de techniek ten dienste moet staan van mens en maatschappij zal er ongetwijfeld toe leiden dat in de opleiding ook vakken als ergonomie en cognitieve besliskunde een vaste plaats in de opleiding zullen verwerven. Bovendien zal meer aandacht moeten worden gegeven aan het functioneel ontwerpen, immers waar het gewone ontwerpen gemakkelijk door het invoeren van de computer kan worden verdrongen, vraagt juist het functioneel ontwerpen van systemen de creativiteit van de ontwerper.

Systeem-theorie

In de toekomst zal ongetwijfeld grote behoefte bestaan aan werktuigkundig ingenieurs, gespecialiseerd in de systeem-theoretische benadering. Deze ingenieurs zullen meer denken in functionele doelen en minder in direct technische realisaties. Dat laatste zal men in toenemende mate delegeren aan anderen. Binnen de maatschappelijke randvoorwaarden worden gewenste technische ontwikkelingen door deze ingenieurs zoveel mogelijk gestimuleerd en uitgewerkt. De toepassingsgebieden zijn vrijwel onbeperkt. De belangrijkste zijn: transport en verkeer; chemische industrie; milieu; energie; automatisering van discrete produkten; medische techniek en CAD.

Maatschappelijk

Het is opvallend hoe groot de invloed van technische ontwikkelingen is op zeer uiteenlopende maatschappelijke vraagstukken. Een gedegen technische inbreng is daarom bij de desbetreffende beslissingsprocessen een eerste vereiste. Daarmee ontwikkelt zich een vraag naar werktuig- kundig ingenieurs die is staat zijn de consequentie van de ontwikkelingen op hun vakgebied aan te geven voor bijvoorbeeld de marketing, het bestuur van de onderneming of de overheidspolitiek. De bijdrage van technici op de politieke besluitvorming staat nog altijd in schril contrast met de betekenis van de techniek voor de maatschappij.

Arm en rijk

De kloof tussen rijke en arme landen zal ongetwijfeld steeds groter worden. Parallel daaraan neemt de vraag toe naar ingenieurs die rekening houden met de in die armere landen aanwezige cultuur, kennis, materialen en energie. Dit vergt van hen het ter plaatse genereren van eenvoudige en creatieve oplossingen voor de daar bestaande problemen. Alleen zo kan de kloof wellicht iets worden gedicht. Verwacht mag worden dat de werktuigkundig ingenieur op grond van zijn multidisciplinaire opleiding hiervoor uitstekend geschikt is. Het is te hopen dat de Technische Universiteiten, en in het bijzonder de faculteiten der werktuigbouwkunde, hier hun verantwoordelijkheid nemen.

/* */