Smart Buildings: van losse technieken naar een integraal slim systeem

Edwin Koose

Danko Roozemond

Bart Valks

Verlichting, ventilatie of verwarming die reageert op aanwezigheid, slimme beveiligingssoftware of de toepassing van sensoren: de gebouwen op de TU Delft campus worden steeds slimmer oftewel ‘smarter’. “Hier zijn we ook goed in, die ingenieursbenadering.” Een gesprek met Business analist Smart Buildings Edwin Koose, beleidsmedewerkers Bart Valks (Campus and Real Estate (CRE)) en Danko Roozemond (Education & Student Affairs (ESA)). Over smart buildings, de complexiteit ervan en de noodzaak van een integrale benadering. 

Er wordt de laatste jaren veel gepionierd met slimme technologieën op de campus van de TU Delft. Het zou zonde zijn als toepassingen in het ene gebouw onbekend zouden blijven voor een ander gebouw. Daarom legt Edwin Koose momenteel vast welke goede voorbeelden van slimme toepassingen in gebouwen er zijn bij de TU Delft. Dit moet leiden tot een roadmap die richting geeft aan de gewenste slimme technieken voor gebouwen op de campus. 

Voorbeelden genoeg

Voorbeelden zijn er genoeg. Hier in de kamer al. “Zie je die ronde doos op het plafond?”, vraagt Koose, “Dat is een losse proefsensor die de aanwezigheid, temperatuur en luchtvochtigheid van deze kamer registreert. Er zijn al bedrijven bezig om deze functionaliteit in het armatuur te stoppen. Geïntegreerde sensoren noemen we dat.” Daarbij kijken zij ook naar het leveren van het product als een dienst – het verkopen van lichturen in plaats van lampen. “Dat is een nieuwe filosofie waarbij het in het belang van de producent is om producten aan te bieden met een lange levensduur”, stelt Valks. “Dat vraagt echter wel een andere denkwijze en vorm van samenwerking. Met onderzoekers zijn we bijvoorbeeld aan het kijken of we die filosofie van leasen van een service op een gevel van een van onze gebouwen kunnen toepassen”. Ook in diverse lopende projecten worden de principes van smart buildings toegepast. 

Overal sensoren ophangen en klaar?

Bij smart buildings wordt vaak gedacht aan sensoring: je complete gebouw vol hangen met allerlei sensoren en je hebt een slim gebouw. Maar zo simpel is het niet. “Het gaat niet om de sensor, maar om de informatie en de signalen die je daaruit haalt om vervolgens apparaten en systemen aan te sturen”, zegt Koose. “Er zit een enorme IT-infrastructuur achter. De sensor maakt smart buildings alleen mogelijk. Omdat steeds meer apparaten, sensoren en haar gebruikers verbonden zijn, krijgt de universiteit toegang tot deze nieuwe gegevens. De gegevens helpen ons enerzijds inzicht te geven in onze dagelijkse bedrijfsvoering en omgeving. Daarnaast stelt dit inzicht ons in staat om productiever en efficiënter te worden.” 

Behoeftes van gebruikers in beeld

Om te weten welke informatie je uit de sensoren wilt halen, is het belangrijk om goed de behoeftes van de gebruikers in beeld te hebben. Als beleidsmedewerker Onderwijslogistiek kent Roozemond de behoeften van studenten en onderwijspersoneel. “Zo weten we dat het klimaat in de onderwijsruimten niet steeds hetzelfde hoeft te zijn. Wordt een zaal niet gebruikt, dan kan de koeling of luchtverversing minder (of verwacht je een hoge bezetting, dan mag de koeling wel wat harder). Met die informatie valt veel winst te boeken.” Koose beaamt dat: “Met bezettingsinformatie kunnen we bepalen welke ruimtes beter benut kunnen worden. En welke smart building toepassingen daarvoor nodig zijn.” 

Gebruikers passen zich ook aan

Aan de andere kant vraagt een ‘smart building’ ook wat van de gebruiker. “Het is moeilijk te voorspellen hoe mensen zullen omgaan met een nieuw systeem”, zegt Valks. “Dat roept na de implementatie soms vragen op die je vooraf niet had voorzien.” “Hoe zorg je ervoor dat gebruikers het nieuwe systeem accepteren?”, vraagt Roozemond zich hardop af. “Hoe smart moeten we gaan zonder het gemak van de gebruiker te ondermijnen. Duurzaamheid willen we allemaal, maar om echt duurzaam te zijn is ook een aanpassing in gedrag nodig. Hoe smart moeten we gaan zonder het gemak van de gebruiker te ondermijnen. Duurzaamheid willen we allemaal, maar om echt duurzaam te zijn is ook een aanpassing in gedrag nodig.”

