Datarevolutie in rampenbestrijding

Bartel Van de Walle en Kenny Meesters

Professor Bartel Van de Walle en onderzoeker Kenny Meesters onderzoeken de rol van informatie bij rampenbestrijding. In de nasleep van orkaan Harvey in Texas verzamelden ze data tijdens een speciale hackaton voor studenten. Eén conclusie konden ze meteen trekken: Delftse studenten willen graag helpen.

In augustus 2017 woedde orkaan Harvey over Texas. De gevolgen: extreme regenval in Houston, 48 dodelijke slachtoffers, tienduizenden evacués en naar schatting meer dan honderd miljard dollar schade. Onderzoekers van de TU Delft organiseerden een Harvey Texas Research Team om te kijken wat er te leren valt van deze grote ramp voor Amerikaanse, maar ook voor Nederlandse waterveiligheid en rampenbestrijding. Het project begon met een zoektocht naar informatie, de Harvey Hackaton. Zo’n honderd studenten van over de hele campus en daarbuiten meldden zich aan. “Onze opzet was om zoveel mogelijk mensen te bereiken die rondliepen met het idee dat ze iets wilden doen,” vertelt professor Bartel Van de Walle, hoogleraar Policy Analysis bij de faculteit Techniek, Bestuur en Management (TBM).

Datarijke gebeurtenis

Van de Walle en zijn promovendus Kenny Meesters konden de hulp goed gebruiken. Orkaan Harvey was zoals dat heet een datarijke gebeurtenis. “Er was heel veel informatie beschikbaar. Op social media, op nieuwssites, in rapporten van organisaties en noem maar op. Voor ons tweeën is dat heel veel werk. Door dat te outsourcen naar mensen die graag wilden helpen, kregen we veel informatie die we zelf misschien niet hadden gevonden. Een win-winsituatie,” aldus Van de Walle. Studenten hoefden ook niet over speciale expertise te beschikken. “Het idee was dat je binnen vijf minuten aan de slag kon. Werd je in de loop van de dag handiger, of had je ervaring met zaken als GIS of mapping, dan kon je uitdagender dingen doen,” vertelt Meesters. “Zo ontstond er heel organisch een multidisciplinaire samenwerking.”

Deelnemende studenten werden in groepjes ingedeeld rondom thema’s en de daarbij behorende onderzoeksvragen. “Ik coördineerde zelf het thema luchthavens: welke gingen er wanneer dicht en waarom en wat was het effect daarvan? Een ander thema was ‘communities’. Hoe reageerden die en hoe hebben die zich georganiseerd?” vertelt Van de Walle. Opvallende uitkomst hier was dat AirBnB stimuleerde dat verhuurders hun woningen gratis ter beschikking stellen aan evacués en hulpverleners door zelf geen servicekosten in rekening te brengen. Een mooi praktijkvoorbeeld van hoe het online delen van informatie de hulpverlening kon ondersteunen. Deze en andere data die voortkomen uit de hackaton dienen als input voor vervolgonderzoek, maar voor Van de Walle en Meesters waren er meer resultaten. “Studenten hebben nieuwe manieren van data-analyse geleerd en dat op een hele praktische manier, buiten de colleges om. Ik denk dat skills die je zo leert beter beklijven, ook al omdat ze echt gemotiveerd waren om iets te leren”, aldus Meesters.

Reikwijdte

Van de Walle is enthousiast over de reikwijdte die hun onderzoek blijkt te bezitten. “We vermoedden al dat de belangstelling veel breder was dan onze eigen faculteit, maar het was mooi om te zien,” vindt Van de Walle. Dat de hele universiteit samenwerkt rondom het thema rampenbestrijding is inhoudelijk ook nodig. “Vanuit een enkel vakgebied kun je het niet oplossen; het is per definitie multidisciplinair.” In dat opzicht zullen de gelegde contacten zeker helpen. “We kennen nu veel studenten die op dit gebied iets meer willen doen. Maar ook de verschillende coördinatoren van de thema’s kwamen van over de hele universiteit. Denk aan iemand als Stef Lhermitte, die satellietbeelden onderzoekt.” Meesters vult aan: “Door dit soort evenementen te organiseren slaan we een brug naar andere domeinen. Daar werken ze aan onderwerpen als blockchaintechnologie of drones, waarvan wij weer willen weten hoe we die kunnen inzetten bij rampen. Omgekeerd weten mensen die een idee hebben voor rampenbestrijding ook waar ze ermee terecht kunnen. En dat alles zonder een instituut of zoiets op te richten. Het is echt een beweging geworden.” Die beweging krijgt steeds meer momentum, ook al om dat het TU Delft Global Initiative het thema rampenbestrijding heeft omarmd.

