Sabine Roeser

Functie

Antoni van Leeuwenhoek (AVL) hoogleraar bij de Sectie Filosofie, daarnaast bijzonder hoogleraar politieke filosofie en ethiek aan de Universiteit Twente. Ik leid een NWO-VIDI project over ‘Moral Emotions and Risk Politics’.

Privé

We hebben twee kinderen, een zoon en een dochter. Mijn man komt uit Amerika, ik ben in Duitsland geboren (in 1970) en na de middelbare school in 1990 naar Nederland gekomen. Ik heb eerst de kunstacademie in Maastricht gedaan en daarna filosofie en politicologie aan de UvA gestudeerd, daarna ben ik aan de VU in de filosofie gepromoveerd.

Favoriete vrijetijdsbesteding

Ik hou van buiten zijn: fietsen, wandelen, hardlopen. Helaas hebben mijn kinderen hier nooit zin in, dus probeer ik ze zo veel mogelijk op de fiets overal naar toe te brengen, en ik probeer elke dag een moment te pakken waarop ik even naar buiten kan. Ik lees graag en ik verdiep me graag in ontwikkelingen op het gebied van beeldende kunst en vormgeving. Muziek is heel belangrijk voor me, met name klassiek, al sinds ik jong ben. Sinds kort speel ik piano. Met twee kleine kinderen en twee hoogleraarschappen kom ik helaas niet vaak aan culturele uitstapjes toe, maar mijn man en ik gaan in onze woonplaats regelmatig naar kleinschalige concerten.

Mooiste gebeurtenis uit uw carrière

De momenten waarop een volgende carrièredroom uitkwam. Dat zijn met name de momenten dat ik mijn AiO-plaats aan de VU kreeg, mijn baan in Delft, mijn VENI- en VIDI-subsidies van NWO en mijn benoeming tot AVL hoogleraar in Delft.

Grootste uitdaging op dit moment

Talent te kunnen behouden. Er zijn zoveel getalenteerde jonge wetenschappers, maar momenteel is het moeilijk om ze carrièreperspectief te bieden. Maar de jonge talenten van nu zijn de toekomst van de universiteit.  

Waarom Delft

Ik kom uit een ingenieursfamilie van mijn vaders kant en artsenfamilie van mijn moeders kant, dus techniek en natuurwetenschap zijn me met de paplepel ingegoten, waarbij mijn eigen interesse vooral naar wiskunde en logica uitging. Maar mijn grootste passie lag bij kunst en filosofie, dus die studies ben ik gaan doen na de middelbare school. Toen ik in de laatste fase van mijn promotie in de grondslagen van de ethiek aan de VU bezig was heb ik op een baan voor een universitair docent ethiek en techniek aan de TU Delft gesolliciteerd. Uiteindelijk kwam ik dus op mijn eigen manier toch bij de techniek terecht, ook al is het vanuit een ethisch perspectief. In de advertentietekst stond: ‘op zoek naar een wetenschappelijke en maatschappelijke uitdaging?’ Dat vat voor mij nog steeds de kern van mijn werk in Delft samen. In Delft ligt de wetenschappelijke lat heel hoog. Maar tegelijk gaat onderzoek in Delft over urgente maatschappelijke problemen die concrete antwoorden en toepassingen vragen. In mijn onderzoek naar risico-emoties ontwikkel ik nieuwe theoretische benaderingen voor hele concrete casussen zoals bijvoorbeeld kernenergie en klimaatverandering, waarbij ik kritisch voortbouw op inzichten van filosofen, psychologen en sociale wetenschappers.

Leukste aan uw werk

Mijn werk in Delft is heel veelzijdig en geeft me alle ruimte voor creativiteit en analyse maar ook voor maatschappelijke betrokkenheid, dus hier komt voor mij alles samen.

Beste eigenschap

Ik schijn enthousiast, optimistisch en meelevend te zijn. Dat komt goed van pas bij het uitdragen van mijn onderzoek, bij het volhouden als dingen tegen vallen (wat inherent is aan wetenschappelijk werk) en bij het begeleiden van promovendi en andere jongere stafleden.

Minst goede eigenschap

Ik ben nogal een controlfreak en vind het moeilijk om geduldig af te wachten.

Welk onderwerp hoort volgens u hoog op de politieke agenda

Aandacht voor emoties in allerlei publieke debatten, zowel over risicovolle technologieën als ook bij het hoofd bieden aan de financiële crisis. Morele argumenten en de onderliggende emoties zouden veel serieuzer moeten worden genomen. Nu worden emoties vaak als boosdoener in maatschappelijke debatten gezien. Emoties worden of genegeerd ten faveure van technocratische benaderingen, of ze worden als eindpunt van discussie gezien omdat met het zogenaamd ‘irrationele want emotionele’ publiek niet te praten zou zijn. In mijn werk beargumenteer ik juist dat emoties het beginpunt van discussies zouden moeten zijn aangezien ze ons op moreel belangrijke overwegingen wijzen. Deze benadering kan tot vruchtbaardere debatten leiden en tegelijk tot meer begrip tussen partijen.  

Inspiratiebron

Mijn vrienden, familie, collega’s en promovendi. Wetenschappers en filosofen wiens werk ik bewonder en die ik als meetlat beschouw voor wat ik wil bereiken en uiteraard de inhoudelijke ideeën die ik uit hun werk put. Als ik fiets of wandel vallen ideeën en inzichten vaak op hun plaats. Andere inzichten komen terwijl ik aan het schrijven ben en met een gedachtegang worstel. Dat kan keurig achter mijn bureau zijn, maar ik heb ook weleens een doorbraak bij het schrijven van een paper gehad terwijl ik bij een loket op een station zat te wachten. Lezen en schrijven doe ik sowieso heel graag in de trein of in een café, terwijl het leven langs me heen stroomt en ik me helemaal kan laten vallen in een gedachtegang.

Levensfilosofie

Vaak wordt gezegd dat pessimisten realistischer zijn dan optimisten. Maar dat komt natuurlijk omdat pessimisme een selffulfilling prophecy is. Optimisme is een noodzakelijke, maar niet voldoende voorwaarde om je doelen te bereiken, daarnaast heb je ook geluk en volharding nodig. Dat houdt meer risico (en emotie!) in, maar is de enige manier om je dromen waar te maken.