Beveiliging is een aandachtspunt

De toenemende hoeveelheid slimme technieken vraagt eveneens wat van de beveiliging: “Door aansluiting van allerlei apparaten binnen de IT-infrastructuur moet ook meer aandacht worden besteed aan de beveiliging”, stelt Valks. “Dat klopt”, haakt Roozemond aan. “De ICT beveiliging zijn we aan het uitbreiden. Daar is ook de Security Officer van ICT bij betrokken.”

Veel kansen voor slimme technieken

Edwin Koose, Bart Valks en Danko Roozemond zien veel kansen voor smart technologieën op de campus van de TU Delft. Zeker aangezien de universiteit de ambitie heeft uitgesproken om in 2030 energieneutraal te zijn. “De vraag is hoe smart buildings daar aan kunnen bijdragen”, zegt Koose. Met nieuwe gebouwen lukt dat. “Maar met de oude gebouwen weten we dat er grotere uitdagingen zijn”, meent Roozemond. “Dat is niet erg, maar daar moeten we in de uitvoering van die ambitie wel rekening mee houden.” En er moet naar andere toepassingsgebieden dan alleen gebouwen gekeken worden. “In afvalstromen of bij het parkeren op de campus is bijvoorbeeld met slimme technologie heel veel winst te behalen”, weet Koose, “De vuilophaal gaat met vaste schema’s, maar pas als prullenbakken vol raken hoeven ze worden ingepland.” Slimme sensoren in prullenbakken dus.

Een goed fundament van een gebouw legt de basis om functies in een gebouw slim te combineren en apparaten zoals tablets en smartphones en fysieke beveiliging te integreren tot gebouwgebonden (facilitaire), beheer- en technische installatiesystemen. Hierbij wordt gekeken naar de daadwerkelijk te realiseren effectiviteit. Toegevoegde waarde en veiligheid staan daarbij centraal. Zo kun je een app op een smartphone of tablet gebruiken om bijvoorbeeld een ruimte te boeken en als bedieningspaneel voor de technische systemen zoals koeling of ventilatie. 

In samenhang en in samenwerking

“Vanuit verschillende faculteiten zijn er studenten met smart buildings bezig. Bijvoorbeeld vanuit energietechniek, sensortechniek, gebouwtechniek”, weet Valks. “Bij Safety Systems en Security komen vanuit zes verschillende faculteiten mensen samen om te kijken hoe informatie over gebouwbezetting benut kan worden om veiligheid te vergroten.” “Dat is ook smart buildings”, zegt Valks. “De faculteit Bouwkunde kijkt naar de bewegingen door het gebouw, EWI kijkt naar de softwareanalyse, TBM kijkt naar de risico’s en de ethische kant. Zo kijkt elke faculteit vanuit haar eigen specialisme naar zo’n slimme oplossing.”

Om met slimme gebouwen de duurzame ambities van de TU Delft te verwezenlijken, is het essentieel dat deze technologie in samenhang én in samenwerking wordt toegepast. Roozemond: “Het blijft vaak nog hangen bij losse initiatieven. We moeten dus naar meer standaardisatie.”

Uitgangspunten voor Smart Buildings

Edwin Koose formuleerde zes uitgangspunten voor smart buildings. Om al bij het ontwerp van een gebouw rekening te houden met slimme technologieën. Bijvoorbeeld dat verlichting en verwarmings- en koelingssystemen worden aangesloten op dezelfde IT-infrastructuur. Bij verschillende nieuwbouwprojecten wordt worden deze uitgangspunten al gehanteerd.

Wat is een smart building?

In een smart building is alle technologie en zijn alle omgevingsfactoren afgestemd op de activiteiten van medewerkers en studenten. Vanaf de entree tot aan de individuele werkplek en de collegezalen ‘denkt’ het gebouw mee. Het leert, stimuleert en verzamelt een enorme hoeveelheid gegevens die gebruikt kan worden om processen te optimaliseren, fouten te verminderen en de gebruikservaring te verbeteren. Een smart building begrijpt wat de behoeften zijn van de gebruikers en is ingericht om efficiënt (samen) te kunnen werken en optimaal productief te zijn. Een smart building is een gebouw waarin inspiratie, ideeën en innovatie worden gestimuleerd, systemen onderling communiceren, zelfsturend worden en menselijke interactie en ingrijpen steeds minder nodig is.

To top