TU Delft Stories

leestijd: 6 min

Tweedeling in klimaatadaptatie voorkomen

De overheid verwacht steeds meer van de burger als het gaat om klimaatadaptatie, maar niet iedere burger of buurt is even goed in staat te voldoen aan die verwachting. Hoogleraar Ethics of Water Engineering Neelke Doorn onderzoekt hoe we kunnen voorkomen dat er een tweedeling komt tussen wijken. Wat doet een hoogleraar Ethics of Water Engineering precies? Als professor Neelke Doorn de vraag krijgt op een feestje, heeft ze een herkenbaar voorbeeld bij de hand om dat uit te leggen. “De medicijnresten in afvalwater, dat is echt een verantwoordelijkheidsvraagstuk. Is het een probleem van de watersector, de gezondheidssector of de agrarische sector? Richten we ons alleen op de kwaliteit van het drinkwater, of zuiveren we al het afvalwater, wat beter is voor het watersysteem en het ecosysteem. Of moeten we ons misschien richten op minder zwaar medicijngebruik? Je ziet dat je voortdurend allerlei waarden tegen elkaar moet afwegen; het is veel complexer dan techniek alleen.” Urgente kwestie Net als veel andere problemen op watergebied is dat van de medicijnresten geen nieuw fenomeen, maar wel iets dat meer urgent wordt door factoren als verdergaande verstedelijking, bevolkingstoename en vergrijzing. Klimaatadaptatie is een andere steeds urgentere kwestie. “We moeten ons voorbereiden op meer extreme weersgebeurtenissen als hevige regen of juist langdurige droogte. Daarvan zegt de overheid dat er meer door burgers zelf in de wijk gedaan moet worden, maar niet iedereen kan dat. Ik ga kijken hoe je dat streven naar veerkrachtige buurten kunt vormgeven, zodat het ten goede komt aan iedereen en er geen maatschappelijke tweedeling komt van wijken die het mooi voor elkaar hebben en armere wijken.” De problematiek is vergelijkbaar met die van de energietransitie. “In het energiebeleid zag je een jaar of wat geleden dat mensen die er al warmpjes bijzaten ook nog eens konden profiteren van subsidies op zonnepanelen, terwijl anderen alleen hun energierekening zagen stijgen. Rondom de energietransitie is die discussie over rechtvaardigheid nu wel gestart, maar bij klimaatadaptatie is er nog te weinig aandacht voor”, vertelt Doorn. Tweedeling Ook aan de manier waarop de overheid communiceert schort nog wel wat. “Een brief van de Belastingdienst begrijpt een hoger opgeleide vaak niet eens, terwijl er allerlei consequenties aan vast zitten. In Canada bijvoorbeeld is de overheid verplicht om websites te maken die ook toegankelijk zijn voor laaggeletterden. Daar kunnen we hier nog wat van leren.” Een ander punt dat aandacht verdient is de toegenomen digitalisering. “De overheid lanceert weer een app of een digitaal loket en denkt dat de burger het wel snapt.” Zo ligt een tweedeling om de hoek. Doorn over haar woonomgeving: “Dankzij actieve buurtbewoners is mijn eigen wijk prachtig geworden, met een buurtpark dat tevens als waterberging dient. De overheid haalt zulke buurten als voorbeeld aan, maar als andere wijken niet dezelfde sociale cohesie hebben, of de juridische geletterdheid om subsidie aan te vragen, dan kunnen er grote ongelijkheden ontstaan.” In 2019 ontving Doorn een Vidi-beurs van 800.000 euro van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Hiermee wil ze onderzoeken in hoeverre de verantwoordelijkheden van burgers in het klimaatadaptatiebeleid op een eerlijke en effectieve manier verdeeld kunnen worden. Hoe je dat onderzoekt, is wel een uitdaging. “Filosofen denken traditioneel vooral na over wat bepaalde begrippen betekenen, maar dat blijft soms wat abstract en van de praktijk verwijderd,” zegt Doorn. Een alternatief is om mensen te interviewen of een enquête uit te zetten, maar ook dat geeft geen compleet beeld. “Het bevragen van mensen over wat ze belangrijk vinden is niet genoeg. Wie ga je dan bevragen en wat doe je met toekomstige generaties, die helemaal geen stem hebben? Binnen de filosofie is wel veel nagedacht over hoe je tot eerlijke besluitvorming kunt komen en welke waarden je daarin moet meenemen. Laat je dat afhangen van alleen de mensen die toevallig meedoen aan zo’n enquête, dan loop je het risico dat je dit bredere perspectief mist.” “Ik probeer de opvattingen van wat mensen eerlijk en rechtvaardig vinden te combineren met wat daarover in de filosofische literatuur is gezegd”, gaat Doorn verder. ”Vraag je bijvoorbeeld aan iemand zonder filosofische bagage, hoe je risico’s eerlijk verdeelt, dan is het antwoord al gauw dat we moeten zorgen dat de risiconiveaus voor iedereen gelijk zijn. Vanuit de filosofie zeg ik dan dat we ook moeten kijken in hoeverre mensen in staat zijn te doen wat we van ze vragen. In onze rekenmodellen voor overstromingsrisico’s wordt er vanuit gegaan dat een vrouw van 85 evenveel kans heeft om geëvacueerd te worden als een jong, vitaal iemand. Dat is niet realistisch.” Rode draad Doorn ontwikkelde al vroeg een interesse in de ethische aspecten van techniek. Begonnen als student Civiele Techniek in 1991, noemt ze zichzelf een “traditioneel Delfts kind, goed in exacte vakken.” Daarnaast was ze ook idealistisch. “Het was de tijd van de grote overstromingen in Bangladesh. Dus zou ik wel even een Oosterscheldekering voor Bangladesh ontwerpen. Gelukkig zijn er dan docenten die zeggen: ‘misschien moet je eerst kijken of wat we hier ontwikkelen daar ook wel past’”, herinnert ze zich. “Ik behield mijn fascinatie voor techniek en water, maar kreeg daardoor ook oog voor die ethische aspecten, al zal ik dat in die tijd niet zo genoemd hebben.” De combinatie van maatschappelijke en intellectuele drive is een rode draad door haar loopbaan. Heel relevant Na haar afstuderen werd Doorn onderzoeker bij Deltares en studeerde parallel daaraan filosofie. “Ik had behoefte aan meer reflectie op mijn werk”, legt ze uit. Daarna zocht ze een promotieplek op het snijvlak van techniek en ethiek, die ze vond bij TU Delft: Doorn onderzocht de verdeling van verantwoordelijkheden binnen onderzoeksteams. “Een Deltares-collega zei toen: ‘als dat ook ethiek is, is het heel relevant’”, lacht Doorn. Het is een onderwerp dat nog steeds heel relevant is in haar werk. “Waar veel mensen samenwerken, bijvoorbeeld aan de ontwikkeling van nieuwe technologie, moet je zorgen dat alle verantwoordelijkheden genomen worden. Dan zie je dat mensen dichter bij de praktijk denken dat de risico’s ervan al eerder in de keten zijn onderzocht, terwijl ze daar bezig zijn met fundamenteel onderzoek en vinden dat de risico’s bij de toepassing horen. Zo ga je op elkaar zitten wachten.” Het is het soort inzichten dat Doorn en haar collega’s ook studenten van over de hele universiteit proberen bij te brengen. Ging dat vroeger in losse ethiekvakken, tegenwoordig wordt ethiek in de bachelor met name geïntegreerd met bestaande vakken binnen leerlijnen. “Op die