Een wereldwijde zonwering

Afgelopen augustus was het ongekend heet in Nederland en de rest van Europa. Nog nooit werd er zoveel reclame gemaakt voor zonweringen en rolluiken. Klimaatprofessor Herman Russchenberg pleit op verschillende podia voor een wereldwijde zonwering.

Niet eerder hadden we acht tropische dagen op rij in De Bilt. Warmterecords worden in zo’n hoog tempo verbroken dat niemand er meer van opkijkt. Maakt niemand zich zorgen over hoe krachtig de klimaatverandering zich manifesteert?

Jazeker wel. Onderzoekers zien dat veel landen er niet in slagen om de zelfopgelegde klimaatdoelstellingen waar te maken. Het energiegebruik wil maar niet zakken, en de extra opbrengst van duurzame zonne- en windenergie wordt gemakkelijk overvleugeld door het gestegen gebruik van datacentra, ruimtekoeling, elektrisch rijden of de aanmaak van groene waterstof. Daar komt bij dat de zelfopgelegde CO₂-reducties bij elkaar opgeteld niet genoeg zijn om binnen de kritische grens van 2 graden temperatuurstijging (ten opzichte van het pre-industriële tijdperk) van het Parijse klimaatakkoord te blijven. “Laat duidelijk zijn: de acties die we nu nemen om de CO₂-uitstoot te verlagen zijn niet genoeg”, zei hoogleraar atmospheric remote sensing Herman Russchenberg onlangs in NRC. “Het gáát te warm worden op aarde. Daarom moeten we in 2040 klaarstaan met technieken om het hier tijdelijk te laten afkoelen.”

Klimaat beïnvloeden

Geen wonder dus dat klimaatonderzoekers op zoek gaan naar nieuwe technieken, en daarbij op een terrein komen dat tot voor kort als taboe werd beschouwd: climate engineering, ofwel: het doelbewust beïnvloeden van het klimaat. Klimaatverandering is tot nu toe een onbedoeld bijeffect van het onbekommerd gebruik van fossiele brandstoffen en het broeikaseffect van de CO₂ die daarbij vrijkomt. Doelbewuste beïnvloeding van het klimaat roept al gauw het beeld op van een tovenaarsleerling die door zijn naïeve ingrijpen de boel alleen maar verergert.

Boeman

Prof.dr.ir. Herman Russchenberg, directeur van het Delft Climate Institute, herkent dat wel. Hij denkt al langer na over hoe je het klimaat kunt beïnvloeden en zoekt daarmee de publiciteit. “Jaren geleden werd ik weggezet als een boeman, als een professor in een witte jas die gekke dingen aan het doen was en de aarde wilde verknallen.” De laatste tijd ziet hij de afkeer verminderen en de interesse toenemen. “Het besef dat klimaatverandering bestaat, daalt steeds dieper bij mensen in. Ze begrijpen dat we dit soort technieken nodig kunnen hebben en dat we ons daarop moeten voorbereiden.”

Prof. Herman Russchenberg: "Het besef dat klimaatverandering bestaat, daalt steeds dieper bij mensen in."

De technieken waar Russchenberg op doelt, zijn te verdelen in twee categorieën: vermindering van de zonne-instraling (zie de tekening op pagina 10, Z1 t/m4) en CO₂-verwijdering (C1 t/m6). Inmiddels kent het veld van geo-engineering of climate engineering, zoals Russchenberg het liever noemt, tien verschillende technieken die alle in een pril stadium van onderzoek verkeren. Uit dat hele scala wordt aerosol-injectie in de stratosfeer als meest kansrijke vorm gezien omdat Stratospheric Aerosol Injection (SIA) zowel technisch als financieel haalbaar zou zijn.

Studies uit Harvard schetsen het beeld van vierduizend vluchten per jaar met een speciaal tankvliegtuig naar twintig kilometer hoogte waar dan kleine witte zwavelhoudende deeltjes verspreid worden. Dat zulke deeltjes effectief een deel van het zonlicht weerkaatsen waardoor minder zonnewarmte de aarde bereikt, is bekend van grote vulkaanerupties die in de regel gevolgd worden door een tijdelijke maar wereldwijde afkoeling.

Ik denk dat climate engineering een veel te belangrijk onderwerp is om aan één land over te laten

In de smaak

In Delft vinden inmiddels de eerste verkennende onderzoeken plaats. Zo is er een ontwerp gemaakt voor een Stratospheric Aerosol Geo-engineering Aircraft. In laboratoria doen studenten metingen aan de reflecties van druppeltjes, en anderen modelleren wolkenvorming en het effect op klimaatmodellen.

Climate engineering valt in de smaak bij studenten, ziet Russchenberg. Het geeft het gevoel dat er iets te doen is aan de klimaatverandering. “De insteek is positiever dan hoe politiek beleid vaak wordt ervaren; namelijk dat je iets moet inleveren.”

Ongewenste effecten

Niettemin staan er tal van technische, praktische en ethische vragen open. Wat is bijvoorbeeld het effect op de mondiale neerslag? Wat is het effect van de aerosolen op de ozonlaag? Wie beslist wanneer en hoeveel aerosolen gesproeid gaan worden, en hoe zeker zijn we van het effect? Kan het ook te ver doorschieten, en wat dan? Wat gebeurt er als we er na een aantal jaren opeens mee ophouden? En het gevaarlijkst van al: hoe voorkom je dat mensen climate-engineering gaan zien als excuus om niet langer hun CO₂-uitstoot te verminderen?

Russchenberg zegt zich van al die onzekerheden bewust te zijn, maar hij hoopt toch dat Nederland en Europa zullen investeren in het onderzoek. Al was het maar om op niveau mee te kunnen praten met de Verenigde Staten. “Er worden daar vele miljoenen in dit onderzoek gepompt en ze doen veel kennis op. Ik denk dat climate engineering een veel te belangrijk onderwerp is om aan één land over te laten. Het zijn technieken met een mondiale impact, dan wil je niet dat de besluitvorming daarover in handen van één land is.”