Veldwerk

Die ‘bottom-up’ manier van werken is Van de Walle en Meesters beiden op het lijf geschreven. Tijdens hun veldwerk proberen ze dan ook hun tijd te verdelen tussen onderzoek en het bijdragen aan de hulpverlening. “Steeds meer wetenschappers stappen op het vliegtuig naar rampgebieden. Dan hou je een bed en andere schaarse faciliteiten bezet en hou je ook nog eens mensen van hun werk af die anderen zouden moeten helpen,” vertelt Meesters. “Ik kom zelf uit de IT, dus dan probeer ik een bijdrage te leveren als ‘information officer’. Gaandeweg kom je er dan wel achter wat er speelt. Ga je vervolgens een paar weken later terug, dan is het veel makkelijker om met mensen te spreken. Zo probeer ik het te combineren.” Ook Van de Walle herkent zich daarin: “Hulporganisaties hebben alles behalve behoefte aan een academicus die komt vertellen hoe het beter kan. Je moet ‘street credibility’ hebben en daarvoor moet je een relatie opbouwen.”

“Inmiddels kennen wij de actoren, de mensen en organisaties, dan kun je iets bereiken,” gaat hij verder. “We proberen hulpverleners door de hele hiërarchie te helpen, dus zowel zij die in een tentje overnachten als de directors, die de operaties leiden. In het land zelf, maar ook in Geneve en New York.” In New York zit de UNOCHA, het Bureau voor de coördinatie van humanitaire zaken van de Verenigde Naties, waarvoor hij al enkele jaren als consultant onderzoek deed in rampgebieden. “Voor de UNOCHA heb ik meegewerkt aan een rapport over de respons op de oorlog in Syria, gefocust op informatiemanagement. Daar probeerden de omringende landen vanuit hun kantoren de hulpverlening te organiseren, maar ze werden volledig overvraagd om informatie vanuit New York dat de Veiligheidsraad moet briefen. Toen is het beleid zo aangepast dat ze alleen nog maar de hoogst noodzakelijke informatie hoefden te verstrekken. Dat is een beleidsaanpassing die heel veel invloed heeft op operationele gang van zaken. We proberen we de meeste impact te realiseren daar waar die het grootst is: op het niveau van de organisatie.”

We proberen onze inzichten altijd om te zetten in iets waar het veld wat aan heeft.

Tweedeling

Dat is een mooi resultaat, maar er blijven uitdagingen volop. “Het aantal rampen neemt toe,” stelt Van de Walle. “Daar spelen mondiale veranderingen een rol in. Klimaatverandering bestaat en heeft groot effect op mensen die al in kwetsbare regio’s leven, in overvolle steden dicht tegen overstromingsgebieden aan.” Daarbij is een duidelijke tweedeling waarneembaar. “Tegelijkertijd met orkaan Harvey waren er massale overstromingen in Zuidoost-Azië. Daar vielen veel meer doden, maar de financiële schade viel in het niet tegen die van Harvey, een opvallend verschil voor rampen die uiteindelijk dezelfde oorzaak hebben,” vertelt hij. “Dat zeggen we zonder waardeoordeel; het is allebei verschrikkelijk,” vult Meesters aan. Ook onze eigen regio blijft niet buiten schot. “Het komt dichterbij, kijk maar naar de overlast van regens die we ‘s zomers hebben, of naar de bosbranden in Zuid-Europa. Er vallen geen duizenden doden, maar de risico’s worden wel groter.”

In de respons blijken de verschillen tussen humanitaire rampen en rampen met grote economische schade dan weer kleiner dan gedacht. “Wat we bij Harvey zagen was dat de coördinatie niet goed liep en dat mensen zichzelf moesten behelpen; dat zien we ook bij slachtoffers van andere rampen. Dus voor ons als onderzoekers is het interessant om steeds te blijven kijken wat we van de ene ramp kunnen leren voor toepassing bij de andere,” zegt Van de Walle. Coördinatie is wel een cruciale factor: “Een internationale hulpvraag moet van het land zelf komen. Dat activeert dan een response vanuit heel veel landen. Dan is het belangrijk dat niet iedereen hetzelfde doet en er bijvoorbeeld alleen maar dekens worden ingevlogen. Dat gaat nog niet altijd even goed en daar proberen wij aan te werken.”

