TBM-studente Zara-Vé van Tetterode was voorzitter van de Delftse Studentenraad toen corona uitbrak. Over de samenwerking met het College van Bestuur in crisistijd is ze positief maar ze ziet anderzijds ook hoe corona de mentale gezondheid van studenten bedreigt.

‘Zelf ben ik behoorlijk in tweeën gesplitst over de coronacrisis. Aan de ene kant is dit een kans om nieuwe initiatieven te ontplooien en eens op een andere manier na te denken over dingen. Maar het is ook erg ingewikkeld als je hele (sociale) leven in een keer op zijn kop staat’, zegt Zara-Vé van Tetterode, die per 1 september weer “gewoon” student is, aan de masteropleiding Engineering and Policy Analysis bij TBM.
‘Voor veel studenten, ook voor mij, is het sociale aspect de kern van waarom je bent gaan studeren. Dat is online nu eenmaal niet hetzelfde. Je mist dat je na een dag hard studeren even stoom kunt afblazen bij elkaar of iemand een schouderklopje kunt geven; en de koffiegesprekjes waarbij je elkaar in de ogen kan kijken en met je hoofd even ergens anders kunt zijn.’
‘Ik sprak vóór de crisis denk ik, 200 mensen per week; nu zijn dat er vijf; ik vind dat erg zwaar. Bij veel studenten veroorzaakt dit weinige contact dat ze niet lekker in hun vel zitten, wat zelfs kan leiden tot mentale problemen. Veel studenten in mijn omgeving zijn nu veel somberder dan dat zij zich in het “oude normaal” ooit hebben gevoeld.’

Voor veel studenten is het sociale aspect de kern van waarom je bent gaan studeren. Dat is online nu eenmaal niet hetzelfde.

Naïef

‘In het begin van de coronacrisis waren we nog een beetje naïef’, zegt Van Tetterode over haar tijd als voorzitter van de Studentenraad (van september 2019 tot september 2020). ‘In maart ging de universiteit dicht en toen dachten we dat we over twee weken wel weer open zouden zijn. We hielden steeds hoop: als het dan niet april wordt, dan wordt het wel mei. Op dat moment wist niemand, ook niet de bestuurders, nog echt wat corona voor impact zou hebben.’
‘Die onzekerheid betekende voor de Studentenraad tegelijk ook een hele mooie kans. Normaal wissel je als Studentenraad ieder jaar van samenstelling, terwijl je gesprekspartners, zoals die in het College van Bestuur, uiteraard lang zittende, ervaren mensen zijn. In de Studentenraad begin je in september echt als noob. Je hebt wel wat ervaring, maar toch ook nog niet werkelijk in de volwassenwereld. In het eerste half jaar leer je dan ook ontzettend veel nieuwe dingen; in het tweede half jaar ga je wat je hebt geleerd, in de praktijk brengen.’

Niemand wist het

‘De bestuurders die normaal gesproken een voorsprong hebben qua ervaring op ons, wisten in maart ook niet wat er ging gebeuren en wat we moesten doen. Door het centrale crisisteam werden een aantal nieuwe task forces opgezet, waaronder de task force onderwijsinrichting en -kwaliteit, waar ik aan heb deelgenomen. Het was een heel mooie kans om daarbij betrokken te zijn.’
‘Over het algemeen hebben we in Delft een hele goede relatie tussen de Studentenraad en het College, en dat is ook waargemaakt in de coronacrisis. Normaal sprak ik het College één keer in de twee weken; we hebben op een gegeven moment besloten dat het wel handig zou zijn om elkaar wat vaker te spreken. Ik heb toen wekelijks een uur ingepland met Rob Mudde, om snel te kunnen schakelen en we hebben daarnaast veel gebeld. De lijntjes werden in een keer een stuk korter omdat er in korte tijd zo veel moest worden besloten. Ik vond het mooi dat het College heel erg open stond voor de suggesties die wij deden, bijvoorbeeld over studievertraging; daar zijn snel coulance-regelingen voor in gang gezet.’
‘Er werd denk ik op een andere manier naar ons geluisterd. Waar je normaal als Studentenraad een beetje je vaste punten hebt, zoals meer studieplekken, waren er nu geen gebaande paden. Je kon meer medebestúren dan medezeggen.’ 

