Spraakstoornis

Studenten met een spraakstoornis kunnen problemen ervaren bij:

  • het deelnemen aan practica of werkgroepen (bijv. door schaamte/angst voor spreken en de reactie van de omgeving daarop )
  • presentaties en mondelinge tentamens
  • stage lopen

Wat kun je zelf doen?

Studeren

  • Zorg dat betrokkenen weten dat jij een spraakstoornis hebt door het zelf te melden of door gebruik te maken van de diensten van de studentbegeleiders. Bespreek hoe jij behandeld wilt worden.
  • Zorg dat docenten vooraf zijn geïnformeerd over de wijze waarop zij met jouw beperking rekening kunnen houden.
  • Onderzoek in hoeverre je beperking een belemmering kan zijn in het uitoefenen van de beroepsmogelijkheden.
  • Zorg voor aanvullende communicatiemiddelen zoals pen en papier zodat als je wilt je via geschreven tekst kunt communiceren.
  • Gebruik maken van communicatiemiddelen zoals bijvoorbeeld opname- en afspeelapparatuur.

Mogelijke voorzieningen

Studeren

  • Vaste partner bij groepsopdrachten.
  • Extra begeleiding.
  • Vast aanspreekpunt bij problemen bijv. een studiemaatje.

Meer weten? Informeer bij een studentendecaan.

Tentamens

  • Mogelijkheid om op ander tijdstip opdracht in te leveren.
  • Mogelijkheid tot alternatieve toetsvorm: bijvoorbeeld een videopresentatie in plaats van een presentatie.
  • Spreiden van modules / tentamens.

In een gesprek met je studieadviseur wordt bekeken of deze voorziening(en) voor jou mogelijk zijn.

Financieel

Heb je door je functiebeperking studievertraging opgelopen dan kom je mogelijk in aanmerking voor financiële ondersteuning op grond van de Regeling Afstudeersteun Studenten of een voorziening van de DUO. Meer informatie vind je hier.