Net als de energietransitie heeft de overgang naar een circulaire economie gevolgen voor hoe ruimte wordt gebruikt. Maar hoe plan je structureel hergebruik en waardebehoud? Voor studenten van de mastertrack Urbanism is de vraag niet louter theoretisch. Onlangs zagen verschillende ruimtelijke strategieën voor een circulair Zuid-Holland het licht.

Delftse aspirant-urbanisten leren kijken naar ruimtelijke functies en processen op verschillende schalen. Eerst bestuderen ze de buurt en de wijk, vervolgens ontdekken ze hoe een en ander in de stad samenhangt. In de studio Spatial Strategies for the Global Metropolis leggen ze de regio onder de loep. “Hoe groter de schaal, des te ingewikkelder het doorgaans wordt”, zegt vakcoördinator Verena Balz, “wij leren ze relaties te leggen tussen de verschillende schalen.”

Schakelen tussen schalen

In de afgelopen vijf jaar is het onderwijsprogramma gewijd aan het uitdiepen van de ruimtelijke consequenties van een circulaire economie. Hoe ziet de omgeving eruit als grondstoffen en materialen rondgaan in lokale en regionale kringlopen? “Een omslag naar kleinschaliger productie- en distributieketens op basis van hergebruik vergt een ander soort inrichting”, legt vakdocent Alexander Wandl uit. “Denk aan korte afstanden en efficiënte verbindingen tussen faciliteiten voor de verzameling van afval, het recyclen van grondstoffen en de productie van halffabricaten. Of andersoortige opslagruimte. Waar moet je ruimte creëren, reserveren dan wel herontwikkelen in gebieden waar al verschillende claims op de ruimte liggen? Hoe pas je functies, objecten en infrastructuur zo in dat de ruimte niet aan kwaliteit inboet of, liever, erop vooruitgaat?”

Door te schakelen tussen schalen, ontdekken en ontrafelen studenten de verschillende draden van het web van productie en consumptie, inclusief de diverse belangen en partijen die hiermee gemoeid zijn. Vervolgens gaan ze bedenken hoe die draden herschikt en verweven kunnen worden tot duurzamer weefsels. Wandl: “Als aanstormend ontwerpers en planologen leren ze de ruimtelijke patronen en structuren van een circulaire economie scherp te krijgen en vorm te geven. Met die bagage kunnen ze als professionals zowel beeldvorming als beleidvorming over toekomstig ruimtegebruik in goede banen helpen leiden.”

Echte wereld

Verschillende Nederlandse overheden hebben recent een visie gevormd op de circulaire economie en langtermijndoelstellingen geformuleerd maar een plan van aanpak, zeker wat betreft de ruimtelijke ordening, ontbreekt nog. Geen betere leerschool dan de echte wereld, en dus besteden de studenten veel tijd aan opgaven uit de praktijk. In het afgelopen jaar stond Zuid-Holland centraal. Verduurzaming van stoffen- en materiaalstromen in de bouwsector, de landbouw- en voedselsector en de plasticindustrie staat hoog op de provinciale agenda. “De betrokken overheid helpt ons realistische opgaven definiëren. Zo plaatsen we onze studenten middenin de actualiteit”, vertelt vakcoördinator Lei Qu. “Een ‘situated learning environment’ noemen we dat.” Balz vult aan: “De provincie beschikt over zogenaamde transitiemanagers. Zij zijn onze partners, leveren relevante beleidsdocumenten en databestanden aan, participeren in het onderwijs en bundelen de resultaten voor hun achterban.”

De provincie werkt aan de ontwikkeling van een ruimtelijke strategie voor de circulaire economie in het komende jaar. Dit soort studentenprojecten helpen ons om ons voor te stellen hoe een strategie er in het echt uit zou kunnen zien wanneer we de circulaire opgave vertalen naar ruimtelijke ontwikkeling, en uitgaan van grote ‘wat-als’-scenario's.

Jeroen van Schaick, regionaal ontwerper, provincie Zuid-Holland

Verstrengelde stromen

Voor masterstudenten Rosa de Wolf en Jonah van Delden kwam het begrip circulaire economie voor het eerst expliciet in een vak aan bod. 