manier hopen we bachelorstudenten bij te brengen dat ingenieurswerk meer is dan alleen maar rekenen, dat we allemaal continu waarde-geladen afwegingen maken in ons werk.” Vervolgens kunnen studenten in hun master thematische ethiekvakken volgen, onder meer bij Doorn. “Ik geef momenteel het keuzevak waterethiek. Het is ontzettend leuk om daarin masterstudenten uit uiteenlopende richtingen als bouwkunde, civiele techniek, maritieme techniek en technische bestuurskunde te zien samenwerken. Allemaal voelen ze dat hun kijk op een probleem verbreed wordt door er met de andere brillen van hun medestudenten naar te kijken.” Een gezamenlijke casus is ook onderdeel van het vak. “Vorig jaar had een groep een hele serious game bedacht over grondwateronttrekkingen in Pakistan. Nestlé pompt dat op voor de verkoop van flessenwater, maar daar hebben lokale boeren veel last van. Zo’n spel is een mooie manier om iets dat heel complex is inzichtelijk te maken.” Studiestress Doorn maakt zich ook wel eens zorgen over het welzijn van studenten. “Er komt heel veel op ze af: de studiefinanciering is veranderd, ze moeten enorm veel keuzes maken, en er wordt heel veel van ze verwacht, terwijl ze sowieso al in een heftige levensfase zitten. Dat kan veel stress geven. Ik ben blij dat Rob Mudde (Vice President Education, red.) daar echt aandacht voor heeft”, zegt ze. “Ik probeer studenten mee te geven dat het ook gewoon mooi is als hun studie goed loopt. Ze komen straks met een waardevol diploma van deze universiteit af. Het is leuk om iets naast je studie te doen, maar laten ze zich niet verplicht voelen om én een dreamteam én een honours programme te doen, te excelleren in muziek en sport en ook nog eens een sociaal leven te hebben. Dat kan gewoon niet. Daar zou ik studenten wat meer rust in gunnen.” Dat geldt tevens voor collega’s. “We werken allemaal heel erg hard en er heerst een mentaliteit van: we kunnen het met z’n allen. Dat is leuk en ik zou het niet anders willen, maar dat brengt het risico met zich mee dat we ons over de kop werken in de academische wereld. Het is verleidelijk om te denken dat dit aan het systeem ligt, maar we moeten ons wel realiseren dat wij zelf het systeem zijn. Het is dus aan ons om een verandering teweeg te brengen, bijvoorbeeld in promotietrajecten. Een promovendus moet in vier jaar een zelfstandig onderzoeker worden, niet per se acht papers publiceren in high-ranked journals. Laten we de lat meer op kwaliteit dan op kwantiteit leggen. Als we geen keuzes maken, gaat dat uiteindelijk ten koste van de kwaliteit en van onszelf.” Bevoorrecht Van haar keuze voor Delft heeft Doorn intussen nooit spijt gehad: “Voor mij komt alles hier samen: mijn civieltechnische en mijn filosofische achtergrond”, zegt ze. “Natuurlijk zijn er ook filosofen die zonder technische opleiding een relevante bijdrage aan de techniekfilosofie leveren, maar ik vind het zelf enorm behulpzaam dat ik die technische achtergrond heb. Ik merk ook dat ik weer dichter op de waterpraktijk zit nu ik deze leerstoel heb. Ik voel me ook echt ingenieur, ik ben niet alleen filosoof. Met dat unieke duale profiel kan ik stappen zetten. En al ben ik niet de enige die zich bezighoudt met de combinatie ethiek en water, Delft is wel de enige universiteit die een leerstoel heeft op dit onderwerp. Ik voel me dus heel bevoorrecht dat ik dit hier mag doen.” Ik probeer studenten mee te geven dat het ook gewoon mooi is als hun studie goed loopt. Ze komen straks met een waardevol diploma van deze universiteit af Back to Home Health & Care Energy Transition Climate Action Urbanisation & Mobility Digital Society Neelke Doorn +31 15 27 88059 N.Doorn@tudelft.nl Dit is een Portrait of Science van TBM Wat doet een hoogleraar Ethics of Water Engineering precies? Als professor Neelke Doorn de vraag krijgt op een feestje, heeft ze een herkenbaar voorbeeld bij de hand om dat uit te leggen. “De medicijnresten in afvalwater, dat is echt een verantwoordelijkheidsvraagstuk. Is het een probleem van de watersector, de gezondheidssector of de agrarische sector? Richten we ons alleen op de kwaliteit van het drinkwater, of zuiveren we al het afvalwater, wat beter is voor het watersysteem en het ecosysteem. Of moeten we ons misschien richten op minder zwaar medicijngebruik? Je ziet dat je voortdurend allerlei waarden tegen elkaar moet afwegen; het is veel complexer dan techniek alleen.” Urgente kwestie Net als veel andere problemen op watergebied is dat van de medicijnresten geen nieuw fenomeen, maar wel iets dat meer urgent wordt door factoren als verdergaande verstedelijking, bevolkingstoename en vergrijzing. Klimaatadaptatie is een andere steeds urgentere kwestie. “We moeten ons voorbereiden op meer extreme weersgebeurtenissen als hevige regen of juist langdurige droogte. Daarvan zegt de overheid dat er meer door burgers zelf in de wijk gedaan moet worden, maar niet iedereen kan dat. Ik ga kijken hoe je dat streven naar veerkrachtige buurten kunt vormgeven, zodat het ten goede komt aan iedereen en er geen maatschappelijke tweedeling komt van wijken die het mooi voor elkaar hebben en armere wijken.” De problematiek is vergelijkbaar met die van de energietransitie. “In het energiebeleid zag je een jaar of wat geleden dat mensen die er al warmpjes bijzaten ook nog eens konden profiteren van subsidies op zonnepanelen, terwijl anderen alleen hun energierekening zagen stijgen. Rondom de energietransitie is die discussie over rechtvaardigheid nu wel gestart, maar bij klimaatadaptatie is er nog te weinig aandacht voor”, vertelt Doorn. Tweedeling Ook aan de manier waarop de overheid communiceert schort nog wel wat. “Een brief van de Belastingdienst begrijpt een hoger opgeleide vaak niet eens, terwijl er allerlei consequenties aan vast zitten. In Canada bijvoorbeeld is de overheid verplicht om websites te maken die ook toegankelijk zijn voor laaggeletterden. Daar kunnen we hier nog wat van leren.” Een ander punt dat aandacht verdient is de toegenomen digitalisering. “De overheid lanceert weer een app of een digitaal loket en denkt dat de burger het wel snapt.” Zo ligt een tweedeling om de hoek. Doorn over haar woonomgeving: “Dankzij actieve buurtbewoners is mijn eigen wijk prachtig geworden, met een buurtpark dat tevens als waterberging dient. De overheid haalt zulke buurten als voorbeeld aan, maar als andere wijken niet dezelfde sociale cohesie hebben, of de juridische geletterdheid om subsidie aan te vragen, dan kunnen er grote ongelijkheden ontstaan.” In 2019 ontving Doorn een Vidi-beurs van 800.000 euro van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Hiermee wil ze onderzoeken in hoeverre de verantwoordelijkheden van burgers in het klimaatadaptatiebeleid op een eerlijke en effectieve manier verdeeld kunnen worden. Hoe je dat onderzoekt, is wel een uitdaging. “Filosofen denken