Caspar Chorus

Functie

Antoni van Leeuwenhoek-hoogleraar Choice behavior modeling, afdelingsvoorzitter van de afdeling ESS.

Privé

Ik ben in 1977 geboren in Den Haag. Na wat omzwervingen weer teruggekeerd in de Hofstad. Getrouwd; twee prachtige dochters. Mijn dochters zijn – in mijn ogen – twee kunstenaars in de dop, met vooral talent voor Conceptuele Kunst. Ik heb jarenlang geprobeerd twee van hun schilderijen mee naar kantoor te nemen om de muren wat op te vrolijken. Onlangs is het me gelukt, als verjaardagscadeau; ze zijn tijdens kantooruren te bewonderen in kamer B3.120.

Favoriete vrijetijdsbesteding?

Het grootste deel van mijn vrije tijd breng ik door met mijn gezin. Daarnaast houd ik van lezen. Ik ben zeer geïnteresseerd in politiek, geschiedenis en de combinatie daarvan. In de Nederlandse context, maar met name ook de Amerikaanse. Verhalen over Amerikaanse presidenten en de bijbehorende verkiezingen, zoals bijvoorbeeld verteld in het boek Game Change, vind ik fascinerend. Qua sport doe ik aan hardlopen – heerlijk door de Haagse/Wassenaarse duinen, het liefst in de regen.

Mooiste gebeurtenis uit uw carrière?

Er zijn twee momenten die bij me opkomen: ten eerste het moment waarop een Nobelprijswinnaar Economie, voor een volle zaal collega’s, enthousiast reageerde op een nieuw model dat ik presenteerde. Dat zogenaamde ‘spijtmodel’ beoogt (deels) een alternatief te zijn voor het ‘nutmodel’ dat deze grondlegger van mijn vakgebied decennia eerder heeft ontwikkeld. Het is een understatement om te zeggen dat ik opgelucht was dat mijn idee juist bij deze man in goede aarde viel. Een tweede moment is de dag waarop ik hoorde dat dit spijtmodel, amper een jaar nadat het geïntroduceerd was, zou worden opgenomen in een wereldwijd gebruikt econometrisch softwarepakket. Het model werd ook nog eens uitgebreid geadverteerd op de webpagina van de software, als interessant nieuw ‘feature’. Ik vind het bijzonder, dat onderzoekers wereldwijd nu met een druk op de knop het model kunnen runnen.

Grootste uitdaging op dit moment?

In mijn vakgebied lopen we momenteel tegen een muur aan, bij het integreren van inzichten uit de gedragswetenschappen in de klassieke econometrische keuzemodellen. Die nieuwe generatie keuzemodellen doet het empirisch gezien goed, maar als je ze vervolgens wilt vertalen naar grootschalige modeltoepassingen, of naar Kosten-Baten Analyses, loop je tegen allerlei problemen op die de klassieke modellen niet hebben. Zeer frustrerend! Maar ook stof tot inspiratie voor mijn postdocs, Sander van Cranenburgh en Thijs Dekker; zij proberen oplossingen te zoeken voor deze problemen.

Leukste aan uw werk?

Dat ik de gelegenheid en de tijd krijg om vrijuit te denken. Ik beschouw het als een absoluut voorrecht dat ik met enige regelmaat kan gaan zitten aan mijn bureau, om vervolgens in volledige vrijheid na te kunnen denken over een onderwerp dat ik interessant vind, en zelf gekozen heb.

Waarom Delft?

Delft staat voor kwaliteit, gedegenheid, zorgvuldigheid; dat spreekt mij enorm aan. Vergeleken met veel andere Nederlandse universiteiten gaat Delft ook op zeer zorgvuldige wijze om met haar studenten. Meer dan op andere plekken in de Nederlandse academia, neemt Delft onderwijs en studenten serieus. De groepen zijn relatief klein, de begeleiding van bijvoorbeeld afstudeerders relatief intensief (misschien wel té). Daar vloeit uit voort dat je ook hoge normen mag hanteren richting de studenten, en dat doen we dan ook. Dat vind ik een mooie combinatie, ook uit het oogpunt van rendement op geïnvesteerd belastinggeld. Binnen de TU is TBM bij uitstek mijn faculteit: er zijn hier relatief veel originele, open-minded collega’s, en men heeft hier gemiddeld een wat meer diverse achtergrond dan de ‘standaard’-Delftenaar. Ik ervaar dat als prettig.

Beste eigenschap?

Op sommige momenten kan ik best creatief zijn. Vaak ook niet, maar dat is niet erg; voor een succesvolle academische carrière heb je al genoeg aan een handvol echt goede ideeën. In principe zorgt een echt goed idee er namelijk voor dat je weer een aantal jaar vooruit kan.

Minst goede eigenschap?

Ik kan een control-freak zijn. Dat is vermoeiend voor mezelf, en soms ook behoorlijk irritant voor mensen met wie ik samenwerk. Als sectieleider, maar ook als begeleider van jongere onderzoekers, is die controledwang lang niet altijd vruchtbaar. De afgelopen tijd probeer ik wat minder te sturen, en dat bevalt prima.

Welk onderwerp hoort volgens u hoog op de politieke agenda?

Als hoofd van de sectie TLO, denk ik meteen aan Prijsbeleid op de weg (‘Rekeningrijden’): de maatschappelijke baten – filereductie, minder milieubelasting – zijn zeer fors, en het principe is zo eerlijk en elegant als wat. Helaas is dit in Nederland geen politiek haalbare kaart gebleken. Hoe dat komt, is voor mijn collega’s bij TLO dan natuurlijk weer een interessant onderzoeksonderwerp.

Inspiratiebron?

Voor wat mijn werk betreft, haal ik inspiratie uit onderzoekers die iets fundamenteel nieuws bedenken en vervolgens voet bij stuk houden, ook wanneer collega’s ze overladen met hoon en kritiek. Ik weet niet of ik zelf het lef zou hebben om in zulke omstandigheden door te zetten. Een prachtig voorbeeld is Dan Shechtman, de ontdekker van quasi-kristallen (ik heb overigens geen flauw idee wat dat zijn). In eerste instantie werd hij uitgelachen, want wat hij had ontdekt, kon helemaal niet waar zijn. In tweede instantie werd hij uit zijn vakgroep gezet(!), want zijn aanwezigheid verpestte de reputatie van zijn collega’s – vonden ze. Dertig jaar later volgde alsnog de Nobelprijs voor Scheikunde. Lijkt me een leuk moment, voor Dan; en even schrikken voor de oud-collega’s, natuurlijk.

Levensfilosofie?

“There is nothing wrong with America that cannot be cured by what is right with America” (inaugurele rede van mijn idool Bill Clinton – 1993); maar dan toegepast op jezelf. In andere woorden: de oplossingen voor problemen die je zelf veroorzaakt, liggen ook in jezelf – ik houd enorm van dat Amerikaanse positieve denken.

/* */