10 redenen waarom individuen in hun rol als consument andere voorkeuren hebben dan als burger

10 redenen waarom individuen in hun rol als consument andere voorkeuren hebben dan als burger

Niek Mouter, Sander van Cranenburgh en Bert van Wee. 2018. The consumer-citizen duality: Ten reasons why citizens prefer safety and drivers desire speed. 2018. Accident Analysis and Prevention

In maatschappelijke kosten-batenanalyses (MKBA’s) worden effecten van infrastructuurprojecten gewaardeerd op basis van de betalingsbereidheidbenadering. Verondersteld wordt dat niet alleen de waarde van consumptiegoederen, maar ook de waarde van bijvoorbeeld overheidsprojecten kan worden afgeleid uit keuzes die individuen maken met hun inkomen na belasting in (hypothetische) markten. Deze “betalingsbereidheidsbenadering” wordt ook wel de “consumentenbenadering” of “consumentensoevereiniteit” genoemd.

Kritiek vanuit de wetenschap

Verschillende wetenschappers bekritiseren dit uitgangspunt van de MKBA, omdat afwegingen die individuen als consument maken tussen private middelen en private goederen kunnen afwijken van de manier waarop dezelfde individuen als burger vinden dat de overheid (namens hen) afwegingen moet maken tussen publieke middelen en publieke goederen. Dit wordt ook wel de ‘consument-burger dualiteit’ genoemd. Om een voorbeeld te geven: afwegingen tussen reistijd en veiligheid van individuen als automobilist (consument van mobiliteit) hoeven niet overeen te komen met de manier waarop dezelfde individuen vinden dat de overheid (namens hen) afwegingen moet maken tussen reistijd en veiligheid. Er is nog weinig empirisch onderzoek gedaan naar de mate waarin mensen effecten verschillend waarderen als consument en burger. In een eerdere studie onderzochten Niek Mouter, Sander van Cranenburgh en Bert van Wee aan de hand van keuze-experimenten of individuen inderdaad verschillende preferenties hebben als consument en burger, wanneer zij een afweging maken tussen reistijd en veiligheid. Deze studie stelde vast dat Nederlanders als burger meer waarde toekennen aan verkeersveiligheid dan aan reistijd vergeleken met de keuzes die zij maken als consument.

Verklaringen (methodologie)

In een nieuwe studie is onderzocht wat de mogelijke verklaringen zijn voor deze consument-burger dualiteit. Aan 214 respondenten is gevraagd om eerst acht routekeuzes te maken als automobilist (consument van mobiliteit). De respondenten konden steeds kiezen tussen een veiligere route met een relatief lange reistijd en een snellere route die minder veilig was. Daarna werd aan deze respondenten gevraagd of zij reistijd of verkeersveiligheid belangrijker vonden bij het maken van hun keuzes en zij werden gevraagd om dit te motiveren. Vervolgens werden de respondenten gevraagd om acht routekeuzes te maken als burger. Aan deze respondenten werd verteld dat de minister een nieuwe weg ging aanleggen en de keuze had tussen een veiligere route met een relatief lange reistijd en een snellere maar minder veilige route. Vervolgens werd aan deze respondenten gevraagd om één van de twee routes te adviseren. Nadat de respondenten acht keer een advies hadden gegeven werd aan hen gevraagd of zij reistijd of verkeersveiligheid belangrijker vonden in hun advies en zij werden gevraagd om dit te motiveren. Tot slot is aan respondenten gevraagd of verkeersveiligheid belangrijker was in hun advies aan de overheid of in hun keuzes als automobilist, waarna zij wederom hun keuze moesten motiveren. 198 respondenten hebben precies hetzelfde experiment gedaan. Alleen werden deze respondenten gevraagd om eerst de overheid te adviseren en daarna werden de respondenten gevraagd om routekeuzes te maken als automobilist.

10 Verklaringen

De kwalitatieve resultaten zijn geanalyseerd om mogelijke verklaringen voor de consument-burger dualiteit bij het afwegen van reistijd en verkeersveiligheid vast te stellen. Op basis van deze analyse zijn 10 mogelijke verklaringen geïdentificeerd. 4 van de 10 verklaringen zijn niet eerder geïdentificeerd in de wetenschappelijke literatuur. De 10 verklaringen kunnen worden onderverdeeld in cognitieve verklaringen en normatieve verklaringen. Er is sprake van een cognitieve verklaring wanneer individuen reistijd en verkeersveiligheid anders afwegen als consument en burger, omdat hun perceptie over veiligheidsrisico verschilt in de twee rollen. Er is sprake van een normatieve verklaring wanneer individuen als burger meer waarde aan veiligheid toekennen dan als consument, omdat zij vinden dat de overheid meer waarde moet toekennen aan het verbeteren van veiligheid dan individuele automobilisten. 

