‘’Mensen hebben ook leren fietsen op dat plein! En toen we ons gingen verdiepen in de geschiedenis, kwamen we erachter hoeveel verschillende functies het Prinsenhof tot nu toe heeft gehuisvest”, vertelt TU Delft student Daan Hietbrink enthousiast. De plek waar Willem van Oranje werd neergeschoten kent zoveel verhalen.   

Waar de toerist vaak naar het Prinsenhof komt voor dat ene verhaal, onderzoeken 13 studenten, waaronder Daan Hietbrink, Mees Hehenkamp en Coen de Vries, van de Master Architectuur van de leerstoel Interiors Buildings Cities aan de TU Delft juist wat er daarnaast nog meer te vertellen is over deze plek. 

Vroegere levens: van non tot militair
De studenten bestudeerden de rijke geschiedenis van het Prinsenkwartier, waarbij ook de omgeving van het Agathaplein werd onderzocht. Deze geschiedenis vormde voor de studenten de basis om verder na te denken over het maken van een nieuw architectonisch ontwerp voor het interieur van het Prinsenkwartier en de buitenruimte van het Agathaplein. De vele ‘vroegere levens’ van het gebouw en de omgeving bleken de grootste verrassing te zijn. Zo is het door de tijd veranderd van nonnenklooster, naar prinsessenhuis, naar militair ziekenhuis én naar museum. Daan vindt het belangrijk dat over deze vele andere verhalen verteld wordt: ‘’Er zijn vele andere verhalen. Ik denk dat de geschiedenis niet één verhaal is, hij is altijd gevormd.’' 

De zoektocht
Het drietal vindt dat beslissen over hoe je als architect met een dergelijk rijke geschiedenis aan de slag gaat, de grootste uitdaging van het studieproject is. De studenten moeten namelijk een standpunt innemen over welke bestaande verhalen je terug laat komen in het ontwerp en welke niet. Deze beslissing komt tot stand via het nemen van een aantal stappen. Coen: ‘’Eerst ben je aan het zoeken naar de juiste historische informatie, dan probeer je het te duiden en vervolgens ga je op zoek naar wat de essentie is.’’ De drie studenten hebben voor het architectonisch ontwerp besloten om niet terug te vallen op één tijdsfase of betekenis, maar juist selectief te gaan bundelen. Ze vonden niet één tijdsfase het belangrijkste, maar zagen in alle periodes verblijfskwaliteiten die ze graag wilden laten terug komen. Coen: ‘’Zo bouwen we niet een kopie van het Prinsessenhuis terug, maar de opdeling in verschillende kamers, is wel een kwaliteit die het gebouw nu goed kan gebruiken.’’

Hart & Ziel in het Prinsenhof
Naast inbreng vanuit de geschiedenis, hebben de studenten ook inspiratie opgedaan in de huidige omgeving. Daan: ‘’Wij gingen wel eens naar de Barbaar, maar we hebben voor dit project veel om ons heen gekeken in het gehele Prinsenhof. We zijn er best wel vaak geweest, om te werken, of om naar een evenement of lezing te gaan.’’ Het project heeft de drie jongemannen nieuwe inzichten gegeven over de medegebruikers en de stad. Daan: ‘’Ik ben Delft meer gaan waarderen. Als student voelde ik me hiervoor niet heel verbonden met Delft. Toen ik in dit project dook, ontmoette ik mensen die echt hard werken voor Delft. Dat vond ik echt heel inspirerend en daardoor kreeg ik ook meer gevoel voor de plekjes van Delft waar mensen hun hele hart en ziel in steken.’’

De place to be
Het Agathaplein en het Prinsenkwartier kunnen volgens de studenten ook in de toekomst een verbindende rol vervullen. Coen: ‘’Door de gehele historie heeft het plein een centrale rol gespeeld in Delft. Welke rol kan het spelen in het verder vormen van de Delftse gemeenschap?’’ Mees vult aan dat ze daaraan willen bijdragen door in hun ontwerp het gebouw te laten uitstralen dat je daar mag zijn, en moet zijn. Een plek die iedereen eigen kan maken. Daarom verbetert het trio in hun ontwerp voornamelijk de structuur, de menselijke schaal en een duidelijkere aanduiding van ruimtes en entrees. Ze definiëren verder geen functies. Daan: ‘’Als je naar de afgelopen honderd jaar kijkt, kun je al bijna tien functies noemen. En misschien is het over tien jaar wel weer iets anders.’’

Prinsenhof