De overheid verwacht steeds meer van de burger als het gaat om klimaatadaptatie, maar niet iedere burger of buurt is even goed in staat te voldoen aan die verwachting. Hoogleraar Ethics of Water Engineering Neelke Doorn onderzoekt hoe we kunnen voorkomen dat er een tweedeling komt tussen wijken.

Wat doet een hoogleraar Ethics of Water Engineering precies? Als professor Neelke Doorn de vraag krijgt op een feestje, heeft ze een herkenbaar voorbeeld bij de hand om dat uit te leggen. “De medicijnresten in afvalwater, dat is echt een verantwoordelijkheidsvraagstuk. Is het een probleem van de watersector, de gezondheidssector of de agrarische sector? Richten we ons alleen op de kwaliteit van het drinkwater, of zuiveren we al het afvalwater, wat beter is voor het watersysteem en het ecosysteem. Of moeten we ons misschien richten op minder zwaar medicijngebruik? Je ziet dat je voortdurend allerlei waarden tegen elkaar moet afwegen; het is veel complexer dan techniek alleen.”

Urgente kwestie

Net als veel andere problemen op watergebied is dat van de medicijnresten geen nieuw fenomeen, maar wel iets dat meer urgent wordt door factoren als verdergaande verstedelijking, bevolkingstoename en vergrijzing. Klimaatadaptatie is een andere steeds urgentere kwestie. “We moeten ons voorbereiden op meer extreme weersgebeurtenissen als hevige regen of juist langdurige droogte. Daarvan zegt de overheid dat er meer door burgers zelf in de wijk gedaan moet worden, maar niet iedereen kan dat. Ik ga kijken hoe je dat streven naar veerkrachtige buurten kunt vormgeven, zodat het ten goede komt aan iedereen en er geen maatschappelijke tweedeling komt van wijken die het mooi voor elkaar hebben en armere wijken.”

De problematiek is vergelijkbaar met die van de energietransitie. “In het energiebeleid zag je een jaar of wat geleden dat mensen die er al warmpjes bijzaten ook nog eens konden profiteren van subsidies op zonnepanelen, terwijl anderen alleen hun energierekening zagen stijgen. Rondom de energietransitie is die discussie over rechtvaardigheid nu wel gestart, maar bij klimaatadaptatie is er nog te weinig aandacht voor”, vertelt Doorn.

Tweedeling

Ook aan de manier waarop de overheid communiceert schort nog wel wat. “Een brief van de Belastingdienst begrijpt een hoger opgeleide vaak niet eens, terwijl er allerlei consequenties aan vast zitten. In Canada bijvoorbeeld is de overheid verplicht om websites te maken die ook toegankelijk zijn voor laaggeletterden. Daar kunnen we hier nog wat van leren.” Een ander punt dat aandacht verdient is de toegenomen digitalisering. “De overheid lanceert weer een app of een digitaal loket en denkt dat de burger het wel snapt.” Zo ligt een tweedeling om de hoek. Doorn over haar woonomgeving: “Dankzij actieve buurtbewoners is mijn eigen wijk prachtig geworden, met een buurtpark dat tevens als waterberging dient. De overheid haalt zulke buurten als voorbeeld aan, maar als andere wijken niet dezelfde sociale cohesie hebben, of de juridische geletterdheid om subsidie aan te vragen, dan kunnen er grote ongelijkheden ontstaan.”

In 2019 ontving Doorn een Vidi-beurs van 800.000 euro van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Hiermee wil ze onderzoeken in hoeverre de verantwoordelijkheden van burgers in het klimaatadaptatiebeleid op een eerlijke en effectieve manier verdeeld kunnen worden. Hoe je dat onderzoekt, is wel een uitdaging. “Filosofen denken traditioneel vooral na over wat bepaalde begrippen betekenen, maar dat blijft soms wat abstract en van de praktijk verwijderd,” zegt Doorn.

Een alternatief is om mensen te interviewen of een enquête uit te zetten, maar ook dat geeft geen compleet beeld. “Het bevragen van mensen over wat ze belangrijk vinden is niet genoeg. Wie ga je dan bevragen en wat doe je met toekomstige generaties, die helemaal geen stem hebben? Binnen de filosofie is wel veel nagedacht over hoe je tot eerlijke besluitvorming kunt komen en welke waarden je daarin moet meenemen. Laat je dat afhangen van alleen de mensen die toevallig meedoen aan zo’n enquête, dan loop je het risico dat je dit bredere perspectief mist.”