Cognitieve verklaringen

De vijf cognitieve verklaringen zijn: 1) de veiligheidsrisico’s die een automobilist moet afwegen zijn verwaarloosbaar (1/29.000.000 grotere kans om te overlijden), terwijl de veiligheidsrisico’s die moeten worden afgewogen in de publieke context substantieel zijn (1 verkeersdode per jaar); 2) automobilisten schatten hun subjectieve risico lager in dan het objectieve risico. Automobilisten geven bijvoorbeeld aan dat beide routes voor hen even veilig zijn vanwege hun goede rijstijl. Daarom kijken zij als automobilist nauwelijks naar veiligheid bij het maken van een routekeuze; 3) het risico dat individuen als automobilisten nemen is controleerbaar. Individuen wegen controleerbare risico’s minder zwaar dan oncontroleerbare risico’s; 4) Individuen kiezen als automobilist voor de snelste weg omdat zij in de werkelijkheid geen kennis hebben van verschil in veiligheid van routes. Hun routeplanner geeft deze informatie niet. Volgens individuen heeft een overheid wel kennis over verschillen in veiligheid tussen wegen voordat er een keuze wordt gemaakt voor een route. Daarom vinden individuen dat de overheid hier wel waarde aan moet toekennen; 5) Wanneer automobilisten kiezen voor de risicovolle route, dan vergroten zij met name hun eigen overlijdensrisico. Wanneer individuen de overheid adviseren om te kiezen voor de risicovolle route dan vergroten zij het risico voor andere mensen. Individuen vinden het over het algemeen makkelijker om een risico te nemen dat alleen henzelf raakt dan om een risico te nemen voor anderen.

Normatieve verklaringen

Respondenten noemden vijf normatieve verklaringen voor het feit dat zij bij hun advies aan de overheid meer waarde toekenden aan veiligheidsrisico dan bij hun routekeuze als automobilist: 1) keuzes die individuen als burger maken zijn eerder beïnvloed door sociale normen dan keuzes van individuen als automobilist. Bij het maken van een keuze tussen veiligheid en tijd schrijven sociale normen voor om meer waarde te hechten aan veiligheid; 2) de overheid heeft een zorgplicht over haar burgers en heeft daarom een grotere verantwoordelijkheid om veiligheid te waarborgen dan om reistijd te verkorten; 3) Respondenten vinden als automobilist korte reistijd erg belangrijk, maar vinden het geen (kern)taak van de overheid om reistijden te verkorten. Individuen vinden dat zij als automobilist ook een eigen verantwoordelijkheid hebben om hun reistijd te verkorten als zij hier ontevreden over zijn. Zij kunnen er bijvoorbeeld voor kiezen om thuis te gaan werken, om voor of na de spits te reizen, om te verhuizen of een baan te kiezen dichter bij huis. Het feit dat respondenten als automobilist voor de snelste route kiezen hoeft dus niet te betekenen dat zij overheidsinvesteringen om reistijd te verkorten sterker waarderen dan investeringen die veiligheid vergroten; 4 en 5) De taak van het individu en de taak van de overheid zijn communicerende vaten. Individuen vinden dat de overheid juist moet focussen op veiligheid, omdat automobilisten de neiging hebben om te proberen zo snel mogelijk ergens te komen. Andere respondenten stellen dat de overheid de veiligheid van het wegennetwerk moet borgen, zodat de automobilist met een gerust hart voor de snelste route kan kiezen. Interessant aan deze verklaring is dat respondenten de overheid adviseren om afwegingen te maken die tegengesteld zijn aan de afwegingen die zijzelf als automobilist maken. Dit staat haaks op de aanname in huidige MKBA’s dat privékeuzes van individuen maatgevend moeten zijn voor de manier waarop de overheid volgens individuen keuzes moet maken.

Implicaties

De resultaten van dit onderzoek kunnen nuttige input bieden voor de discussie of analyses van maatschappelijke kosten en baten van overheidsbeleid moeten worden gebaseerd op voorkeuren die individuen hebben over de effecten van publieke keuzes (burgervoorkeuren) of voorkeuren die individuen hebben bij het maken van private keuzes zoals routekeuzes (consumentenvoorkeuren). Het feit dat respondenten aangeven dat zij vinden dat privékeuzes niet maatgevend moeten zijn voor de manier waarop de overheid keuzes maakt is bijvoorbeeld een argument om MKBA’s te baseren op burgervoorkeuren.

Klik hier om de studie te lezen.