Ontwrichte economie

Een ander probleem is dat het massaal invoeren van hulpgoederen de lokale economie kan ontwrichten. “Als er rijst wordt ingevlogen en uitgedeeld, waarom zou een boer het dan nog verbouwen?” vraagt Meesters. “Dan moet je op zijn minst een overgangsperiode inbouwen om die landbouw weer op gang te laten komen voor je met de hulp stopt.” Volgens Van de Walle dringt dat besef ook wel door: “De laatste jaren wordt meer ingezet op het verlenen van financiële hulp zodat de lokale economie weer kan gaan draaien,” zegt hij. “Waar voorheen gekeken werd naar wat er verdwenen was, wordt er nu meer gekeken naar wat er nog is waarop kan worden voortgebouwd, “ vult Meesters aan. “Daarbij wordt de communicatie met burgers steeds belangrijker. Zij weten wat er nodig is voor wederopbouw, of dat lokaal te vinden is en of er mensen zijn die dat kunnen doen of er voor worden opgeleid. Dat snel in kaart brengen is de uitdaging.”

Nepnieuws

Niet alle beschikbare informatie is namelijk even betrouwbaar. “Het uitwisselen en verwerken van informatie bij rampen is lastig en de verificatie is dat nog veel meer,” zegt Van de Walle. “Voor ons zijn dat interessante problemen.” Informatie kan achterhaald zijn of verkeerd geïnterpreteerd worden, maar wat de onderzoekers tegenwoordig ook zorgen baart, is het opzettelijk verspreiden van verkeerde informatie. “Dat kan ernstige gevolgen hebben voor de inzet van hulpverlening. Als een dorp vernield zou zijn, maar dat blijkt niet te kloppen, dan heb je je tijd en resources verkeerd ingezet. Ik voorzie dat dit probleem alleen maar groter gaat worden.” Dit fenomeen doet zich vooral toe bij zogenaamde complexe rampen, door mensen veroorzaakte rampen als oorlogen. “Bij natuurrampen heb je een gemeenschappelijke vijand, maar waar er partijen tegenover elkaar staan, wordt informatie ook een wapen,” stelt Meesters.

Desinformatie is een steeds grotere risicofactor naarmate data in rampenbestrijding een grotere rol gaan spelen. Binnen de onderzoeksgroep van Van de Walle doet promovendus Amir Ebrahimi Fard onderzoek naar het verspreiden van nepnieuws in rampsituaties. Er zijn echter meer redenen om voorzichtig te zijn. “Je moet altijd blijven bedenken wat je informatie voorstelt,” benadrukt Meesters. “Een regel in een spreadsheet is nog steeds een mens. Zit er een fout in een algoritme waardoor de AH jou een verkeerde bonusaanbieding stuurt, dan is dat niet zo erg. In de hulpverlening kun je dat niet hebben.” Van de Walle beaamt dit: “De datarevolutie brengt met zich mee dat mensen alleen nog maar gegevens zien. Die kun je op een kaart projecteren of in een grafiek zetten en er vervolgens je beslissingen op baseren, maar dat is niet zonder risico’s.”

Van de Walle en Meesters kunnen niet genoeg benadrukken dat je daarom de link met de praktijk moet blijven houden. “Je kunt niet alles met data oplossen. Je moet wel weten hoe de mensen aan wie je het aanlevert die gaan gebruiken. Als er ergens geen icoontjes op een kaart staan, betekent dat misschien dat we geen informatie hebben, niet dat er geen hulp nodig is. Dat begrijpen we hier aan tafel wel, maar als je in een tent staat en er vliegen helikopters boven je hoofd en er staan mensen in je oor te schreeuwen, is dat een ander verhaal,” geeft Meesters als voorbeeld. Dat contact met de praktijk betekent ook dat ze de resultaten van hun onderzoek beschikbaar maken voor het werkveld. “Je publiceert normaalgesproken je onderzoeksresultaten in wetenschappelijke artikelen en deelt ze met de samenleving via de media. Voor ons is er nog een derde kanaal: het domein waarin we werken. Die vertaalslag zelf is voor ons als wetenschappers al heel interessant. We proberen onze inzichten altijd om te zetten in iets waar het veld wat aan heeft.”

Duurzame Ontwikkelingsdoelen

Samen met hun connecties in het veld en binnen de TU Delft denken Van de Walle en Meesters nog veel te kunnen bereiken. “Het is heel leuk om te werken met ingenieursstudenten. Die zijn goed in het bedenken van creatieve oplossingen met nieuwe tools, om als het dan niet werkt iets anders te proberen. Dat sluit perfect aan bij de problemen die wij moeten aanpakken. Er zijn veel onzekerheden en er is veel dat we nog niet weten, maar je moet wel ergens beginnen,” aldus van de Walle. Gewoon ergens beginnen, maar met een duidelijk doel voor ogen. Het is Van de Walle’s missie om bij te dragen aan de Duurzame Ontwikkelingsdoelen die de in 2015 VN opstelden als opvolger van de Millenniumdoelstellingen. Daarin speelt het vermogen van landen om met de gevolgen van rampen om te gaan een belangrijk thema. “Als wij tweeën dat op gang kunnen brengen, geholpen door alle kennis en creativiteit die hier rondloopt, dan ben ik een tevreden mens.”