traditioneel vooral na over wat bepaalde begrippen betekenen, maar dat blijft soms wat abstract en van de praktijk verwijderd,” zegt Doorn. Een alternatief is om mensen te interviewen of een enquête uit te zetten, maar ook dat geeft geen compleet beeld. “Het bevragen van mensen over wat ze belangrijk vinden is niet genoeg. Wie ga je dan bevragen en wat doe je met toekomstige generaties, die helemaal geen stem hebben? Binnen de filosofie is wel veel nagedacht over hoe je tot eerlijke besluitvorming kunt komen en welke waarden je daarin moet meenemen. Laat je dat afhangen van alleen de mensen die toevallig meedoen aan zo’n enquête, dan loop je het risico dat je dit bredere perspectief mist.” “Ik probeer de opvattingen van wat mensen eerlijk en rechtvaardig vinden te combineren met wat daarover in de filosofische literatuur is gezegd”, gaat Doorn verder. ”Vraag je bijvoorbeeld aan iemand zonder filosofische bagage, hoe je risico’s eerlijk verdeelt, dan is het antwoord al gauw dat we moeten zorgen dat de risiconiveaus voor iedereen gelijk zijn. Vanuit de filosofie zeg ik dan dat we ook moeten kijken in hoeverre mensen in staat zijn te doen wat we van ze vragen. In onze rekenmodellen voor overstromingsrisico’s wordt er vanuit gegaan dat een vrouw van 85 evenveel kans heeft om geëvacueerd te worden als een jong, vitaal iemand. Dat is niet realistisch.” Rode draad Doorn ontwikkelde al vroeg een interesse in de ethische aspecten van techniek. Begonnen als student Civiele Techniek in 1991, noemt ze zichzelf een “traditioneel Delfts kind, goed in exacte vakken.” Daarnaast was ze ook idealistisch. “Het was de tijd van de grote overstromingen in Bangladesh. Dus zou ik wel even een Oosterscheldekering voor Bangladesh ontwerpen. Gelukkig zijn er dan docenten die zeggen: ‘misschien moet je eerst kijken of wat we hier ontwikkelen daar ook wel past’”, herinnert ze zich. “Ik behield mijn fascinatie voor techniek en water, maar kreeg daardoor ook oog voor die ethische aspecten, al zal ik dat in die tijd niet zo genoemd hebben.” De combinatie van maatschappelijke en intellectuele drive is een rode draad door haar loopbaan. Heel relevant Na haar afstuderen werd Doorn onderzoeker bij Deltares en studeerde parallel daaraan filosofie. “Ik had behoefte aan meer reflectie op mijn werk”, legt ze uit. Daarna zocht ze een promotieplek op het snijvlak van techniek en ethiek, die ze vond bij TU Delft: Doorn onderzocht de verdeling van verantwoordelijkheden binnen onderzoeksteams. “Een Deltares-collega zei toen: ‘als dat ook ethiek is, is het heel relevant’”, lacht Doorn. Het is een onderwerp dat nog steeds heel relevant is in haar werk. “Waar veel mensen samenwerken, bijvoorbeeld aan de ontwikkeling van nieuwe technologie, moet je zorgen dat alle verantwoordelijkheden genomen worden. Dan zie je dat mensen dichter bij de praktijk denken dat de risico’s ervan al eerder in de keten zijn onderzocht, terwijl ze daar bezig zijn met fundamenteel onderzoek en vinden dat de risico’s bij de toepassing horen. Zo ga je op elkaar zitten wachten.” Het is het soort inzichten dat Doorn en haar collega’s ook studenten van over de hele universiteit proberen bij te brengen. Ging dat vroeger in losse ethiekvakken, tegenwoordig wordt ethiek in de bachelor met name geïntegreerd met bestaande vakken binnen leerlijnen. “Op die manier hopen we bachelorstudenten bij te brengen dat ingenieurswerk meer is dan alleen maar rekenen, dat we allemaal continu waarde-geladen afwegingen maken in ons werk.” Vervolgens kunnen studenten in hun master thematische ethiekvakken volgen, onder meer bij Doorn. “Ik geef momenteel het keuzevak waterethiek. Het is ontzettend leuk om daarin masterstudenten uit uiteenlopende richtingen als bouwkunde, civiele techniek, maritieme techniek en technische bestuurskunde te zien samenwerken. Allemaal voelen ze dat hun kijk op een probleem verbreed wordt door er met de andere brillen van hun medestudenten naar te kijken.” Een gezamenlijke casus is ook onderdeel van het vak. “Vorig jaar had een groep een hele serious game bedacht over grondwateronttrekkingen in Pakistan. Nestlé pompt dat op voor de verkoop van flessenwater, maar daar hebben lokale boeren veel last van. Zo’n spel is een mooie manier om iets dat heel complex is inzichtelijk te maken.” Studiestress Doorn maakt zich ook wel eens zorgen over het welzijn van studenten. “Er komt heel veel op ze af: de studiefinanciering is veranderd, ze moeten enorm veel keuzes maken, en er wordt heel veel van ze verwacht, terwijl ze sowieso al in een heftige levensfase zitten. Dat kan veel stress geven. Ik ben blij dat Rob Mudde (Vice President Education, red.) daar echt aandacht voor heeft”, zegt ze. “Ik probeer studenten mee te geven dat het ook gewoon mooi is als hun studie goed loopt. Ze komen straks met een waardevol diploma van deze universiteit af. Het is leuk om iets naast je studie te doen, maar laten ze zich niet verplicht voelen om én een dreamteam én een honours programme te doen, te excelleren in muziek en sport en ook nog eens een sociaal leven te hebben. Dat kan gewoon niet. Daar zou ik studenten wat meer rust in gunnen.” Dat geldt tevens voor collega’s. “We werken allemaal heel erg hard en er heerst een mentaliteit van: we kunnen het met z’n allen. Dat is leuk en ik zou het niet anders willen, maar dat brengt het risico met zich mee dat we ons over de kop werken in de academische wereld. Het is verleidelijk om te denken dat dit aan het systeem ligt, maar we moeten ons wel realiseren dat wij zelf het systeem zijn. Het is dus aan ons om een verandering teweeg te brengen, bijvoorbeeld in promotietrajecten. Een promovendus moet in vier jaar een zelfstandig onderzoeker worden, niet per se acht papers publiceren in high-ranked journals. Laten we de lat meer op kwaliteit dan op kwantiteit leggen. Als we geen keuzes maken, gaat dat uiteindelijk ten koste van de kwaliteit en van onszelf.” Bevoorrecht Van haar keuze voor Delft heeft Doorn intussen nooit spijt gehad: “Voor mij komt alles hier samen: mijn civieltechnische en mijn filosofische achtergrond”, zegt ze. “Natuurlijk zijn er ook filosofen die zonder technische opleiding een relevante bijdrage aan de techniekfilosofie leveren, maar ik vind het zelf enorm behulpzaam dat ik die technische achtergrond heb. Ik merk ook dat ik weer dichter op de waterpraktijk zit nu ik deze leerstoel heb. Ik voel me ook echt ingenieur, ik ben niet alleen filosoof. Met dat unieke duale profiel kan ik stappen zetten. En al ben ik niet de enige die zich bezighoudt met de combinatie ethiek en water, Delft is wel de enige universiteit die een leerstoel heeft op dit onderwerp. Ik voel me dus heel bevoorrecht dat ik dit hier mag doen.” Ik probeer studenten mee te geven dat het ook gewoon mooi is als hun studie goed loopt. Ze komen straks met een waardevol diploma van deze universiteit af Neelke Doorn +31 15 27 88059 N.Doorn@tudelft.nl Dit is een Portrait of Science van TBM Back to Home Health & Care Energy Transition Climate Action Urbanisation & Mobility Digital Society Andere Portraits of Science De computer als herdershond Zelfs zonder draagvleugels de snelste