Best practices

Een van de punten die moest worden geregeld was het online onderwijs. ‘In het begin werden  roosters nogal eens losgelaten waardoor er van alles overlapte en was er weinig communicatie tussen docenten en studenten. Onderwijs wordt aan de TU heel decentraal gestuurd en dus was het voor ons lastig om er iets mee te doen. Ik heb toen in korte tijd een enquête uitgezet onder studenten, met de vraag hoe tevreden ze waren over het online onderwijs en welke tools de docenten het beste konden gebruiken. Onder meer door deze enquête heb ik de stem van de studenten over het nieuwe online onderwijs kunnen laten horen. Ik heb de best practices van de eerste weken in kaart gebracht zodat medewerkers daar direct op verder konden bouwen in het laatste kwartaal van het academische jaar.’

Er waren geen gebaande paden. Je kon meer medebestúren dan medezeggen.

‘Onderwijs was dus direct een belangrijk punt, voor zowel de student als docent. Een andere grote uitdaging was de gezondheid van onze studenten. In fysieke en mentale zin, maar ook bijvoorbeeld wat betreft hun financiële gezondheid. Dit speelde extra voor de internationale studenten, die veel collegegeld moeten betalen, terwijl het onderwijs deels niet door ging. Een gesloten horeca hielp daarbij niet, een sector waar veel studenten werkzaam zijn. Daar waren in het begin nog geen regelingen voor.’

Mentale gezondheid

Van Tetterode benadrukt de zorg om de mentale gezondheid van studenten, terwijl iedereen in een lockdown zat. ‘Een studentenkamertje van tien vierkante meter is nu eenmaal niet hetzelfde als een gezinssituatie met een huis en een tuin. Waar we in ieder geval op hebben gehamerd, is dat de communicatie vanuit het College naar de studenten goed geregeld werd. En dan niet alleen de mededeling dat je moet zorgen dat je je studiepunten haalt. Maar ook met de duidelijke boodschap dat er mensen zijn die je kunnen helpen, als je het als student moeilijk hebt.’

‘Dat was nodig want in Delft vinden mensen het over het algemeen lastig om hulp te vragen. Dat past niet echt in de Delftse cultuur waarin we erg oplossingsgericht zijn en dit dan ook graag zelf doen. We hebben er voor gezorgd dat het duidelijk is waar je terecht kunt, als dat even niet lukt.’
Er zit volgens Van Tetterode ook een andere kant aan de Delftse cultuur. ‘Ik heb daarom nooit gedacht dat het helemaal mis zou lopen. Delft heeft nu eenmaal een community die heel erg van aanpakken houdt: als er een probleem is, dan lossen we dat op in plaats van dat we bij de pakken neer gaat zitten. Ik ben enorm trots op dit Delftse karakter. Hierdoor zijn er heel vele gave initiatieven ontstaan in de coronatijd.’ 

Buiten de boot

Studenten vallen in deze tijd behoorlijk buiten de boot, constateert Zara-Vé tot slot. ‘Niet alleen qua financiële regelingen, maar ook wat betreft maatregelen voor huishoudens. Een studentenhuis geldt niet als gezin, dus in theorie betekent dit dat je met niemand binnen de anderhalve meter mag komen. Nu is inmiddels geregeld dat dit binnenshuis wél is toegestaan maar in Leiden en Amsterdam zijn daar zelfs boetes voor uitgedeeld, bijvoorbeeld als je gewoon binnenshuis met iemand aan het koken was. Op dit moment mag je met je eigen huisgenoten officieel niet picknicken op het grasveldje voor je huis (we spreken elkaar in november), terwijl je binnenshuis alles deelt.’
Studenten worden door sommigen zelfs als schuldigen gezien, ook in de persconferenties. Ze zouden mede de oorzaak van de Tweede Golf zijn. ‘Ik kan me daar wel echt boos over maken. We doen, zeker in Delft, juist enorm ons best om ons aan de regels te houden. Natuurlijk zijn er uitzonderingen, maar die zijn er overal in de samenleving. De verenigingen hebben het meteen opgepakt en hebben over het algemeen strengere maatregelen gehanteerd dan dat de horeca dat deed, en bijvoorbeeld ook hun eigen bron- en contactonderzoek geregeld.’
‘Het zou mooi zijn als de studenten een klein beetje konden worden ontzien, zodra hier wat meer ruimte voor is.’

Meer stories over het thema:

Zara-Vé van Tetterode