“Ik probeer de opvattingen van wat mensen eerlijk en rechtvaardig vinden te combineren met wat daarover in de filosofische literatuur is gezegd”, gaat Doorn verder. ”Vraag je bijvoorbeeld aan iemand zonder filosofische bagage, hoe je risico’s eerlijk verdeelt, dan is het antwoord al gauw dat we moeten zorgen dat de risiconiveaus voor iedereen gelijk zijn. Vanuit de filosofie zeg ik dan dat we ook moeten kijken in hoeverre mensen in staat zijn te doen wat we van ze vragen. In onze rekenmodellen voor overstromingsrisico’s wordt er vanuit gegaan dat een vrouw van 85 evenveel kans heeft om geëvacueerd te worden als een jong, vitaal iemand. Dat is niet realistisch.”

Rode draad

Doorn ontwikkelde al vroeg een interesse in de ethische aspecten van techniek. Begonnen als student Civiele Techniek in 1991, noemt ze zichzelf een “traditioneel Delfts kind, goed in exacte vakken.” Daarnaast was ze ook idealistisch. “Het was de tijd van de grote overstromingen in Bangladesh. Dus zou ik wel even een Oosterscheldekering voor Bangladesh ontwerpen. Gelukkig zijn er dan docenten die zeggen: ‘misschien moet je eerst kijken of wat we hier ontwikkelen daar ook wel past’”, herinnert ze zich. “Ik behield mijn fascinatie voor techniek en water, maar kreeg daardoor ook oog voor die ethische aspecten, al zal ik dat in die tijd niet zo genoemd hebben.” De combinatie van maatschappelijke en intellectuele drive is een rode draad door haar loopbaan.

Heel relevant

Na haar afstuderen werd Doorn onderzoeker bij Deltares en studeerde parallel daaraan filosofie. “Ik had behoefte aan meer reflectie op mijn werk”, legt ze uit. Daarna zocht ze een promotieplek op het snijvlak van techniek en ethiek, die ze vond bij TU Delft: Doorn onderzocht de verdeling van verantwoordelijkheden binnen onderzoeksteams. “Een Deltares-collega zei toen: ‘als dat ook ethiek is, is het heel relevant’”, lacht Doorn. Het is een onderwerp dat nog steeds heel relevant is in haar werk. “Waar veel mensen samenwerken, bijvoorbeeld aan de ontwikkeling van nieuwe technologie, moet je zorgen dat alle verantwoordelijkheden genomen worden. Dan zie je dat mensen dichter bij de praktijk denken dat de risico’s ervan al eerder in de keten zijn onderzocht, terwijl ze daar bezig zijn met fundamenteel onderzoek en vinden dat de risico’s bij de toepassing horen. Zo ga je op elkaar zitten wachten.”

Het is het soort inzichten dat Doorn en haar collega’s ook studenten van over de hele universiteit proberen bij te brengen. Ging dat vroeger in losse ethiekvakken, tegenwoordig wordt ethiek in de bachelor met name geïntegreerd met bestaande vakken binnen leerlijnen. “Op die manier hopen we bachelorstudenten bij te brengen dat ingenieurswerk meer is dan alleen maar rekenen, dat we allemaal continu waarde-geladen afwegingen maken in ons werk.”

Vervolgens kunnen studenten in hun master thematische ethiekvakken volgen, onder meer bij Doorn. “Ik geef momenteel het keuzevak waterethiek. Het is ontzettend leuk om daarin masterstudenten uit uiteenlopende richtingen als bouwkunde, civiele techniek, maritieme techniek en technische bestuurskunde te zien samenwerken. Allemaal voelen ze dat hun kijk op een probleem verbreed wordt door er met de andere brillen van hun medestudenten naar te kijken.” Een gezamenlijke casus is ook onderdeel van het vak. “Vorig jaar had een groep een hele serious game bedacht over grondwateronttrekkingen in Pakistan. Nestlé pompt dat op voor de verkoop van flessenwater, maar daar hebben lokale boeren veel last van. Zo’n spel is een mooie manier om iets dat heel complex is inzichtelijk te maken.”