leestijd: 6 min

Zelfs zonder draagvleugels de snelste

Het TU Delft Solar Boat team werd in 2019 in Monaco wereldkampioen zonnebootvaren op open zee. Met die winst overtrof het team alle verwachtingen, want voor en tijdens de race ging er van alles mis. In een breuk met traditie besloot het tiende Delftse Solar Boat-team om in 2019 mee te doen aan de offshore race van de Solar & Energy Boat Challenge in Monaco. “Wat de Delftse dreamteams uniek maakt is dat elk team zijn eigen doelen mag zetten voor het jaar”, vertelt exposure manager Redmer Aarnink. “Het is ontzettend leuk om als team vanaf nul te beginnen en je eigen boot te bouwen. Dat hoeft niet per se, maar vaak is het nodig omdat de wedstrijdregels veranderen of je aan een andere wedstrijd meedoet. Dit keer dus zelfs een hele nieuwe klasse, waar nog nooit een team uit Delft, of zelfs uit Nederland, aan had meegedaan.” Zeewaardig Een hele nieuwe klasse betekende andere eisen aan de boot. “Eigenlijk was er maar één harde eis: de boot mocht niet langer zijn dan twaalf meter. We hadden dus niet zoveel om ons aan vast te houden; we wisten alleen dat we zeewaardig moesten zijn”, vertelt Willemijn Mes, de Hull Design Engineer in het team. Het uiteindelijke ontwerp week dus compleet af van voorgaande versies: een trimaran met maar liefst 28 m2 aan zonnepanelen en een bemanning van drie personen. “Omdat de boot veel groter werd, moest hij ook demontabel worden voor het transport”, zegt Mes. Genoeg ontwerpuitdagingen dus. “Hoe meer onderdelen je los en vast moet kunnen maken, hoe meer er fout kan gaan tijdens de productie of tijdens de wedstrijd zelf. Dat maakte het ontwerp complex”, vertelt Mes. Bovendien had ze net als alle andere teamleden nog nooit een boot gebouwd. “Ik studeer civiele techniek, dan ligt botenbouw misschien niet zo voor de hand, maar je doet juist mee met zo’n project om te leren. Bovendien zeil ik al mijn hele leven; qua ontwerpproces heeft zo’n trimaran natuurlijk wel wat weg van een zeilboot, alleen de voortstuwing is anders.” Buiten je comfortzone Ook Aarnink ging als exposure manager buiten zijn comfortzone. “Ik wilde eigenlijk projectmanager worden, maar de oud-teamleden dachten dat dit een goeie rol voor me zou zijn”, vertelt hij. “Achteraf begrijp ik dat. Ik studeer technische natuurkunde en heb een brede technische achtergrond; ik kan dus elke techniek in de boot tot op een bepaald niveau wel begrijpen en uitleggen.” Zijn rol vond hij soms lastig. “In tegenstelling tot de andere teamleden had ik geen concreet doel om naar toe te werken. Ik probeerde ons verhaal met zoveel mogelijk mensen te delen, maar wat is veel en hoe effectief is dat? Het is een hele andere manier van kijken dan bij natuurkunde en dat was wel erg leerzaam.” Dat leerproces is essentieel voor de dreamteams die in de D:Dream Hall op de campus werken aan ambitieuze projecten als het bouwen van een zonneboot. D:Dream staat voor Delft: Dream Realization of Extremely Advanced Machines. Het is de plek waar teams studenten van over de hele universiteit een jaar lang toewerken naar een gemeenschappelijk doel. Ze doen alles zelf, van het ontwerpen tot het bouwen tot het projectmanagement, en leren en passant vaardigheden waar ze ook na hun studie veel aan hebben. Leerproces Fouten maken hoort ook bij een leerproces. Aarnink: “In de eerste maanden werd ik opeens gebeld door Radio 2, of ik die avond een live interview van twee minuten kon geven. Ik had me heel goed voorbereid, alleen had ik niet begrepen dat ik moest stoppen als ze dat zeiden. Ik ging dus door met praten en werd middenin afgebroken, Ik dacht, wat gebeurt hier nu?”, vertelt hij. “Ik had de hele dag op een beurs gestaan en het was half twaalf ’s avonds, dus dat verklaart veel. Ik had ook nog geen mediatraining gevolgd, omdat ik verwacht had dat de pers pas later geïnteresseerd zou zijn. Inmiddels kan ik er gelukkig om lachen.” Hard werken De grootste uitdaging voor Mes was het productieproces. “Voor de bouw van de rompen konden we productiefacili-teiten van onze partner VABO Composites in Emmeloord gebruiken. We deden alles zelf, maar het was fijn dat we hen ook om hulp konden vragen. Het was hard werken en het was ook zwaar dat we drie maanden lang in Emmeloord zaten en alleen in het weekend terug naar Delft kwamen.” Vervolgens moesten de onderdelen, die op verschillende locaties gebouwd waren, worden geassembleerd. “Dat duurde veel langer dan we verwacht hadden, mede vanwege dat complexe ontwerp. Alles moest passen en ook weer eenvoudig uit elkaar te halen zijn.” Uiteindelijk lukte dat. ”We hebben met zijn allen een goed werkende boot gebouwd, waar we heel trots op zijn”, zegt Aarnink. Ook het testvaren op de Westeinderplassen bij Aalsmeer verliep prima. De echte testvaart zou plaatsvinden op het IJsselmeer, waar de draagvleugels op de proef gesteld zouden worden. “Draagvleugels steken onder de boot uit. Als de boot snel genoeg gaat, kunnen ze de romp een stukje uit het water tillen, waardoor je veel minder weerstand hebt en hoge snelheden kunt bereiken”, legt Mes uit. Noodlot Op het IJsselmeer sloeg het noodlot echter toe: de linkervoorvleugel brak af. “Dat was een grote tegenslag. Draagvleugels zijn een deel van onze identiteit; de Solar Boat werkt er al jaren mee. Het was ook verschrikkelijk voor het team dat er zo hard aan gewerkt had”, vertelt Aarnink. “Dan ligt maanden werk opeens in het water”, zegt Mes. Tevergeefs zochten ze nog met duikers en een sonarboot, maar veel tijd om over deze tegenslag heen te komen was er niet. Met nog maar drie weken tot de wedstrijd in Monaco, zat er niets anders op dan zonder draagvleugels op weg te gaan. De race in Monaco vond op 5 en 6 juli plaats. Deelnemende teams moesten van Monaco naar Ventimiglia en terug varen; op de eerste dag één keer, en op de tweede dag twee keer. “Onze tegenstanders hadden allemaal elektrische speedboten. Die kunnen tot wel 100 kilometer per uur varen, maar die snelheid kunnen ze niet zo lang volhouden, daarom zijn ze op de lange afstand veel minder efficiënt. We dachten dus vooral op dag twee winst te kunnen boeken”, vertelt Aarnink. Mes: “Wij gaan minder hard, maar kunnen dat veel langer volhouden”. De wedstrijd zou dus op punten beslist worden aan het eind van dag twee. Rookontwikkeling “De eerste dag ging heel goed en werden we derde”, zegt Aarnink. “Maar op de terugweg in de haven zag de piloot rook. Toen hebben we alle systemen uitgezet en de boot naar de kant gesleept, terwijl we met brandblusser klaarstonden en de boot niet uit