Beter begrip van hartritmestoornissen, dankzij uniek meetonderzoek

Meer dan 300.000 mensen in Nederland hebben last van hartritmestoornissen. Dit zorgt voor verschillende klachten variërend van vervelend tot levensbedreigend. Er zijn behandelingen voor, maar die hebben vaak hun beperkingen. Om echt tot een goede behandeling te komen, moeten we eerst beter begrijpen hoe hartritmestoornissen ontstaan. Natasja de Groot doet daar onderzoek naar. Zij is cardioloog-elektrofysioloog aan het Erasmus MC én hoogleraar aan de TU Delft. Haar metingen direct op het hart zorgen voor unieke data en kennis.

Bij hartritmestoornissen zorgt een verstoorde elektrische geleiding er voor dat het hart vertraagt, versnelt of onregelmatig klopt. De oorzaak kan op verschillende plekken in het hart liggen. Het zorgt er in alle gevallen voor dat het hart inefficiënt werkt en het lichaam onvoldoende zuurstof krijgt. Mensen die er mee te maken hebben zijn vaak moe, duizelig of kortademig, of hebben pijn op de borst. Hevige ritmestoornissen kunnen leiden tot een hartstilstand.

“Er bestaan wel medicijnen die aangrijpen op de ionenhuishouding van de hartcellen”, legt Natasja uit. “Maar die zijn vaak maar weinig effectief en veroorzaken vervelende bijwerkingen. Vooral jonge mensen willen we die medicijnen niet langdurig geven. Ook bestaan er behandelingen met hartkatheterisatie, maar die geven vaak op de lange termijn matige resultaten – met name bij patiënten met aangeboren hartafwijkingen.”

Mechanismen begrijpen

Wanneer het duidelijk is welke mechanismen ten grondslag liggen aan hartritmestoornissen, kunnen er andere, betere behandelingen voor worden ontwikkeld. Met die gedachte is Natasja een bijzonder onderzoek gestart. “Sinds 2010 vragen we iedereen die in het Erasmus MC een openhartoperatie ondergaat, of ze willen meewerken aan ons onderzoek. Tijdens de operatie voeren we dan metingen uit direct op het hart en verzamelen zo unieke data over elektrische geleidingen in het hart.”

De hartchirurgen zijn erg betrokken en volgen de ontwikkelingen van het onderzoek op de voet. “We zijn gestart met een elektrode op de vinger van de chirurg. Die moest daarmee voorzichtig over het hart bewegen om zo de metingen te doen. Een lastige klus omdat het niet zo duidelijk was waar de chirurg al was geweest. Inmiddels is onze werkwijze een stuk verfijnd, met dank aan de TU Delft die sinds 2014 partner is in het onderzoek.”

Nog dezelfde dag naar Delft

De samenwerking is min of meer per toeval ontstaan. “Ik had een probleem met het ontvangen van de signalen, wilde nauwkeuriger meten en de data beter kunnen analyseren. Daarvoor klopte ik aan bij een collega hier in het ziekenhuis en hij kende wel iemand aan de TU Delft. Nog dezelfde dag ontmoette ik Alle-Jan van der Veen en Wouter Serdijn van de afdeling Microelectronics in Delft en sindsdien werken we samen.” Het team van Wouter Serdijn maakt de sensoren die de elektrische geleiding rondom het hart nauwkeurig in kaart brengen. Zijn TU-collega Alle-Jan van der Veen ontwikkelde een methodiek om al deze verkregen data te analyseren. Het succesvolle partnerschap heeft er ook voor gezorgd dat Natasja in 2019 is benoemd tot parttime hoogleraar aan dezelfde afdeling. Zo kan er onderling nog sneller worden geschakeld en kennis worden uitgewisseld.

Inmiddels is de vingertopelektrode vervangen door een soort liniaal die kort tegen het hart wordt gehouden. En de data wordt nu direct doorgestuurd naar een digitaal platform. “Een sterrenkundige heeft het dataplatform gebouwd. Daarmee kunnen we tijdens de meting de chirurg bijsturen en de data gemakkelijk analyseren. We zien nu direct een soort geografische kaart van het hart waarop de elektrische golf zich naar alle kanten over de hartspier verspreidt. Zo wordt dus ook duidelijk waar het signaal hapert. Je ziet hoe het front van de elektrische golf zich ergens omheen buigt, bijvoorbeeld een groepje cellen dat niet goed geleidt, of een plekje met littekenweefsel waar de golf niet langs kan.”

Doet u mee?

Met een speciale techniek is voor het eerst de elektrische geleiding in het hart van kinderen gedetailleerd in kaart gebracht. Hoogleraar Natasja de Groot werkt aan het verfijnen van de meetmethode om nog nauwkeuriger gegevens te kunnen verzamelen.

Doneer nu



We zijn de eerste in de wereld die op deze manier hartritmestoornissen hebben gemeten, bij zowel volwassenen als bij kinderen

Natasja de Groot

Metingen bij jonge kinderen

Mede dankzij deze verbeterde meet- en analysemethodes wordt er nu ook bij kinderen met een aangeboren hartafwijking gemeten. Niet eerder is er bij hen dergelijk onderzoek gedaan, terwijl vooral op zeer jonge leeftijd goed is vast te stellen of een stoornis direct na de geboorte aanwezig is of zich tijdens het leven ontwikkelt. “We hebben inmiddels met succes bij meer dan veertig kinderen metingen gedaan. Hiervoor gebruiken we nu nog dezelfde elektrode als bij volwassenen waardoor we op sommige plaatsen van het hart niet kunnen meten. De volgende stap is onze apparatuur op maat maken voor deze doelgroep, zodat we de metingen nóg beter kunnen doen.”

De verzamelde data moet binnen twee jaar aantoonbaar resultaat opleveren. “Ik verwacht dat we dan beter begrijpen hoe elektrische geleiding bij verschillende hartafwijkingen verstoord is. We weten dan ook in welke gebieden van het hart er geleidingsstoornissen voorkomen. En we hebben een diagnostiek instrument gemaakt waarmee we stoornissen in kaart brengen en met een schaal de ernst ervan kunnen benoemen. Ik ben ervan overtuigd dat we daarmee de basis leggen voor het ontwikkelen van nieuwe therapieën en het leven van hartpatiënten echt kunnen verbeteren.”

Onderzoekersprofiel

Naam: Natasja de Groot
Leeftijd: 48 jaar
Geboren in: Nederland, Heemstede
Specialisme: Cardioloog-elektrofysioloog
Potentiële toepassing: betere behandelingen voor hartritmestoornissen
Faculteit: Elektrotechniek, Wiskunde en Informatica
Samenwerkingen: Erasmus MC
Besteding donatie: aanpassen meetapparatuur voor kinderen

Waarom TU Delft?

Ik verwacht dat medische centra en technische universiteiten steeds meer naar elkaar toegroeien. Artsen hebben al meer interesse in techniek, die kennis is ook nodig om met nieuwe apparatuur om te kunnen gaan. Het goede van de TU Delft is dat het dichtbij is en de sfeer is goed. Je stapt binnen en het voelt vertrouwd. Het is daardoor gemakkelijk om samen te werken. 

Doet u mee?

Met een gift aan het Universiteitsfonds Delft maakt u het belangrijke werk van onze onderzoekers mogelijk. Daarmee worden projecten versneld en kostbare tijd gewonnen.