Een Participatieve Waarde Evaluatie voor de Lange Termijn Ambitie Rivieren

Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft aan onderzoekers van de TU Delft, VU Amsterdam en ITS Leeds gevraagd om via een Participatieve Waarde Evaluatie (PWE) de voorkeuren van Nederlanders over (effecten van) rivierverruimingsmaatregelen en dijkversterkingen te meten in het kader van de Lange Termijn Ambitie Rivieren.  

In de PWE moesten respondenten voor vier locaties langs de Waal (Werkendam, Sleeuwijk, Gendtse Waard en Oosterhout) kiezen tussen twee varianten om de waterveiligheidsnormen te halen: ‘dijkversterking’ of een ‘combinatie tussen dijkversterking en rivierverruiming’. De eerste optie is goedkoper, maar de tweede optie draagt ook bij aan de ontwikkeling van natuur en recreatie. De deelnemers konden een budget van 700 miljoen euro alloceren. De deelnemers moesten op de vier locaties kiezen tussen één van de twee opties. Als ze budget over hadden, dan konden ze dit besteden aan andere projecten (wegprojecten, projecten die waterschade voorkomen of projecten die extra bescherming bieden tegen overstromingen). Nadat respondenten hun selectie van projecten hadden gemaakt, werd aan hen gevraagd om per geselecteerd project hun keuze te motiveren. Een demoversie van de PWE is te vinden via: www.participatie-begroting.nl

Vast budget PWE en flexibel budget PWE

In dit onderzoek voeren we zowel een ‘vast budget PWE’ als een ‘flexibel budget PWE’ uit. Een ‘vast budget PWE’ houdt in dat individuen keuzes maken met een vast budget van de overheid (in dit geval 700 miljoen). In een ‘flexibel budget PWE’ kunnen deelnemers een budget van de overheid besteden, maar zij krijgen ook de mogelijkheid om de overheid te adviseren om meer (minder) geld uit te geven dan het budget, waardoor de belasting wordt verhoogd (verlaagd). In een ‘flexibel budget PWE’ alloceren deelnemers een overheidsbudget, maar zij kunnen met hun keuzes ook hun private inkomen beïnvloeden.

Voorkeur voor combinatieproject

In totaal namen 2,900 Nederlanders deel aan de PWE’s. Een deel van deze respondenten (937) is specifiek gerekruteerd in het Waalgebied. Een eerste resultaat van dit onderzoek is dat op alle vier de locaties waar respondenten moesten kiezen tussen twee varianten om de waterveiligheidsnormen te halen – ‘dijkversterking’ of een ‘combinatie tussen dijkversterking en rivierverruiming’ –  het grootste aandeel van de respondenten voor de combinatie ‘dijkversterking en rivierverruiming’ kiest. Respondenten die wel en niet in het Waalgebied wonen maken nagenoeg dezelfde keuzes.

Kwantitatieve resultaten

De keuzes van respondenten zijn op een kwantitatieve manier geanalyseerd met keuzemodellen. Op basis van deze analyses kan de beste portfolio aan projecten – de portfolio die het meeste maatschappelijk nut oplevert – worden vastgesteld. Het model waarmee statistisch gezien het best de maatschappelijke kosten en baten van de investeringsopties worden bepaald is een extensie van het multiple discrete-continuous extreme value model (MDCEV). Uit de modelresultaten blijkt dat het feit dat de ‘combinatie van dijkversterking en rivierverruiming’ bijdraagt aan de ontwikkeling van biodiversiteit/natuur een belangrijke reden is voor het feit dat respondenten een voorkeur hebben voor deze variant om waterveiligheidsnormen te halen boven de variant ‘alleen dijkversterking’. Ook het positieve effect op recreatie zorgt ervoor dat respondenten de voorkeur geven aan een combinatievariant

De beste portfolio van projecten is een portfolio waarin op alle vier de locaties is gekozen voor de ‘combinatie dijkversterking en rivierverruiming’. Een ander resultaat is dat een groot wegenproject (A2 ’t Vonderen-Kerensheide) in geen van de top 10 portfolio’s is opgenomen. De resultaten van een PWE kunnen ook worden gebruikt om te bepalen hoe hoog de meerkosten van combinatievarianten (of hoe laag de invloed op variatie van biodiversiteit en recreatie) zouden moeten zijn om ervoor te zorgen dat er in de optimale portfolio geen combinatievariant meer wordt opgenomen. Dit kan worden onderzocht door gevoeligheidsanalyses uit te voeren op de projecteffecten op basis waarvan de optimale portfolio is geselecteerd. Wij hebben vier gevoeligheidsanalyses uitgevoerd.