het oog verloren”, vertelt Mes. “Op dat moment wisten we niet wat er aan de hand was. Achteraf bleek het een elektrische storing in de zonnepanelen te zijn.” En weer stond het team voor een lastige beslissing. “We konden niet op die manier dag twee ingaan; veiligheid gaat voor alles. Maar niemand houdt van opgeven, dus besloten we om de zonnepanelen eraf te halen en op de batterijen te varen. Dat was een moeilijk moment: je bent eigenlijk je boot aan het demonteren.” Toch hield het team de moed erin, ook vanwege de goeie prestatie op de eerste dag. “De tweede dag was minder voorspelbaar. Wat zouden de andere teams gaan doen? Je mocht onderweg opladen, maar dan moest je drie uur in de haven blijven als penalty”, zegt Aarnink. “Dat hadden wij niet nodig, maar we konden wel minder hard varen dan we wilden. Onze boot bleek echter zo efficiënt dat we uiteindelijk met twintig minuten verschil gewonnen hebben!”, zegt Mes. Dat werd uitbundig gevierd, onder meer met een duik in de haven van alle dertig teamleden. Aarnink: “Het was een bizar moment. Ik heb drie nachten niet geslapen van de adrenaline.” Dat was ook omdat voor hem nu juist de drukste tijd aanbrak. “Ik had de volgende ochtend om zes uur al een radio-interview en de rest van de dag nog een stuk of tien.” Verruimde blik Inmiddels zijn ze weer bezig hun studie op te pakken. “Ik ben me aan het oriënteren op wat ik voor masteropleiding ga doen, ik denk aan iets van performance coaching”, vertelt Aarnink. Dat heeft alles te maken met zijn tijd bij de Solar Boat. “Zo’n jaar vormt je en verruimt je blik. Je leert veel over jezelf en over het team. Op zo’n intensieve manier samenwerken is heel bijzonder. Iedereen in het team moet zijn taak doen, anders kun je niet winnen.” Ook Mes is aan het denken gezet. “Ik denk dat ik de master Offshore Engineering ga doen. Je kiest een studie terwijl je nog niet weet wat al die andere studies inhouden en je komt ook niet snel buiten je vakgebied. In het team zaten alle studierichtingen bij elkaar en leer je hoe anderen naar dingen kijken en problemen aanpakken.” Haar keus heeft ook te maken met de missie van Solar Boat: samen met de sector werken aan duurzame scheepvaart. “Een containerschip zal nooit op zonnepanelen gaan varen en onze boten zullen ook niet in productie genomen worden. Waar we wel impact hebben, is de maritieme sector bewust maken van de mogelijkheden tot verduurzaming”, legt Aarnink uit. Mes: “Ik heb zelf ook heel over duurzaamheid geleerd het afgelopen jaar. Wij zijn de nieuwe generatie ingenieurs, die binnenkort het bedrijfsleven betreden. Als je daar met een frisse blik ingaat, kun je echt wat veranderen.” Wij zijn de nieuwe generatie ingenieurs, die binnenkort het bedrijfsleven betreden. Als je daar met een frisse blik ingaat, kun je echt wat veranderen Back to Home Health & Care Energy Transition Climate Action Urbanisation & Mobility Digital Society Willemijn Mes en Redmer Aarnink Dit is een Portrait of Science van D:Dreamhall In een breuk met traditie besloot het tiende Delftse Solar Boat-team om in 2019 mee te doen aan de offshore race van de Solar & Energy Boat Challenge in Monaco. “Wat de Delftse dreamteams uniek maakt is dat elk team zijn eigen doelen mag zetten voor het jaar”, vertelt exposure manager Redmer Aarnink. “Het is ontzettend leuk om als team vanaf nul te beginnen en je eigen boot te bouwen. Dat hoeft niet per se, maar vaak is het nodig omdat de wedstrijdregels veranderen of je aan een andere wedstrijd meedoet. Dit keer dus zelfs een hele nieuwe klasse, waar nog nooit een team uit Delft, of zelfs uit Nederland, aan had meegedaan.” Zeewaardig Een hele nieuwe klasse betekende andere eisen aan de boot. “Eigenlijk was er maar één harde eis: de boot mocht niet langer zijn dan twaalf meter. We hadden dus niet zoveel om ons aan vast te houden; we wisten alleen dat we zeewaardig moesten zijn”, vertelt Willemijn Mes, de Hull Design Engineer in het team. Het uiteindelijke ontwerp week dus compleet af van voorgaande versies: een trimaran met maar liefst 28 m2 aan zonnepanelen en een bemanning van drie personen. “Omdat de boot veel groter werd, moest hij ook demontabel worden voor het transport”, zegt Mes. Genoeg ontwerpuitdagingen dus. “Hoe meer onderdelen je los en vast moet kunnen maken, hoe meer er fout kan gaan tijdens de productie of tijdens de wedstrijd zelf. Dat maakte het ontwerp complex”, vertelt Mes. Bovendien had ze net als alle andere teamleden nog nooit een boot gebouwd. “Ik studeer civiele techniek, dan ligt botenbouw misschien niet zo voor de hand, maar je doet juist mee met zo’n project om te leren. Bovendien zeil ik al mijn hele leven; qua ontwerpproces heeft zo’n trimaran natuurlijk wel wat weg van een zeilboot, alleen de voortstuwing is anders.” Buiten je comfortzone Ook Aarnink ging als exposure manager buiten zijn comfortzone. “Ik wilde eigenlijk projectmanager worden, maar de oud-teamleden dachten dat dit een goeie rol voor me zou zijn”, vertelt hij. “Achteraf begrijp ik dat. Ik studeer technische natuurkunde en heb een brede technische achtergrond; ik kan dus elke techniek in de boot tot op een bepaald niveau wel begrijpen en uitleggen.” Zijn rol vond hij soms lastig. “In tegenstelling tot de andere teamleden had ik geen concreet doel om naar toe te werken. Ik probeerde ons verhaal met zoveel mogelijk mensen te delen, maar wat is veel en hoe effectief is dat? Het is een hele andere manier van kijken dan bij natuurkunde en dat was wel erg leerzaam.” Dat leerproces is essentieel voor de dreamteams die in de D:Dream Hall op de campus werken aan ambitieuze projecten als het bouwen van een zonneboot. D:Dream staat voor Delft: Dream Realization of Extremely Advanced Machines. Het is de plek waar teams studenten van over de hele universiteit een jaar lang toewerken naar een gemeenschappelijk doel. Ze doen alles zelf, van het ontwerpen tot het bouwen tot het projectmanagement, en leren en passant vaardigheden waar ze ook na hun studie veel aan hebben. Leerproces Fouten maken hoort ook bij een leerproces. Aarnink: “In de eerste maanden werd ik opeens gebeld door Radio 2, of ik die avond een live interview van twee minuten kon geven. Ik had me heel goed voorbereid, alleen had ik niet begrepen dat ik moest stoppen als ze dat zeiden. Ik ging dus door met praten en werd middenin afgebroken, Ik dacht, wat gebeurt hier nu?”, vertelt hij. “Ik had de hele dag op een beurs gestaan en het was half twaalf ’s avonds, dus dat verklaart veel. Ik had ook nog geen mediatraining gevolgd, omdat ik verwacht had dat de pers pas later geïnteresseerd zou zijn. Inmiddels kan ik er gelukkig om lachen.” Hard werken De grootste uitdaging voor Mes was het productieproces. “Voor de bouw van de rompen konden we productiefacili-teiten van onze partner VABO Composites in Emmeloord gebruiken. We deden alles zelf, maar