Ik besef nu hoezeer allerlei stoffenstromen zijn verstrengeld. Wat in de ene sector afval is kan een grondstof worden in een andere sector. Dat is toch geweldig?

Als je die potentie op regionaal niveau probeert te bevatten, wordt het volgens Jonah complex. “Want je kijkt naar systemen én naar details.” Wil je het gebruik van kunstmest terugdringen ten gunste van een natuurlijker kringlooplandbouw dan heeft dat gevolgen door de hele keten heen: van bodemgebruik tot wat er in de schappen van de supermarkt ligt. “Dat in- en uitzoomen en verbindingen ontdekken is fascinerend.”

Tien weken lang dompelen groepen studenten zich fulltime onder in de materie. Startend met de overkoepelende visies op de circulaire economie van de Nederlandse regering en de Green Deal van de EU, werken ze toe naar ruimtelijke strategieën voor delen van de regio. “Welke stappen moet je zetten op termijnen van vijf, tien en twintig jaar om de generieke doelen te bereiken?” Een van de door Jonahs groep (Daan Helmerhorst, Lisanne Meijer, Jonah van Delden) geïdentificeerde ruimtelijke kansen is betere benutting van de stadsranden voor duurzame voedselproductie. “Door deze bedrijvigheid in de stadsrand te plaatsen, waar de sociale ongelijkheid het grootst is, wordt de meeste winst geboekt. Er ontstaan immers nieuwe kansen op ontwikkeling voor groepen die achterblijven. ” De onbevangen blik van studenten blijkt soms haast alomvattend. “Een andere groep houdt rekening met de gevolgen van zeespiegelstijging en stelt voor dat alle ruimte buiten de stedelijke gebieden mag overstromen.”

Heikel punt

Het ontwerpend onderzoek naar een circulair Zuid-Holland heeft Rosa ook doen stilstaan bij het belang van keuzen in de persoonlijke sfeer. 

Dat je ook als individu veel kan bijdragen aan een circulaire economie, door je eigen levensstijl aan te passen, dringt nu pas goed tot me door. Het zijn niet alleen de grote instellingen die een verschil kunnen maken.

Haar groep (Monserratt Cortés Macías, Thomas van Daalhuizen, Paula Nooteboom, Siene Swinkels, Rosa de Wolf) wierp zich op de ontwikkeling naar een circulaire bouwsector. Mede gegeven de aanzienlijke provinciale bouwopgave is de grootschalige toepassing van vers beton een heikel punt. Welke duurzame alternatieven zijn denkbaar, wil de provincie weten? “Wij hebben een distributienetwerk bedacht voor biobased bouwmaterialen zoals hout (CLT) en kalkhennep.”

Het netwerk bestaat uit lokale ‘hubs’ voor aparte materialen en een centrale ‘hub’ in de Rotterdamse haven. Doordat deze locaties voor opslag, overslag, verwerking en constructie zijn gelegen aan een waterweg, kunnen sloopafval en reststromen, bouwgrondstoffen en bouwmaterialen relatief eenvoudig en schoon over het water worden verdeeld over de regio. “Zuid-Holland is al dichtbevolkt en de behoefte aan woonruimte neemt alleen maar toe. Een praktische vraag is dus hoe je zo’n locatie combineert met wonen.” En dat is niet alleen een kwestie van voldoen aan milieuregels, geeft ze aan. “De vraag is vooral: hoe kom je tot een aangename leefomgeving waarin beide functies elkaar niet in de weg zitten?” Rosa’s groep heeft gemeend dat conflict te vermijden door alle zware industriële activiteit, zoals het recyclen van het staal dat nodig blijft in de bouw, in de centrale hub te laten plaatsvinden. “Zonder veel overlast te veroorzaken kunnen de lokale hubs niet alleen onderdeel uitmaken van woonbuurten, ze maken ze misschien juist interessant.”

Meer informatie

Alle voorstellen zijn hier te vinden.