Studiestress

Doorn maakt zich ook wel eens zorgen over het welzijn van studenten. “Er komt heel veel op ze af: de studiefinanciering is veranderd, ze moeten enorm veel keuzes maken, en er wordt heel veel van ze verwacht, terwijl ze sowieso al in een heftige levensfase zitten. Dat kan veel stress geven. Ik ben blij dat Rob Mudde (Vice President Education, red.) daar echt aandacht voor heeft”, zegt ze. “Ik probeer studenten mee te geven dat het ook gewoon mooi is als hun studie goed loopt. Ze komen straks met een waardevol diploma van deze universiteit af. Het is leuk om iets naast je studie te doen, maar laten ze zich niet verplicht voelen om én een dreamteam én een honours programme te doen, te excelleren in muziek en sport en ook nog eens een sociaal leven te hebben. Dat kan gewoon niet. Daar zou ik studenten wat meer rust in gunnen.”

Dat geldt tevens voor collega’s. “We werken allemaal heel erg hard en er heerst een mentaliteit van: we kunnen het met z’n allen. Dat is leuk en ik zou het niet anders willen, maar dat brengt het risico met zich mee dat we ons over de kop werken in de academische wereld. Het is verleidelijk om te denken dat dit aan het systeem ligt, maar we moeten ons wel realiseren dat wij zelf het systeem zijn. Het is dus aan ons om een verandering teweeg te brengen, bijvoorbeeld in promotietrajecten. Een promovendus moet in vier jaar een zelfstandig onderzoeker worden, niet per se acht papers publiceren in high-ranked journals. Laten we de lat meer op kwaliteit dan op kwantiteit leggen. Als we geen keuzes maken, gaat dat uiteindelijk ten koste van de kwaliteit en van onszelf.”

Bevoorrecht

Van haar keuze voor Delft heeft Doorn intussen nooit spijt gehad: “Voor mij komt alles hier samen: mijn civieltechnische en mijn filosofische achtergrond”, zegt ze. “Natuurlijk zijn er ook filosofen die zonder technische opleiding een relevante bijdrage aan de techniekfilosofie leveren, maar ik vind het zelf enorm behulpzaam dat ik die technische achtergrond heb. Ik merk ook dat ik weer dichter op de waterpraktijk zit nu ik deze leerstoel heb. Ik voel me ook echt ingenieur, ik ben niet alleen filosoof. Met dat unieke duale profiel kan ik stappen zetten. En al ben ik niet de enige die zich bezighoudt met de combinatie ethiek en water, Delft is wel de enige universiteit die een leerstoel heeft op dit onderwerp. Ik voel me dus heel bevoorrecht dat ik dit hier mag doen.”

Ik probeer studenten mee te geven dat het ook gewoon mooi is als hun studie goed loopt. Ze komen straks met een waardevol diploma van deze universiteit af

Wat doet een hoogleraar Ethics of Water Engineering precies? Als professor Neelke Doorn de vraag krijgt op een feestje, heeft ze een herkenbaar voorbeeld bij de hand om dat uit te leggen. “De medicijnresten in afvalwater, dat is echt een verantwoordelijkheidsvraagstuk. Is het een probleem van de watersector, de gezondheidssector of de agrarische sector? Richten we ons alleen op de kwaliteit van het drinkwater, of zuiveren we al het afvalwater, wat beter is voor het watersysteem en het ecosysteem. Of moeten we ons misschien richten op minder zwaar medicijngebruik? Je ziet dat je voortdurend allerlei waarden tegen elkaar moet afwegen; het is veel complexer dan techniek alleen.”

Urgente kwestie

Net als veel andere problemen op watergebied is dat van de medicijnresten geen nieuw fenomeen, maar wel iets dat meer urgent wordt door factoren als verdergaande verstedelijking, bevolkingstoename en vergrijzing. Klimaatadaptatie is een andere steeds urgentere kwestie. “We moeten ons voorbereiden op meer extreme weersgebeurtenissen als hevige regen of juist langdurige droogte. Daarvan zegt de overheid dat er meer door burgers zelf in de wijk gedaan moet worden, maar niet iedereen kan dat. Ik ga kijken hoe je dat streven naar veerkrachtige buurten kunt vormgeven, zodat het ten goede komt aan iedereen en er geen maatschappelijke tweedeling komt van wijken die het mooi voor elkaar hebben en armere wijken.”

De problematiek is vergelijkbaar met die van de energietransitie. “In het energiebeleid zag je een jaar of wat geleden dat mensen die er al warmpjes bijzaten ook nog eens konden profiteren van subsidies op zonnepanelen, terwijl anderen alleen hun energierekening zagen stijgen. Rondom de energietransitie is die discussie over rechtvaardigheid nu wel gestart, maar bij klimaatadaptatie is er nog te weinig aandacht voor”, vertelt Doorn.