het was fijn dat we hen ook om hulp konden vragen. Het was hard werken en het was ook zwaar dat we drie maanden lang in Emmeloord zaten en alleen in het weekend terug naar Delft kwamen.” Vervolgens moesten de onderdelen, die op verschillende locaties gebouwd waren, worden geassembleerd. “Dat duurde veel langer dan we verwacht hadden, mede vanwege dat complexe ontwerp. Alles moest passen en ook weer eenvoudig uit elkaar te halen zijn.” Uiteindelijk lukte dat. ”We hebben met zijn allen een goed werkende boot gebouwd, waar we heel trots op zijn”, zegt Aarnink. Ook het testvaren op de Westeinderplassen bij Aalsmeer verliep prima. De echte testvaart zou plaatsvinden op het IJsselmeer, waar de draagvleugels op de proef gesteld zouden worden. “Draagvleugels steken onder de boot uit. Als de boot snel genoeg gaat, kunnen ze de romp een stukje uit het water tillen, waardoor je veel minder weerstand hebt en hoge snelheden kunt bereiken”, legt Mes uit. Noodlot Op het IJsselmeer sloeg het noodlot echter toe: de linkervoorvleugel brak af. “Dat was een grote tegenslag. Draagvleugels zijn een deel van onze identiteit; de Solar Boat werkt er al jaren mee. Het was ook verschrikkelijk voor het team dat er zo hard aan gewerkt had”, vertelt Aarnink. “Dan ligt maanden werk opeens in het water”, zegt Mes. Tevergeefs zochten ze nog met duikers en een sonarboot, maar veel tijd om over deze tegenslag heen te komen was er niet. Met nog maar drie weken tot de wedstrijd in Monaco, zat er niets anders op dan zonder draagvleugels op weg te gaan. De race in Monaco vond op 5 en 6 juli plaats. Deelnemende teams moesten van Monaco naar Ventimiglia en terug varen; op de eerste dag één keer, en op de tweede dag twee keer. “Onze tegenstanders hadden allemaal elektrische speedboten. Die kunnen tot wel 100 kilometer per uur varen, maar die snelheid kunnen ze niet zo lang volhouden, daarom zijn ze op de lange afstand veel minder efficiënt. We dachten dus vooral op dag twee winst te kunnen boeken”, vertelt Aarnink. Mes: “Wij gaan minder hard, maar kunnen dat veel langer volhouden”. De wedstrijd zou dus op punten beslist worden aan het eind van dag twee. Rookontwikkeling “De eerste dag ging heel goed en werden we derde”, zegt Aarnink. “Maar op de terugweg in de haven zag de piloot rook. Toen hebben we alle systemen uitgezet en de boot naar de kant gesleept, terwijl we met brandblusser klaarstonden en de boot niet uit het oog verloren”, vertelt Mes. “Op dat moment wisten we niet wat er aan de hand was. Achteraf bleek het een elektrische storing in de zonnepanelen te zijn.” En weer stond het team voor een lastige beslissing. “We konden niet op die manier dag twee ingaan; veiligheid gaat voor alles. Maar niemand houdt van opgeven, dus besloten we om de zonnepanelen eraf te halen en op de batterijen te varen. Dat was een moeilijk moment: je bent eigenlijk je boot aan het demonteren.” Toch hield het team de moed erin, ook vanwege de goeie prestatie op de eerste dag. “De tweede dag was minder voorspelbaar. Wat zouden de andere teams gaan doen? Je mocht onderweg opladen, maar dan moest je drie uur in de haven blijven als penalty”, zegt Aarnink. “Dat hadden wij niet nodig, maar we konden wel minder hard varen dan we wilden. Onze boot bleek echter zo efficiënt dat we uiteindelijk met twintig minuten verschil gewonnen hebben!”, zegt Mes. Dat werd uitbundig gevierd, onder meer met een duik in de haven van alle dertig teamleden. Aarnink: “Het was een bizar moment. Ik heb drie nachten niet geslapen van de adrenaline.” Dat was ook omdat voor hem nu juist de drukste tijd aanbrak. “Ik had de volgende ochtend om zes uur al een radio-interview en de rest van de dag nog een stuk of tien.” Verruimde blik Inmiddels zijn ze weer bezig hun studie op te pakken. “Ik ben me aan het oriënteren op wat ik voor masteropleiding ga doen, ik denk aan iets van performance coaching”, vertelt Aarnink. Dat heeft alles te maken met zijn tijd bij de Solar Boat. “Zo’n jaar vormt je en verruimt je blik. Je leert veel over jezelf en over het team. Op zo’n intensieve manier samenwerken is heel bijzonder. Iedereen in het team moet zijn taak doen, anders kun je niet winnen.” Ook Mes is aan het denken gezet. “Ik denk dat ik de master Offshore Engineering ga doen. Je kiest een studie terwijl je nog niet weet wat al die andere studies inhouden en je komt ook niet snel buiten je vakgebied. In het team zaten alle studierichtingen bij elkaar en leer je hoe anderen naar dingen kijken en problemen aanpakken.” Haar keus heeft ook te maken met de missie van Solar Boat: samen met de sector werken aan duurzame scheepvaart. “Een containerschip zal nooit op zonnepanelen gaan varen en onze boten zullen ook niet in productie genomen worden. Waar we wel impact hebben, is de maritieme sector bewust maken van de mogelijkheden tot verduurzaming”, legt Aarnink uit. Mes: “Ik heb zelf ook heel over duurzaamheid geleerd het afgelopen jaar. Wij zijn de nieuwe generatie ingenieurs, die binnenkort het bedrijfsleven betreden. Als je daar met een frisse blik ingaat, kun je echt wat veranderen.” Wij zijn de nieuwe generatie ingenieurs, die binnenkort het bedrijfsleven betreden. Als je daar met een frisse blik ingaat, kun je echt wat veranderen Willemijn Mes en Redmer Aarnink Dit is een Portrait of Science van D:Dreamhall Back to Home Health & Care Energy Transition Climate Action Urbanisation & Mobility Digital Society Noodlot Op het IJsselmeer sloeg het noodlot echter toe: de linkervoorvleugel brak af. “Dat was een grote tegenslag. Draagvleugels zijn een deel van onze identiteit; de Solar Boat werkt er al jaren mee. Het was ook verschrikkelijk voor het team dat er zo hard aan gewerkt had”, vertelt Aarnink. “Dan ligt maanden werk opeens in het water”, zegt Mes. Tevergeefs zochten ze nog met duikers en een sonarboot, maar veel tijd om over deze tegenslag heen te komen was er niet. Met nog maar drie weken tot de wedstrijd in Monaco, zat er niets anders op dan zonder draagvleugels op weg te gaan. De race in Monaco vond op 5 en 6 juli plaats. Deelnemende teams moesten van Monaco naar Ventimiglia en terug varen; op de eerste dag één keer, en op de tweede dag twee keer. “Onze tegenstanders hadden allemaal elektrische speedboten. Die kunnen tot wel 100 kilometer per uur varen, maar die snelheid kunnen ze niet zo lang volhouden, daarom zijn ze op de lange afstand veel minder efficiënt. We dachten dus vooral op dag twee winst te kunnen boeken”, vertelt Aarnink. Mes: “Wij gaan minder hard, maar kunnen dat veel langer volhouden”. De wedstrijd zou dus op punten beslist worden aan het eind van dag twee. Rookontwikkeling “De eerste dag ging heel goed en werden we derde”, zegt Aarnink. “Maar op de terugweg in de haven zag de piloot rook. Toen hebben we alle systemen uitgezet en de boot naar de kant gesleept, terwijl we met brandblusser