Meer dan negen miljoen kilometer. Dat is de afstand die jaarlijks wordt afgelegd om het Amsterdamse afval te verplaatsen van bron naar eindbestemming, meestal de afvalverwerker. Het is een van de inzichten uit het in Delft ontwikkelde monitor-platform, waarmee overheden straks hun afvalstromen kunnen analyseren en helpen elimineren.  

De Nederlandse economie moet in 2050 volledig circulair zijn. Dat voornemen formuleerde de Rijksoverheid in 2016. “Nederland loopt daarmee voorop in de wereld”, stelt Arnout Sabbe, onderzoeker bij de leerstoel Environmental Technology and Design. “Om dit ambitieuze doel te behalen, moet de economie in 2030 wel al voor de helft circulair zijn. Dat betekent dat de helft van alles wat we op dagelijkse basis gebruiken – van koffiekoppen tot bouwmaterialen – moet bestaan uit materialen die al een eerder leven hebben gehad.” Materialen dus die nu nog veel te vaak als restafval worden verbrand. Provinciale en gemeentelijke overheden moeten nu uitvoering geven aan deze nationale doelstelling. “We zien dat ze daar mee worstelen. Waar moet je beginnen, op welke materialen moet je focussen? En hoe beoordeel je of beleidsmaatregelen en projecten daadwerkelijk effectief zijn?”

Amsterdam speelt een voortrekkersrol

Vragen waar juist een onderzoeker warm voor loopt. Sabbe en zijn collega’s gingen enthousiast aan de slag toen de gemeente Amsterdam hen vorig jaar benaderde. “Amsterdam wil een voortrekkersrol spelen om de ambitieuze Nederlandse doelstelling te halen en heeft als sinds 2016 een beleidsprogramma met onder andere subsidieprojecten voor bedrijven en burgerinitiatieven”, vertelt Sabbe. “Nu zat de stad met de vraag of de miljoenen die daar de afgelopen drie jaar aan zijn besteed daadwerkelijk impact hebben gehad.” 

Ook hier geldt: meten is weten en gelukkig wordt er heel veel gemeten op het gebied van afval. Het Landelijk Meldpunt Afvalstoffen (LMA), onderdeel van Rijkswaterstaat, houdt alle gegevens bij over afvalstromen in heel Nederland. “Bedrijven zijn verplicht om de afvalstromen die zij produceren maandelijks te rapporteren. Dat is redelijk verfijnde informatie. We weten of het gaat om voedselafval, houten balken of beton gemixt met glas enz. Door welke afvalverwerkers het is opgehaald, waar het vervolgens naar toe gaat en wat er mee gebeurt.”

Dit onderdeel wordt voor u geblokkeerd omdat het cookies bevat. Wilt u deze content (en anderen) alsnog bekijken? Door hier op te klikken geeft u alsnog toestemming voor het plaatsen van cookies.
Alle afvalmaterialen geproduceerd in de Metropoolregio Amsterdam, elke kleur toont een verschillende economische sector en waar deze werden verwerkt in Nederland (2016). 

Huishoudens verantwoordelijk voor slechts elf procent afval

Al die informatie vormt de basis voor het nieuwe platform dat Sabbe en zijn collega’s ontwikkelden. “In het platform, ontwikkeld op basis van twee H2020-projecten,  kun je alle mogelijke vragen stellen die te maken hebben met de circulaire economie. Vragen als hoeveel afval produceert de gemeente Amsterdam, welke bedrijven zijn verantwoordelijk voor de grootste uitstoot en welke materialen die nu worden verbrand hebben de grootste potentie voor hergebruik? Het platform kan zulke vragen op een automatische, data-gedreven manier beantwoorden.”, legt Sabbe uit. Het leverde de gemeente interessante nieuwe inzichten op. “Men wist de verhouding niet tussen de hoeveelheid afval afkomstig van huishoudens en bedrijven, de twee grootste bronnen van afval. We hebben dat via het platform uitgerekend en kwamen tot de conclusie dat 89 procent (!) van bedrijven komt.” 