Kwalitatieve resultaten

Nadat respondenten hun selectie van projecten hadden gemaakt, werd aan hen gevraagd om per geselecteerd project hun keuze te motiveren. De twee experimenten leverden ongeveer 10.000 motivaties op. Deze motivaties zijn handmatig gecodeerd en in verschillende categorieën ingedeeld. De kwalitatieve resultaten bevestigen dat biodiversiteit en recreatie belangrijke factoren zijn in de keuze van respondenten. Een andere observatie is dat de voorkeur van respondenten voor de ‘combinatie van dijkversterking en rivierverruiming’ afneemt wanneer bewoners overlast ervaren van de combinatievariant. De belangrijkste reden voor het feit dat bij de locatie ‘Oosterhout’ een relatief groot aandeel van de respondenten kiest voor ‘dijkversterking’, lijkt te kunnen worden teruggevoerd op het voorkomen van overlast voor huishoudens. Om de combinatievariant mogelijk te maken op deze locatie, zouden er eventueel huishoudens moeten verhuizen. Verschillende respondenten geven expliciet aan dat zij de eventuele verplichte verhuizing vooral problematisch vinden, omdat deze niet noodzakelijk is. Er is een alternatief beschikbaar waarbij deze overlast niet optreedt (dijkversterking). Het lijkt er overigens op dat burgers het vooral problematisch vinden dat er sprake is van overlast voor huishoudens. Het aantal huishoudens dat overlast zal ervaren lijkt minder van belang.

Bruikbaarheid van de resultaten

De resultaten van dit onderzoek kunnen worden gebruikt bij het bepalen van de balans tussen enerzijds dijkversterking en anderzijds rivierverruiming in de lange termijn ambitie rivieren. De maatschappelijke waarde van ‘combinaties van dijkversterking en rivierverruiming’ is met name groter dan ‘alleen dijkversterking’, wanneer de combinaties een positieve invloed hebben op natuur en recreatie. Dit onderzoek laat zien dat Nederlanders bereid zijn om opofferingen te maken om ervoor te zorgen dat waterveiligheid kan worden geborgd met combinatievarianten in plaats van dijkversterkingsvarianten. De resultaten bieden ook inzicht in de specifieke projecten waarop bezuinigd zou kunnen worden om combinatievarianten mogelijk te maken. De burger is bijvoorbeeld bereid om het wegproject A2 ’t Vonderen op te offeren om ervoor te zorgen dat er middelen vrijkomen voor combinaties van dijkversterking en rivierverruiming. Verder kunnen de resultaten van dit onderzoek inzicht bieden in de mate waarin Nederlanders een belastingverhoging ondersteunen om projecten die onderdeel zijn van de PWE mogelijk te maken. In deze PWE lag het gemiddelde gekozen budget (688,36 miljoen euro) onder het startbudget van 700 miljoen. Er lijkt dus geen steun onder Nederlanders voor een belastingverhoging om projecten die onderdeel zijn van de PWE mogelijk te maken bovenop de 700 miljoen euro belastinggeld die zij kunnen besteden in de PWE. De resultaten van een PWE kunnen ook worden gebruikt om te bepalen hoe hoog de meerkosten van combinatievarianten (of hoe laag de invloed op variatie van biodiversiteit en recreatie) zouden moeten zijn om ervoor te zorgen dat er in de optimale portfolio geen combinatievariant meer wordt opgenomen. Tot slot bieden de kwalitatieve resultaten van de PWE inzicht in de aspecten die burgers belangrijk vinden aan de projecten. De kwalitatieve resultaten kunnen nieuwe overwegingen, effecten en problemen rond een project aan het licht brengen en stellen daardoor beleidsmakers in staat om deze aspecten mee te wegen in hun keuze en het optimaliseren van projecten. Beleidsmakers kunnen de kwalitatieve informatie en de kwantitatieve informatie die de PWE oplevert niet alleen gebruiken als beslisinformatie, maar de informatie kan ook worden gebruikt voor het onderbouwen van keuzes. Het gebruik van kwalitatieve motivaties van burgers in de onderbouwing zorgt ervoor dat de onderbouwing goed aansluit bij argumenten die burgers belangrijk vinden.

Positieve ervaringen van respondenten

Aan het eind van het experiment hebben we aan respondenten gevraagd om het experiment te scoren op vier criteria. De evaluaties van respondenten zijn zeer positief (tussen haakjes vindt u de scores)

  1. Ik ben overtuigd van mijn keuze (89% mee eens; 18% neutraal; 3% mee oneens)
  2. Ik vind dit een realistisch experiment; (61% mee eens; 28% neutraal; 11% mee oneens)
  3. Ik vind het een goede zaak dat de overheid burgers probeert te betrekken bij het maken van keuzes tussen dijkversterking of een combinatie van rivierverruiming en dijkversterking; (82% mee eens; 12% neutraal; 6% mee oneens)
  4. Dit experiment biedt de overheid relevante informatie bij het maken van keuzes tussen dijkversterking of een combinatie van rivierverruiming en dijkversterking. (65% mee eens; 26% neutraal; 9% mee oneens).

Klik hier om de studie te downloaden.