klaarstonden en de boot niet uit het oog verloren”, vertelt Mes. “Op dat moment wisten we niet wat er aan de hand was. Achteraf bleek het een elektrische storing in de zonnepanelen te zijn.” En weer stond het team voor een lastige beslissing. “We konden niet op die manier dag twee ingaan; veiligheid gaat voor alles. Maar niemand houdt van opgeven, dus besloten we om de zonnepanelen eraf te halen en op de batterijen te varen. Dat was een moeilijk moment: je bent eigenlijk je boot aan het demonteren.” Toch hield het team de moed erin, ook vanwege de goeie prestatie op de eerste dag. “De tweede dag was minder voorspelbaar. Wat zouden de andere teams gaan doen? Je mocht onderweg opladen, maar dan moest je drie uur in de haven blijven als penalty”, zegt Aarnink. “Dat hadden wij niet nodig, maar we konden wel minder hard varen dan we wilden. Onze boot bleek echter zo efficiënt dat we uiteindelijk met twintig minuten verschil gewonnen hebben!”, zegt Mes. Dat werd uitbundig gevierd, onder meer met een duik in de haven van alle dertig teamleden. Aarnink: “Het was een bizar moment. Ik heb drie nachten niet geslapen van de adrenaline.” Dat was ook omdat voor hem nu juist de drukste tijd aanbrak. “Ik had de volgende ochtend om zes uur al een radio-interview en de rest van de dag nog een stuk of tien.” Verruimde blik Inmiddels zijn ze weer bezig hun studie op te pakken. “Ik ben me aan het oriënteren op wat ik voor masteropleiding ga doen, ik denk aan iets van performance coaching”, vertelt Aarnink. Dat heeft alles te maken met zijn tijd bij de Solar Boat. “Zo’n jaar vormt je en verruimt je blik. Je leert veel over jezelf en over het team. Op zo’n intensieve manier samenwerken is heel bijzonder. Iedereen in het team moet zijn taak doen, anders kun je niet winnen.” Ook Mes is aan het denken gezet. “Ik denk dat ik de master Offshore Engineering ga doen. Je kiest een studie terwijl je nog niet weet wat al die andere studies inhouden en je komt ook niet snel buiten je vakgebied. In het team zaten alle studierichtingen bij elkaar en leer je hoe anderen naar dingen kijken en problemen aanpakken.” Haar keus heeft ook te maken met de missie van Solar Boat: samen met de sector werken aan duurzame scheepvaart. “Een containerschip zal nooit op zonnepanelen gaan varen en onze boten zullen ook niet in productie genomen worden. Waar we wel impact hebben, is de maritieme sector bewust maken van de mogelijkheden tot verduurzaming”, legt Aarnink uit. Mes: “Ik heb zelf ook heel over duurzaamheid geleerd het afgelopen jaar. Wij zijn de nieuwe generatie ingenieurs, die binnenkort het bedrijfsleven betreden. Als je daar met een frisse blik ingaat, kun je echt wat veranderen.” Andere Portraits of Science De volgende fase in vliegtuigontwerp Ontwerpen voor een betere wereld

leestijd: 8 minuten

Rekenen aan gigantische aspluimen

Op de Filipijnen spuwt de vulkaan Taal lava, as en stoom de lucht in. Vulkanologen vrezen dat een nieuwe grotere uitbarsting nabij is. Tien jaar geleden was Europa in de ban van een enorme aspluim uit de Eyjafjallaj ö kull op IJsland. Dit legde het vliegverkeer volledig plat en kostte veel geld. PhD’ers Guangliang Fu en Sha Lu onderzochten hoe zo’n aspluim zich gedraagt en hoe je kunt voorspellen waar deze naartoe gaat. Tien jaar geleden was Europa in de ban van een enorme aspluim na de vulkaanuitbarstingen onder de IJslandse gletsjer Eyjafjallaj ö kull. Dit legde het vliegverkeer volledig plat in een groot deel van Europa, zorgde voor overlast en kostte veel geld. PhD’ers Guangliang Fu en Sha Lu, die hun promotie aan de TU Delft deden in 2017, onderzochten hoe zo’n aspluim zich gedraagt en hoe je kunt voorspellen waar deze naartoe gaat. Een onderwerp dat (opnieuw) hartstikke actueel is nu de Filipijnse vulkaan Taal onrustig is. De berg spuwt lava, as en stoom de lucht in. En vulkanologen vrezen dat een nieuwe grotere uitbarsting nabij is. De gigantische aspluim, die na de uitbarsting van de Eyjafjallajökull de lucht ingeblazen werd, zorgde voor een indrukwekkend gezicht, maar bracht ook direct aan het licht dat wetenschappers zich er nog geen raad mee wisten. Want hoe de aspluim zich zou ontwikkelen was een raadsel. ‘De vulkaanas is zeer schadelijk voor vliegtuigmotoren, waardoor geen enkel risico werd genomen en vliegtuigen aan de grond bleven. Maar hadden we wel geweten waar de aspluim naartoe ging, dan was het mogelijk geweest om er bijvoorbeeld omheen te vliegen,’ zegt Guangliang Fu. Het lukte Guangliang om een voorspeller te maken, die berekent hoe de aspluim zich in de twee dagen erna gedraagt. Dat is van onschatbare waarde voor luchtvaartmaatschappijen en vliegvelden. Fu is een van de eersten die harde getallen levert over de verspreiding van aspluimen. Hij slaagde daarin door onder meer op een slimme manier meetvliegtuigen in te zetten. Natuurlijk is er informatie van satellieten, maar die is te beperkt en geeft geen volledig beeld. Het is veel beter om een vliegtuig naar de pluim te sturen, die metingen verricht. Daardoor weet je onder meer de hoeveelheid deeltjes en de soort. Fu gebruikt deze data in zijn voorspelsysteem. ‘Je weet dankzij deze voorspelling of je bijvoorbeeld over Frankrijk kunt vliegen en als dat niet lukt of uitwijken naar Duitsland dan verstandig is.’ Voldoen aan de wetten in de atmosfeer Eenvoudig was het niet om zo’n voorspelling te maken. Dat komt door het meetvliegtuig, want dat heeft geen vaste locatie en zit steeds op een andere plek. ‘Daarom is het lastig om de data te verwerken en werden deze gegevens nog niet eerder gebruikt,’ zegt Fu. Hij slaagde erin een algoritme te maken dat precies weet wanneer en op welke locatie een meting is van het vliegtuig. Deze gegevens worden in het voorspelmodel van Fu gecombineerd met weersvoorspellingen. ‘Op basis van het model krijg je een uitkomst waar de pluim zich naartoe begeeft. Vervolgens kun je met een vliegtuig nagaan of dit klopt. Als uit die metingen blijkt dat de aspluim zich naar een andere plek verplaatst, dan past het model de voorspelling daar automatisch op aan. . Zo corrigeer je op een goede manier en voldoe je toch aan de fysische wetten in de atmosfeer,’ zegt Fu. Het reconstrueren van aspluimen Tegelijkertijd werkte Sha Lu ook aan promotieonderzoek naar aspluimen. Zij bekeek hoe je een aspluim kunt reconstrueren. Op welke hoogte ging de as de lucht in en hoe hoog was deze? Ze rekent vanuit de lucht terug naar de uitbarsting zelf. Bestaande methoden konden dit nog niet. ‘Satellieten geven alleen maar gegevens over de totale kolom. Die zien vanuit de lucht niet op welke hoogte de as is, maar alleen de totale hoeveelheid in de atmosfeer op een bepaalde locatie. Maar niet de verticale verdeling,’ zegt Lu. Toch kan ze de satellietgegevens wel degelijk gebruiken. Ze gebruikt metingen van satellieten op verschillende locaties. En