Toen de labs van de TU Delft en het Erasmus MC op die bijzondere dag in maart werden gesloten, konden veel van de 60 studenten in de gezamenlijke opleiding nanobiologie niet meer verder met hun afstudeerprojecten voor de bachelor. Opleidingsdirecteur professor Claire Wyman moest een oplossing bedenken. En daarmee was het Corona Research Super Project geboren. 

Het zou de kroon op het werk moeten zijn van de bacheloropleiding nanobiologie: een project van een heel semester waarbij studenten kunnen laten zien wat ze in huis hebben. ‘Dit jaar namen ongeveer 60 studenten deel. Meestal werken ze in labs in Rotterdam en Delft, en de meesten waren net in februari begonnen’, vertelt professor Claire Wyman, opleidingsdirecteur van de gezamenlijke opleiding nanobiology van TU Delft en het Erasmus MC. Toen werd van de ene op de andere dag het laboratoriumonderzoek stopgezet en ging al het onderwijs online. ‘In het Erasmus MC kreeg iedereen maar een paar dagen om dingen af te ronden voordat ze naar huis werden gestuurd. Op de verdieping waar ik met mijn onderzoeksgroep werk, waren heel wat studenten van de opleiding nanobiologie net begonnen. Ik was erbij toen enkelen van hun begeleider te horen kregen dat hun project werd stopgezet en ze naar huis moesten. Dat was hartverscheurend om te zien.’

Een fascinerende gebeurtenis

‘Als opleidingsdirecteur moest ik een manier vinden om deze studenten met zo weinig mogelijk studievertraging te kunnen laten doorwerken. Niet alle studenten werden getroffen. Onze opleiding heeft een sterke wis- en natuurkundige basis, dus studenten die bezig waren met meer theoretische projecten konden ook zonder toegang tot het lab doorwerken. Maar de meerderheid had gekozen voor experimenteel onderzoek en had een alternatief nodig.’ Hoewel de situatie Wyman frustreerde, vond ze het ook boeiend. ‘Voor mij als wetenschapper die fundamenteel gezondheidsonderzoek doet, bleek de coronapandemie een fascinerende gebeurtenis. Hier was een nieuw virus, waarop mensen reageerden op een manier die de medische wetenschap niet begreep. De moleculaire details werden bijzonder snel beschreven en al die interessante informatie werd gepubliceerd, maar ik had geen tijd om ernaar te kijken, omdat ik het te druk had met de reorganisatie van het onderwijs.’

Ik was erbij toen studenten van hun begeleider te horen kregen dat hun project werd stopgezet en ze naar huis moesten. Dat was hartverscheurend om te zien

Was het mogelijk om van de nood een deugd te maken? ‘Tijdens de bacheloropleiding hadden onze studenten kennis opgedaan waarmee ze veel van het nieuwe onderzoek naar het coronavirus konden begrijpen. Doordat de opleiding een combinatie biedt van nanobiologie, wis- en natuurkunde, wiskundige modellering, biofysica en moleculaire biologie waren ze in staat om verschillende aspecten van de pandemie te analyseren. Daarom kwamen we tijdens een teamoverleg met het plan om onze studenten voor te stellen om projecten over de zich ontvouwende gezondheidscrisis te doen op basis van literatuuronderzoek of theorie. Dat zouden niet-vastomlijnde groepsprojecten zijn, waarbij de studenten een probleem krijgen om op te lossen, maar ze niet verteld wordt wat ze moeten doen.’

Het team

‘Hoewel het oorspronkelijk mijn idee was, had ik het heel druk met het online krijgen van mijn eigen vak en anderen met hun vakken helpen. Daarom is opleidingscoördinator Johanna Colgrove aan de slag gegaan samen met Ines Chaves, die al betrokken was bij het organiseren van studentenprojecten. Hun team werd versterkt door Julie Nonnekens, onderzoeker bij het Erasmus MC, die had aangeboden om te helpen. Zij drieën hebben het waargemaakt. Ze ontwikkelden een projectkader op basis van mijn ervaringen met niet-vastomlijnd groepsprojecten, de literatuur daarover, en uiteraard hun eigen ervaring. Zij stelden voor dat elke groep een vraagstuk zou behandelen op gebieden als vaccinontwikkeling, ziektemodellering of de ontwikkeling van behandelingen. Ook hebben ze mensen die deskundig zijn op die specifieke gebieden geworven om te helpen.’

Studiepunten en andere beloningen

‘We hadden een formele omschrijving ingediend bij de examencommissie van nanobiologie. Die werd goedgekeurd voor een deel van de studiepunten voor een bachelorafstudeerproject, omdat er niet voldoende tijd zou worden besteed voor de volledige 20 studiepunten van een regulier afstudeerproject. Verder namen we contact op over het project met verschillende andere opleidingen. Uiteindelijk deden er studenten mee van heel verschillende opleidingen: Life Sciences & Technology, het honoursprogramma van de opleiding geneeskunde van het Erasmus MC, de reguliere opleiding medicijnen, natuurkunde, industrieel ontwerpen en bouwkunde. Het honoursprogramma van geneeskunde keurde het ook goed voor studiepunten voor hun opleiding. Promovendi traden uit pure interesse op als begeleider. Verschillende deelnemers hielden er zo dus verschillende beloningen aan over en iedereen was enorm enthousiast. We hadden een manier gevonden om een potentiële tegenvaller om te zetten in de mogelijkheid iets relevants te doen.’