Tweedeling

Ook aan de manier waarop de overheid communiceert schort nog wel wat. “Een brief van de Belastingdienst begrijpt een hoger opgeleide vaak niet eens, terwijl er allerlei consequenties aan vast zitten. In Canada bijvoorbeeld is de overheid verplicht om websites te maken die ook toegankelijk zijn voor laaggeletterden. Daar kunnen we hier nog wat van leren.” Een ander punt dat aandacht verdient is de toegenomen digitalisering. “De overheid lanceert weer een app of een digitaal loket en denkt dat de burger het wel snapt.” Zo ligt een tweedeling om de hoek. Doorn over haar woonomgeving: “Dankzij actieve buurtbewoners is mijn eigen wijk prachtig geworden, met een buurtpark dat tevens als waterberging dient. De overheid haalt zulke buurten als voorbeeld aan, maar als andere wijken niet dezelfde sociale cohesie hebben, of de juridische geletterdheid om subsidie aan te vragen, dan kunnen er grote ongelijkheden ontstaan.”

In 2019 ontving Doorn een Vidi-beurs van 800.000 euro van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Hiermee wil ze onderzoeken in hoeverre de verantwoordelijkheden van burgers in het klimaatadaptatiebeleid op een eerlijke en effectieve manier verdeeld kunnen worden. Hoe je dat onderzoekt, is wel een uitdaging. “Filosofen denken traditioneel vooral na over wat bepaalde begrippen betekenen, maar dat blijft soms wat abstract en van de praktijk verwijderd,” zegt Doorn.

Een alternatief is om mensen te interviewen of een enquête uit te zetten, maar ook dat geeft geen compleet beeld. “Het bevragen van mensen over wat ze belangrijk vinden is niet genoeg. Wie ga je dan bevragen en wat doe je met toekomstige generaties, die helemaal geen stem hebben? Binnen de filosofie is wel veel nagedacht over hoe je tot eerlijke besluitvorming kunt komen en welke waarden je daarin moet meenemen. Laat je dat afhangen van alleen de mensen die toevallig meedoen aan zo’n enquête, dan loop je het risico dat je dit bredere perspectief mist.”

“Ik probeer de opvattingen van wat mensen eerlijk en rechtvaardig vinden te combineren met wat daarover in de filosofische literatuur is gezegd”, gaat Doorn verder. ”Vraag je bijvoorbeeld aan iemand zonder filosofische bagage, hoe je risico’s eerlijk verdeelt, dan is het antwoord al gauw dat we moeten zorgen dat de risiconiveaus voor iedereen gelijk zijn. Vanuit de filosofie zeg ik dan dat we ook moeten kijken in hoeverre mensen in staat zijn te doen wat we van ze vragen. In onze rekenmodellen voor overstromingsrisico’s wordt er vanuit gegaan dat een vrouw van 85 evenveel kans heeft om geëvacueerd te worden als een jong, vitaal iemand. Dat is niet realistisch.”

Rode draad

Doorn ontwikkelde al vroeg een interesse in de ethische aspecten van techniek. Begonnen als student Civiele Techniek in 1991, noemt ze zichzelf een “traditioneel Delfts kind, goed in exacte vakken.” Daarnaast was ze ook idealistisch. “Het was de tijd van de grote overstromingen in Bangladesh. Dus zou ik wel even een Oosterscheldekering voor Bangladesh ontwerpen. Gelukkig zijn er dan docenten die zeggen: ‘misschien moet je eerst kijken of wat we hier ontwikkelen daar ook wel past’”, herinnert ze zich. “Ik behield mijn fascinatie voor techniek en water, maar kreeg daardoor ook oog voor die ethische aspecten, al zal ik dat in die tijd niet zo genoemd hebben.” De combinatie van maatschappelijke en intellectuele drive is een rode draad door haar loopbaan.

Heel relevant

Na haar afstuderen werd Doorn onderzoeker bij Deltares en studeerde parallel daaraan filosofie. “Ik had behoefte aan meer reflectie op mijn werk”, legt ze uit. Daarna zocht ze een promotieplek op het snijvlak van techniek en ethiek, die ze vond bij TU Delft: Doorn onderzocht de verdeling van verantwoordelijkheden binnen onderzoeksteams. “Een Deltares-collega zei toen: ‘als dat ook ethiek is, is het heel relevant’”, lacht Doorn. Het is een onderwerp dat nog steeds heel relevant is in haar werk. “Waar veel mensen samenwerken, bijvoorbeeld aan de ontwikkeling van nieuwe technologie, moet je zorgen dat alle verantwoordelijkheden genomen worden. Dan zie je dat mensen dichter bij de praktijk denken dat de risico’s ervan al eerder in de keten zijn onderzocht, terwijl ze daar bezig zijn met fundamenteel onderzoek en vinden dat de risico’s bij de toepassing horen. Zo ga je op elkaar zitten wachten.”