ze combineert dit met gegevens van de meteorologie, want er is bekend op welke verschillende hoogtes welke windsnelheid is. ‘Voeg je dit samen dan weet je hoe de as verticaal verdeeld is. Het gaat daarbij om kleine verschillen die je uit heel veel data moet halen. Het gaat om heel subtiele effecten, bijvoorbeeld er is een windsnelheid 7 op laag 8 en 9, maar een snelheid van 6 op laag 5,’ zegt ze. De informatie zit als het ware verstopt in een hele berg gegevens. De methode van Lu is uitermate nauwkeurig doordat ze met haar algoritme uit veel verschillende bronnen informatie haalt. Dit is een geactualiseerde vrsie van een artikel dat in april 2017 verscheen Tekst : Robert Visscher | Foto : Mark Prins Huwelijksaanzoek Guangliang Fu en Sha Lu Lu en Fu ontmoetten elkaar tijdens hun bacheloropleiding Wiskunde in China. ‘We volgden samen een hoorcollege, waar zo’n tweehonderd studenten zaten. Ze viel mij meteen op, omdat ze zo knap is,’ zegt Fu. Hij sprak haar aan en sindsdien zijn ze samen. Na hun studie wilden ze promoveren, maar alleen als ze beiden een aanstelling kregen en die kans verscheen in Delft. ‘We vinden het hier geweldig. Mensen zijn heel direct en delen hun kennis met ons. Daar leer ik heel veel van,’ zegt Lu. Over werk praten ze thuis zelden. ‘Dat bewaren we voor het kantoor. We willen elkaars onderzoek niet beïnvloeden, zonder dat er collega’s bij zijn. Bovendien is het vaak beter als je kritiek krijgt van een ander, dan van je partner,’ zegt Fu lachend. Delft neemt al een bijzondere plek in hun leven in, omdat ze er met zoveel plezier wonen en werken. Maar het werd nog specialer toen Fu Lu ten huwelijk vroeg direct nadat ze gepromoveerd was in de Aula. ‘Het was voor mij een complete verrassing en een schitterend moment,’ zegt Lu. ‘Mijn ouders waren erbij aanwezig en ik vond het geweldig. Bij elkaar en hier in Nederland voelen we ons thuis.’ Lu en Fu wonen nu, bijna drie jaar later, nog steeds in Delft en zijn inmiddels getrouwd. Ze werken beide bij SRON, het Nederlands instituut voor ruimteonderzoek, in Utrecht. Tijdens hun promotieonderzoek werden Guangliang Fu en Sha Lu begeleid door Arnold Heemink. Heemink is hoogleraar Mathematische Fysica aan de faculteit Elektrotechniek, Wiskunde en Informatica. De afgelopen decennia heeft hij zich onder meer bezig gehouden met dijkbescherming tegen overstromingen, oliestroming in boorputten en de verspreiding van verontreiniging in het grondwater. Zijn verschillende onderzoeken leidden niet alleen tot ruim honderd publicaties in wetenschappelijke tijdschriften, maar ook tot praktijkgerichte modellen die door onderzoeksinstellingen en bedrijven als Deltares, Rijkswaterstaat, TNO en Shell worden gebruikt. Daarnaast levert Heemink een grote bijdrage aan het wiskundeonderwijs van de TU Delft. Door de jaren heen studeerden tientallen wiskundig ingenieurs bij Heemink af en nog meer promovendi verkregen onder zijn begeleiding het doctoraat. De afgelopen jaren deed een andere PhD’er – Jianbing Jin – onderzoek naar grote, hevige zandstormen. Heemink: ‘China heeft erg veel last van zandstormen die in de Gobiwoestijn, Mongolië, zijn ontstaan. Het liefst wil je weten wanneer zo’n storm eraan komt, zodat je iedereen op tijd kunt waarschuwen, maar dat is nog behoorlijk lastig.’ Jianbing zocht uit hoe en wáár zanddeeltjes de lucht instuiven. Lees er alles over in het artikel Zet je schrap, er komt een zandstorm aan! . Back to Home Climate Action Urbanisation & Mobility Health & Care Energy Transition Digital Society Arnold Heemink A.W.Heemink@ewi.tudelft.nl Dit is een story van Elektrotechniek, Wiskunde & Informatica Tien jaar geleden was Europa in de ban van een enorme aspluim na de vulkaanuitbarstingen onder de IJslandse gletsjer Eyjafjallaj ö kull. Dit legde het vliegverkeer volledig plat in een groot deel van Europa, zorgde voor overlast en kostte veel geld. PhD’ers Guangliang Fu en Sha Lu, die hun promotie aan de TU Delft deden in 2017, onderzochten hoe zo’n aspluim zich gedraagt en hoe je kunt voorspellen waar deze naartoe gaat. Een onderwerp dat (opnieuw) hartstikke actueel is nu de Filipijnse vulkaan Taal onrustig is. De berg spuwt lava, as en stoom de lucht in. En vulkanologen vrezen dat een nieuwe grotere uitbarsting nabij is. De gigantische aspluim, die na de uitbarsting van de Eyjafjallajökull de lucht ingeblazen werd, zorgde voor een indrukwekkend gezicht, maar bracht ook direct aan het licht dat wetenschappers zich er nog geen raad mee wisten. Want hoe de aspluim zich zou ontwikkelen was een raadsel. ‘De vulkaanas is zeer schadelijk voor vliegtuigmotoren, waardoor geen enkel risico werd genomen en vliegtuigen aan de grond bleven. Maar hadden we wel geweten waar de aspluim naartoe ging, dan was het mogelijk geweest om er bijvoorbeeld omheen te vliegen,’ zegt Guangliang Fu. Het lukte Guangliang om een voorspeller te maken, die berekent hoe de aspluim zich in de twee dagen erna gedraagt. Dat is van onschatbare waarde voor luchtvaartmaatschappijen en vliegvelden. Fu is een van de eersten die harde getallen levert over de verspreiding van aspluimen. Hij slaagde daarin door onder meer op een slimme manier meetvliegtuigen in te zetten. Natuurlijk is er informatie van satellieten, maar die is te beperkt en geeft geen volledig beeld. Het is veel beter om een vliegtuig naar de pluim te sturen, die metingen verricht. Daardoor weet je onder meer de hoeveelheid deeltjes en de soort. Fu gebruikt deze data in zijn voorspelsysteem. ‘Je weet dankzij deze voorspelling of je bijvoorbeeld over Frankrijk kunt vliegen en als dat niet lukt of uitwijken naar Duitsland dan verstandig is.’ Voldoen aan de wetten in de atmosfeer Eenvoudig was het niet om zo’n voorspelling te maken. Dat komt door het meetvliegtuig, want dat heeft geen vaste locatie en zit steeds op een andere plek. ‘Daarom is het lastig om de data te verwerken en werden deze gegevens nog niet eerder gebruikt,’ zegt Fu. Hij slaagde erin een algoritme te maken dat precies weet wanneer en op welke locatie een meting is van het vliegtuig. Deze gegevens worden in het voorspelmodel van Fu gecombineerd met weersvoorspellingen. ‘Op basis van het model krijg je een uitkomst waar de pluim zich naartoe begeeft. Vervolgens kun je met een vliegtuig nagaan of dit klopt. Als uit die metingen blijkt dat de aspluim zich naar een andere plek verplaatst, dan past het model de voorspelling daar automatisch op aan. . Zo corrigeer je op een goede manier en voldoe je toch aan de fysische wetten in de atmosfeer,’ zegt Fu. Arnold Heemink A.W.Heemink@ewi.tudelft.nl Dit is een story van Elektrotechniek, Wiskunde & Informatica Back to Home Climate Action Urbanisation & Mobility Health & Care Energy Transition Digital Society Related stories Geluidloze luchtvaart heeft toekomstmuziek Roboats in Amsterdam Intelligente, zelf-drijvende windmolens