‘Elke groep studenten stelden hun eigen onderzoeksvraag op. Ze kwamen online als groep bij elkaar, overlegden met hun begeleiders en hielden Zoom-vergaderingen met andere groepen. Elk projectteam formaliseerden hun resultaten in een verslag. Zo schreef één groep bijvoorbeeld op basis van literatuuronderzoek een artikel over de medicijnen die op dat moment werden gebruikt. Een andere groep beschreef hulpmiddelen waarmee gedrag kan worden beïnvloed. Ze kwamen met het idee van een app die mensen motiveert om zich te houden aan de regels voor social distancing. Een derde groep kwam met een nieuw soort wiskundig model voor de verspreiding van het virus, waarbij meer parameters werden meegenomen dan in bestaande modellen. Momenteel werken ze aan de publicatie hiervan als peerreviewed artikel. Weer een andere groep richtte zich op het testen. Ze onderzochten welke tests er werden gebruikt en bekeken vergelijkbare tests en alternatieven. Ze hebben hun kennis van moleculaire biologie gebruikt om te onderzoeken hoe die tests werkten en daar de voor- en nadelen van uitgezocht wat betreft snelheid, kosten en gebruiksgemak.’

In Nederland wordt vooral gebruik gemaakt van real-time PCR-tests. Daarbij wordt getest op nucleïnezuren – het genetisch materiaal van het virus – maar zulke tests kosten veel tijd en er is speciale apparatuur voor nodig, zodat je ze niet kunt uitvoeren op de plek waar ze worden afgenomen. Een alternatief zijn isothermische LAMP-tests, waarvoor geen grote laboratoriumopstelling nodig is, waardoor hiermee snel en gemakkelijk ter plaatse kan worden getest. ‘Het is interessant om te zien dat onze studenten deze LAMP-test al voordat deze op grote schaal werd uitgevoerd als het beste alternatief hadden beoordeeld. Ze kwamen dus tot dezelfde conclusie als anderen.’ Het CRSP-project leverde ook een artikel op over de onderwijskundige aspecten ervan.

Watermerk

Tegelijkertijd had Wyman het ook druk met lesgeven. ‘Ik had het geluk dat het een vak was dat ik al een paar jaar had gegeven, waarbij eerstejaarsstudenten leren hoe ze onderzoeksartikelen moeten lezen. Vanwege de crisis had ik een paar weken daarvoor besloten dat we artikelen over het SARS-virus zouden bespreken. De TU Delft leverde snel verschillende tools om online met studenten te communiceren, inclusief support bij het gebruik daarvan, dus het verliep verrassend goed. Ik kon bestaande instructievideo’s hergebruiken, maar de specifieke bespreking van de artikelen moest ik opnieuw opnemen. Ik vond een tool voor het opnemen van colleges die me wel beviel, en daarvan heb ik de gratis versie gebruikt, die even lang meeging als mijn vak duurde. Dat betekende wel dat al mijn video’s een diagonaal watermerk hadden dat ik moest ontwijken, maar volgens mij zagen de studenten daar de humor wel van in.’

Online presenteren is een vaardigheid die we tegenwoordig allemaal moeten ontwikkelen

‘Omdat ik niet door de zaal kon lopen om met elk groepje te praten, had ik extra onderwijsassistenten nodig die hen gestructureerd door de colleges konden leiden. Om de week sprak ik online met een groepje af. Dan informeerde ik hoe het met ze ging – niet zozeer wat mijn vak betrof, maar meer qua online studeren en dergelijke. Dat werd zeer op prijs gesteld. Sommige meer introverte studenten werkten zelfs het liefst online, terwijl anderen, die wat socialer zijn ingesteld, er minder blij mee waren. Al met al is het vak vrij goed verlopen. De afstudeerpresentaties waren ook online, wat heel anders is dan wanneer je ze persoonlijk doet. Maar zoals ik ook tegen mijn studenten zei, online presenteren is een vaardigheid die we tegenwoordig allemaal moeten ontwikkelen.’

Omgaan met de omstandigheden

Al met al zijn het een aantal bijzonder drukke maanden geweest voor Wyman en haar man, die allebei thuis werkten. ‘Mijn dochter woonde toen ook nog thuis en werkte in de horeca, die dicht moest. Op een gegeven moment hebben we haar maar gevraagd om voor ons te koken. Het is mede dankzij het feit dat zij boodschappen voor ons deed en kookte dat we het hoofd boven water konden houden. We hadden daar gewoon geen tijd voor.’

Ondertussen gingen de studenten binnen het Corona Research Super Project goed om met de omstandigheden. ‘Ze hadden de kans gekregen om iets te doen en te leren dat voor hun gevoel relevant was. Niet iedereen floreerde in die situatie, maar over het algemeen hadden ze een nieuwe uitdaging en ontmoetten ze nieuwe mensen online. Een belangrijk aspect daarbij was dat alle groepen iemand hadden die de zaak aan de gang hield: soms was dat de begeleidende promovendus, soms een zeer enthousiaste student. Dat hadden we niet gepland, maar het hielp wel.’

Het Corona Research Super Project werd afgesloten met een openbaar online symposium waar alle groepen hun bevindingen presenteerden. ‘Dat was een groot succes. En daarmee zijn we nog niet klaar. Dit is het soort onderwijs waar studenten al jaren om vragen: binnen een interdisciplinair project aan belangrijke problemen werken. Aan het Erasmus proberen we dit nu formeel te implementeren als keuzeactiviteit voor studenten nanobiologie, klinische technologie en geneeskunde. Daarnaast hebben we om financiering gevraagd om dit op te zetten als een minor of onderdeel van een stageproject voor alle studenten aan de TU Delft en het Erasmus. We hopen dit te kunnen formaliseren als onderdeel van ons onderwijspalet.’