Het is het soort inzichten dat Doorn en haar collega’s ook studenten van over de hele universiteit proberen bij te brengen. Ging dat vroeger in losse ethiekvakken, tegenwoordig wordt ethiek in de bachelor met name geïntegreerd met bestaande vakken binnen leerlijnen. “Op die manier hopen we bachelorstudenten bij te brengen dat ingenieurswerk meer is dan alleen maar rekenen, dat we allemaal continu waarde-geladen afwegingen maken in ons werk.”

Vervolgens kunnen studenten in hun master thematische ethiekvakken volgen, onder meer bij Doorn. “Ik geef momenteel het keuzevak waterethiek. Het is ontzettend leuk om daarin masterstudenten uit uiteenlopende richtingen als bouwkunde, civiele techniek, maritieme techniek en technische bestuurskunde te zien samenwerken. Allemaal voelen ze dat hun kijk op een probleem verbreed wordt door er met de andere brillen van hun medestudenten naar te kijken.” Een gezamenlijke casus is ook onderdeel van het vak. “Vorig jaar had een groep een hele serious game bedacht over grondwateronttrekkingen in Pakistan. Nestlé pompt dat op voor de verkoop van flessenwater, maar daar hebben lokale boeren veel last van. Zo’n spel is een mooie manier om iets dat heel complex is inzichtelijk te maken.”

Studiestress

Doorn maakt zich ook wel eens zorgen over het welzijn van studenten. “Er komt heel veel op ze af: de studiefinanciering is veranderd, ze moeten enorm veel keuzes maken, en er wordt heel veel van ze verwacht, terwijl ze sowieso al in een heftige levensfase zitten. Dat kan veel stress geven. Ik ben blij dat Rob Mudde (Vice President Education, red.) daar echt aandacht voor heeft”, zegt ze. “Ik probeer studenten mee te geven dat het ook gewoon mooi is als hun studie goed loopt. Ze komen straks met een waardevol diploma van deze universiteit af. Het is leuk om iets naast je studie te doen, maar laten ze zich niet verplicht voelen om én een dreamteam én een honours programme te doen, te excelleren in muziek en sport en ook nog eens een sociaal leven te hebben. Dat kan gewoon niet. Daar zou ik studenten wat meer rust in gunnen.”

Dat geldt tevens voor collega’s. “We werken allemaal heel erg hard en er heerst een mentaliteit van: we kunnen het met z’n allen. Dat is leuk en ik zou het niet anders willen, maar dat brengt het risico met zich mee dat we ons over de kop werken in de academische wereld. Het is verleidelijk om te denken dat dit aan het systeem ligt, maar we moeten ons wel realiseren dat wij zelf het systeem zijn. Het is dus aan ons om een verandering teweeg te brengen, bijvoorbeeld in promotietrajecten. Een promovendus moet in vier jaar een zelfstandig onderzoeker worden, niet per se acht papers publiceren in high-ranked journals. Laten we de lat meer op kwaliteit dan op kwantiteit leggen. Als we geen keuzes maken, gaat dat uiteindelijk ten koste van de kwaliteit en van onszelf.”

Bevoorrecht

Van haar keuze voor Delft heeft Doorn intussen nooit spijt gehad: “Voor mij komt alles hier samen: mijn civieltechnische en mijn filosofische achtergrond”, zegt ze. “Natuurlijk zijn er ook filosofen die zonder technische opleiding een relevante bijdrage aan de techniekfilosofie leveren, maar ik vind het zelf enorm behulpzaam dat ik die technische achtergrond heb. Ik merk ook dat ik weer dichter op de waterpraktijk zit nu ik deze leerstoel heb. Ik voel me ook echt ingenieur, ik ben niet alleen filosoof. Met dat unieke duale profiel kan ik stappen zetten. En al ben ik niet de enige die zich bezighoudt met de combinatie ethiek en water, Delft is wel de enige universiteit die een leerstoel heeft op dit onderwerp. Ik voel me dus heel bevoorrecht dat ik dit hier mag doen.”

Ik probeer studenten mee te geven dat het ook gewoon mooi is als hun studie goed loopt. Ze komen straks met een waardevol diploma van deze universiteit af