Dit onderdeel wordt voor u geblokkeerd omdat het cookies bevat. Wilt u deze content (en anderen) alsnog bekijken? Door hier op te klikken geeft u alsnog toestemming voor het plaatsen van cookies.
Al het afval geproduceerd in de Metropoolregio Amsterdam in 2016. 89% van al het afval werd geproduceerd door bedrijven/industrieen (rode kleur), slechts 11% is huishoudelijk afval (groene kleur). 

“Dat is opvallend omdat de focus nu vooral op het gedrag van de burger ligt. We mogen geen rietjes of plastic tasjes meer gebruiken en moeten ons afval grondig scheiden. Toch is dat maar elf procent van het totaal”, gaat hij verder. “Toen we daar dieper indoken, bleek 70 procent van al het afval slechts van zeven procent van de bedrijven afkomstig is. Op basis van dat inzicht kan de gemeente nu met die specifieke bedrijven om de tafel om nieuwe projecten te ontwikkelen.” Dat is ook in het voordeel van de bedrijven: “Bedrijven moeten nu betalen om hun afval te laten verwerken, het moet worden opgehaald en er moeten afvalverwerkingsinstallaties draaien. Dat zijn hoge kosten. Nog erger is het als het om die kosten te drukken wordt geëxporteerd. Natuurlijk heeft niet elke soort afval dezelfde potentie, maar onze analyses tonen dat minimum 22 procent van al het afval de potentie heeft om direct hergebruikt te worden in een circulaire economie.

Koffievliezen worden (misschien) laminaat

Sabbe heeft een mooi voorbeeld: “We werden benaderd door een koffiebrander die tonnen koffiebonen importeert en daar vanwege de coronacrisis een nieuwe bestemming voor zocht. Bij het koffiebranden komt een vlies vrij dat om de bonen zit, net als bij een pinda. Die koffievliezen worden nu als afval verbrand. Ze hebben een hoge calorische waarde, maar desondanks is dat niet de optimale manier om ze in te zetten”, vertelt hij. De oplossing lag dicht bij huis. “In de data vonden we bijvoorbeeld een bedrijf dat laminaatvloeren maakt. Normaalgesproken importeren ze daar hout voor, maar hun internationale handelsroutes zijn ook verstoord door de crisis. Nu kijken we samen naar verschillende oplossingen om die koffievliezen als houtpulp te gebruiken.” 

Dat is in essentie de circulaire economie, een economisch systeem waarbinnen je geld verdient met je afval in plaats van ervoor te betalen. Dat is ook de nieuwe wereld waar we in deze tijd van klimaatverandering naar toe moeten, want onze materiaalvoorraad is eindig. Juist op lokaal niveau kunnen we daar echter veel intelligenter mee omgaan. Dat is goedkoper voor bedrijven én duurzamer. Dan moeten bedrijven wel inzicht hebben in wat het bedrijf om de hoek doet. Die informatiedeling bestond nog niet.”

Algoritmen kunnen extrapoleren

Nu die data wel gedeeld kunnen worden, hoe kom je dan vanuit de data tot de oplossingen? “Dat is de kracht van algoritmes en machine learning”, zegt Sabbe. “Dat voorbeeld van die koffievliezen identificeerden wij als onderzoekers als een interessante match. Een algoritme kan dat dan extrapoleren voor andere bedrijven die vergelijkbare afvalstromen hebben.” Ook zonder zo’n perfecte match kan de informatie uit het platform de basis voor nieuwe initiatieven vormen. “Iets anders dat we vonden is dat er op jaarbasis in Amsterdam meer dan 9 miljoen kilometer gereden wordt om het in de stad geproduceerde afval te verplaatsen. Dat is een praktisch inzicht waar de gemeente mee aan de slag kan. Misschien kunnen die transportbewegingen efficiënter, of op andere tijden, zodat ze minder files veroorzaken.”

