Zorgt wandelen en fietsen er voor dat je gezonder wordt of zijn gezonde mensen nu eenmaal eerder geneigd om zich actief te verplaatsen? En wat doet de coronacrisis met ons reisgedrag? Met dit soort vragen houdt wetenschapper Maarten Kroesen zich bezig. Volgens hem ligt het vaak niet zo simpel als we in eerste instantie denken. Maar één ding staat voor hem wél vast: we zouden meer moeten wandelen en fietsen.

Kinderschoenen

‘Ik ben geïnteresseerd in reisgedrag en de keuzes die daarin gemaakt worden. Een van mijn drijfveren is dat er nog heel veel onontgonnen gebied is. Soms liggen bepaalde verbanden omgekeerd dan je in eerste instantie zou kunnen denken’, zegt dr.ir. Maarten Kroesen van de Delftse faculteit TBM. ‘Men gaat er bij mobiliteit vaak bijvoorbeeld van uit dat je eerst de houding moet aanpassen om het reisgedrag te veranderen. Mensen moeten eerst overtuigd zijn dat reizen met de trein eigenlijk best ok is, om ze uit hun auto te krijgen. Maar misschien ligt het wel andersom; dat als je een gedragsverandering zou afdwingen, ook de houding van mensen over die gedragsverandering verandert. Als automobilisten eenmaal in de trein zitten, verandert hun houding daarover waarschijnlijk ook. In het mobiliteitsonderzoek staan dit soort ideeën echter nog in de kinderschoenen.’

Omgekeerd

Dit soort vragen spelen ook duidelijk een rol in het recent gepubliceerde onderzoek van Kroesen in het Journal of Transport and Health. Samen met wetenschapper Jonas de Vos van Imperial College Londen, bekeek Kroesen de relatie tussen actief reizen (dus wandelen en fietsen) en de gezondheid van mensen. ‘Ook bij dit onderwerp is nog nauwelijks gekeken naar hoe de verbanden precies liggen: leidt actief reizen tot een betere gezondheid of zijn gezonde mensen meer geneigd tot actief reizen? We hebben ons systematisch gericht op actief reizen aan de ene kant en twee belangrijke gezondheidsindicatoren aan de andere kant: de body-mass index (BMI) en de mentale gezondheid. Dit laatste werd gemeten met een vragenlijst om na te gaan in hoeverre iemand zich depressief voelt.

‘We gebruikten de gegevens van ruim 1500 deelnemers in Nederland aan een onderzoekspanel. Van die groep waren over een periode van tien jaar de gezondheidsgegevens beschikbaar. We vroegen op hoeveel dagen men de afgelopen week tenminste 10 minuten had gewandeld. Er was helaas onvoldoende data beschikbaar om ook het fietsen mee te nemen, maar het ligt in lijn dat de resultaten van het onderzoek ook voor fietsers gelden’, zegt Kroesen.

Mentale gezondheid

Kroesen en De Vos komen tot duidelijke resultaten. Ten eerste is het effect van actief reizen op de BMI van iemand niet aan te tonen. In eerder studies is dit effect dus waarschijnlijk overschat. ‘Het omgekeerde geldt overigens wél’, vervolgt Kroesen. ‘Een hogere BMI heeft een negatieve invloed op het gebruik van actieve vervoerwijzen.

Ook bij de mentale gezondheid is een duidelijk verband zichtbaar. Actieve vervoerwijzen dragen positief bij aan die mentale gezondheid. Maar een betere geestelijke gezondheid leidt niet duidelijk tot meer wandelen.

‘De invloed van actief reizen op de mentale gezondheid ligt in lijn met eerdere studies die laten zien dat wandelen en fietsen zorgen voor positieve gevoelens. Maar naast deze concrete uitkomsten, is voor mij misschien wel de belangrijkste boodschap dat we heel erg moeten oppassen met het leggen van verbanden tussen actief reizen en gezondheid. Het blijkt immers dat die verbanden twee kanten op kunnen werken.’

Simuleren

Wat betekent dit onderzoek van Kroesen nu voor beleidsmakers? ‘Los nog even van de concrete resultaten van dit onderzoek: het is sowieso verstandig om actief reizen te bevorderen’, zegt Kroesen nadrukkelijk. ‘Meer bewegen is op zichzelf al goed voor de gezondheid, afgezien nog van een mogelijk effect op de BMI, dat we dus niet hebben kunnen aantonen. Verder hebben we wél aangetoond dat actief reizen een positieve uitwerking heeft op de mentale gezondheid; je voelt je er dus gewoon beter door!’

‘Meer mensen stimuleren om te gaan fietsen en wandelen, in plaats van de auto te nemen, heeft daarnaast nog veel andere gunstige gevolgen: het is goed voor het milieu en de CO2-uitstoot en het vermindert de filedruk.’

‘Het is bovendien niet duur en het kan ook zó gemakkelijk worden toegepast. Het blijkt dat ongeveer 30 procent van de reizen van 0 tot 5 kilometer toch nog met de auto worden afgelegd; bij de reizen van 5 tot 10 km is dat getal zelfs 60 procent. Ruimte genoeg voor verbetering dus.

Corona

‘Het onderzoek dat nu is gepubliceerd in het Journal of Transport and Health, was overigens maar een eerste aanzet om de relatie tussen actief reizen en gezondheid in kaart te brengen. Promovendus Mathijs de Haas is nu aan het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) bezig om dit onderwerp nog veel nauwkeuriger in beeld te krijgen.’  

‘Heel interessant is dat Mathijs ook gegevens uit de huidige corona-situatie meeneemt. Want door de crisis verandert uiteraard ook ons reisgedrag. En daarmee zijn er na verloop van tijd wellicht ook effecten op onze gezondheid te zien. Deze rare tijd kun je dus zien als een soort natuurlijk experiment om dit te onderzoeken. We zijn heel benieuwd wat daar uit zal komen.’

Meer informatie

De resultaten van het KiM onderzoek naar mobiliteit en de coronacrisis waaraan Mathijs de Haas werkt, staan in deze rapportage.