Normaal gesproken bevind je je bij het voortduwen van een rolstoel direct achter de persoon in de stoel. Niet alleen zie en hoor je elkaar hierdoor moeilijker, het voelt ook onnatuurlijk. Het zou fijner zijn om je naast elkaar voort te bewegen, net als twee wandelende mensen zonder beperkingen. Is er een technische oplossing voor deze zeer menselijke uitdaging?

Als fysiotherapeut voor kinderrevalidatie bij revalidatiecentrum Rijndam weet Nicole van den Dries-Luitwieler wat het is om mensen in een rolstoel voort te duwen. Als moeder van een volledig zorgafhankelijk kind is ze bovendien ervaringsdeskundige. “Mijn dochter geniet er enorm van als ik met haar ga wandelen, maar ze communiceert non-verbaal, door schreeuwen en lichaamsbewegingen. Om met haar te communiceren, moet je dus stilstaan en kijken”, vertelt Van den Dries. Contact houden tijdens het lopen is niet alleen prettiger, maar is bij deze doelgroep vaak echt cruciaal. “Deze kinderen hebben allemaal verschillende problemen, dus je moet ze observeren, zodat je tijdig kunt ingrijpen als een kind bijvoorbeeld verstikkingsverschijnselen krijgt door een reflux, of een epileptische aanval door de lichtprikkels buiten. Het is heel complex.”

“Het is het natuurlijkst om naast de rolstoel te lopen”, zegt Van den Dries-Luitwieler. En dat idee kan een revolutie teweegbrengen in rolstoelgebruik voor veel verschillende gebruikersgroepen, van meervoudig gehandicapte kinderen tot dementerende ouderen.

Ziggy – net als de kat

Dit casusgebaseerde project wordt geleid door Heike Vallery, hoogleraar Human Motor Augmentation bij de TU Delft en honorair hoogleraar innovatieve revalidatietechnologie bij de afdeling Revalidatiegeneeskunde van het Erasmus MC. Ze legt uit: “Als je gewoon een stang aan de zijkant van een rolstoel zou bevestigen, zou de rolstoel in een rondje bewegen als je tegen de stang duwt. Moment = kracht x afstand. Dat is het natuurkundige principe.”

Samen met werktuigbouwkundig ingenieur Lucy Bennett en promovendus Bram Sterke vond ze een ongelooflijk elegante oplossing met een eenvoudig duwhandvat en een aangepast zwenkwieltje. Hun oplossing, die ze Ziggy noemden naar de zeventien jaar oude kat van Bennett, houdt in dat de rolstoel onder een schuine hoek wordt bestuurd. Er is patent aangevraagd op het idee, dat vergelijkbaar is met scheefhangen op de fiets om een bocht te maken, en waarmee elke rolstoel even gemakkelijk en effectief vanaf de zijkant kan worden voortgeduwd als van achteren.

Op tournee door Nederland

Met financiering van het revalidatiecentrum Rijndam en het Erasmus MC leidt Bennett het project nu in de volgende fase: gebruikers bereiken. “Bij elke technische oplossing is het belangrijk om de gebruiker centraal te stellen. Doe je dat niet, dan vergeet je soms degene die ermee moet worden geholpen, wat het product meestal niet ten goede komt”, zegt Bennett, die gebruikers altijd bij elke stap van haar ontwerpprocessen betrekt. “Momenteel maken we het volgende prototype van Ziggy gereed voor een tournee langs Nederlandse verzorgingshuizen, dagopvangverblijven en andere groepen gebruikers. Wij zijn altijd op zoek naar andere perspectieven en deze tournee helpt ons daarbij.”

Op weg naar een start-up

Met flinke steun van zijn gebruikers is Ziggy nu hard op weg om een commercieel verkrijgbaar product te worden. Aan de laatste ontwikkelfase van het project is bijgedragen door een groep honoursstudenten van de TU Delft: Job Sesink, Anne-Wil van Werkhoven, Mark Noordermeer, Shane van Rhijn, Tim van Baast en Evy Ligtvoet. “Zij hebben allerlei innovatieve en elegante ontwerpen, talrijke prototypes en een hoop enthousiasme aan het project toegevoegd”, vertelt Bennett. “In samenspraak met gebruikers wisten ze technisch verantwoorde ontwerpen te produceren. We waren daar enorm van onder de indruk.” Bennett is van plan om Ziggy na de laatste technische ontwikkelingen in 2022 tot een sociale onderneming te maken.

De TU Delft studenten BioMechanical Engineering tonen hier het voorlopige prototype aan Nicole van den Dries-Luitwieler en haar dochter Yrsa. Tijdens hun bezoek maken ze kennis met Yrsa en vragen zowel moeder als dochter naar hun mening en input voor de ontwikkeling van het prototype.

Studenten: Job Sesink (links) Mark Noordermeer (rechts) en Anne-Wil van Werkhoven

Schoolvoorbeeld van convergentie

Volgens Heike Vallery is het project een schoolvoorbeeld van samenwerking in het kader van de convergentie van de Erasmus Universiteit Rotterdam, het Erasmus MC en de TU Delft. “Een gebruiker (of therapeut of familielid) komt bij ons met een vraag waar we zelf nooit opgekomen zouden zijn. Vervolgens gaan wij als interdisciplinaire groep van ingenieurs en therapeuten het probleem onderzoeken en schakelen we studenten of promovendi in”, zegt ze. “Het zou mooi zijn als veel meer mensen dergelijke individuele gevallen zouden aandragen. In de huidige samenwerking hebben we al dagelijks contact met collega’s van de kliniek, maar er leven veel interessante vragen bij mensen die niet bekend zijn met het onderzoek.”

De TU Delft en het Erasmus MC zijn nu een structuur aan het opzetten voor het ontwerpen en produceren van kleinschalige oplossingen. “De kwestie van de intellectuele eigendom hebben we goed op de rails, maar er moet nog veel meer geregeld worden tussen de beide instellingen. Dan heb je het over ontwerpprocessen en workshops, maar ook over regelgeving.” Zo moeten sinds mei 2021 alle medische hulpmiddelen die in Europa op de markt komen, voldoen aan de strenge eisen van de Verordening betreffende medische hulpmiddelen van de Europese Unie. “Je moet dus goed vastleggen wie de fabrikant is en wie aansprakelijk is.”

Van den Dries herkent dergelijk geregel; als therapeut en ouder, maar ook als promovendus aan de Hanzehogeschool, waar ze onderzoek doet naar de kracht en het welbevinden van gezinnen met kinderen met meervoudige beperkingen. “Deze gezinnen bieden veel aanknopingspunten voor de ontwikkeling van innovatieve producten, maar er zijn zoveel dingen om op te letten als je iets op de markt probeert te brengen. Dat is nu een van de belangrijkste aandachtspunten in ons onderzoek.” Binnen de convergentie zullen hopelijk binnenkort veel meer van dergelijke innovaties binnen handbereik komen.