Dit onderdeel wordt voor u geblokkeerd omdat het cookies bevat. Wilt u deze content (en anderen) alsnog bekijken? Door hier op te klikken geeft u alsnog toestemming voor het plaatsen van cookies.
Impact van al het afval geproduceerd in de Metropoolregio Amsterdam op het Nederlandse wegennetwerk. Per onderdeel van het wegennetwerk kan men aflezen hoeveel CO2 er werd uitgestoot door afvaltransport in het jaar 2016.

De hulpvraag van de gemeente Amsterdam sloot vorig jaar naadloos aan op het lopende onderzoek van de leerstoel. “We houden ons al jaren met de circulaire economie bezig, onder meer in twee grote Europese H2020 onderzoeksprojecten: REPAiR en Cinderela. Binnen REPAir ontwikkelden we een Geodesign Decision Support Environment tool om circulaire strategieën te genereren en hun duurzaamheid te valideren; binnen Cinderela kijken we naar de potentie van bouw- en sloopafvalstromen om daar nieuwe business modellen rond op te zetten. Beide projecten hebben de basis gelegd voor geoFluxus, het spin-off bedrijfje dat we samen met PhD-collega Rusne Sileryte hebben opgericht voor ons platform. "Het is een mooie drietrapsraket”, vindt Sabbe. “Wetenschappelijk onderzoek krijgt niet altijd een vertaling naar een praktische toepassing. Dit is een prachtvoorbeeld van hoe we er iets heel concreets en nuttigs mee kunnen doen, samen met bedrijven en overheden.”  

We leven in een wereld vol data

Sabbe zelf werd tijdens zijn werk als stedenbouwkundige getriggerd om over de circulaire economie na te gaan denken. “Ik heb over de hele wereld aan grote stedenbouwkundige projecten gewerkt. Op een gegeven moment dacht ik: ik werk hier nu aan miljardenprojecten, maar wat is nu het meetbare effect op het klimaat en op de samenleving? Doet het iets goeds voor de wereld?”, herinnert hij zich. “De architectuur is nog steeds een vrij analoge wereld, terwijl we leven in een wereld waar data overal voorhanden zijn, al worden die nu vooral gebruikt voor commerciële doeleinden. Zo kwam ik op het idee om onderzoek te doen naar hoe we duurzamer kunnen omgaan met al die duizenden tonnen van materialen.”

Mik op de grootst mogelijke besparingen

Als het aan hem ligt, wordt het platform voor initiatieven op die schaal gebruikt. “Je hoort wel over projecten waar ze koffiebekers of nepleer van fruitafval maken. Hoe mooi ook, je kunt je afvragen hoe efficiënt dat is, omdat er vaak veel energie nodig is voor die productieprocessen. En daarbij: gezien de uitdagingen waar we voorstaan is het de hoogste tijd om aan te pakken op systemisch niveau”, stelt Sabbe. “Laten we kijken waar we de grootst mogelijke besparingen op CO2-uitstoot  kunnen realiseren en hoe we de transportkilometers van afval zoveel mogelijk kunnen terugbrengen. Daarbij kan het platform dienen als beleidsinstrument: om te beslissen welke projecten subsidie krijgen en te toetsen of een bepaalde samenwerking met bedrijven daadwerkelijk tot afname van de CO2- en stikstofuitstoot heeft geleid.”
“Een laminaatbedrijf dat geen hout meer hoeft te importeren, dat heeft een gigantische impact. Dat is iets waar we heel trots op zijn”, zegt Sabbe. Het zal niet het laatste succes zijn van geoFluxus. Via de gelijknamige startup, moet de monitor straks voor elke Nederlandse gemeente beschikbaar zijn, en op termijn ook voor het buitenland. “Zowel overheden als bedrijven willen heel graag duurzamer zijn, maar weten vaak niet waar te beginnen. Hiermee geven we ze de tools om op basis van de data te beoordelen waar de potentie ligt of juist waar niet. Want de circulaire economie is geen vaag idee, maar iets waar je heel effectief concrete zaken mee kunt doen.”