Verslag 30 januari 2019

Fiets als ´motor´ achter de leefbare stad

Impressie masterclass 30 januari 2019 ‘De fiets als vehikel voor transitie’

Zoals er een paar jaar geleden maar één fietsambtenaar bij IenW was, zo waren er vroeger ook maar enkele wetenschappers die onderzoek deden naar de fiets. Maar die tijden zijn voorbij. Bert Zinn heeft inmiddels wel vijftien collega’s en het fietsonderzoek is ‘booming’. Veel van het onderzoek vindt plaats in het VerDuS SURF-project Smart Cycling Futures (SCF) dat zich buigt over de vele wegen waarlangs fietsen bijdraagt aan een meer leefbare stad. Deelfietsen, fietsstraten, ‘bike oriented development’, gezondheid, data-inzameling en het perspectief van de fietser zelf – alles kwam aan bod tijdens de masterclass.

KIS-directeur Lilian van den Aarsen was blij met de grote opkomst. ‘We staan als IenW zelf aan de wieg van het onderzoek dat vandaag gepresenteerd wordt. IenW is immers één van de samenwerkingspartners in het onderzoeksprogramma VerDuS SURF, dat door NWO wordt uitgevoerd. We vinden het belangrijk dat we kennis zoals deze momenteel wordt ontwikkeld met elkaar delen. Fietsen is immers van groot belang voor de transities waar IenW voor staat; de wetenschappelijke onderbouwing daarvan horen we vandaag.’

Deelfietsexperiment
Middagvoorzitter Vincent Marchau (TUD) gaf aan dat de opzet voor de middag deze keer anders was dan normaal. ‘Nu geen twee hoogleraren, maar nota bene zes verschillende onderzoekers van verschillende universiteiten en hogescholen.’ Jacco Farla (UU) trapte als plaatsvervangend projectleider af. ‘Er is nog altijd weinig kennis over de fiets beschikbaar. We ontwikkelen die binnen SCF niet van achter ons bureau, maar hanteren een aanpak met experimenten in living labs. We doen dat in samenwerking met vier steden: Zwolle, Amsterdam, Eindhoven en Utrecht – op een veelheid aan thema’s. Belangrijk is dat we interventies rond de fiets dan direct kunnen uitproberen, monitoren en evalueren. Denk hierbij aan het experiment dat we onlangs met de gemeente Utrecht zijn gestart rond een deelfietsaanbieder rond het Utrecht Science Park. We proberen de mensen die naar de campus willen komen te verleiden om niet allemaal via Utrecht Centraal te komen, maar ook kleinere stations te gebruiken in combinatie met een free floating deelfietssysteem. Dit zou drukte moeten schelen. We doen onderzoek naar wie de gebruikers zijn, wat hun motieven zijn, wat de duurzaamheidseffecten zijn en welke problemen de aanwezigheid van deelfietsen eventueel oplevert.’

Zoektocht
Er zijn vier typen business modellen voor deelfietssystemen, waarbij de trend is dat er steeds meer free floating systemen komen. Farla: ‘Hiervoor is geen aparte infrastructuur nodig, maar er liggen wel uitdagingen in het mooi en toegankelijk houden van de openbare ruimte. Je ziet dat de rol van de lokale overheid dan ook verandert van initiator en subsidieverstrekker naar regulator.’
De living lab-aanpak is nog niet zo heel gebruikelijk voor dit type wetenschappelijke onderzoeksprojecten, vertelt Farla. ‘Elke stad werkt anders en het is steeds een zoektocht om uit te vinden wie nu welke verantwoordelijkheid moet nemen. Het organiseren van experimenten kost veel tijd, maar levert wel een meerwaarde op voor zowel de onderzoekers als de gemeenten. Je krijgt een kijkje in elkaars keuken en denkt echt met elkaar mee.’

Gunstig neveneffect van fietsdiefstal
Samuel Nello Deakin (UvA) vertelde over zijn promotie-onderzoek rond bike-oriented development. ‘Naast auto-, OV- en loop-georiënteerde stedenbouw, is het interessant om na te denken over hoe een fiets-georiënteerde stad er uit zou zien. Dat is niet alleen een kwestie van goede fietspaden aanleggen. Er zijn veel data over het belang van infrastructuur, wat natuurlijk ook gemakkelijk meetbaar is. Maar met sociale en esthetische factoren ligt dat veel complexer. Wat we al wel weten, is ‘hoe hoger de dichtheid, hoe meer men fietst’ en ook ‘hoe hoger opgeleid, hoe meer men fietst.’ Ook doe ik onderzoek naar nieuwkomers in Amsterdam. Waarom gaan ze fietsen? Onder andere omdat het in Amsterdam de norm is en omdat stad er op is ingericht, maar ook omdat mensen in Amsterdam heel goedkoop aan een fiets kunnen komen. Dat is een min of meer positief neveneffect van fietsdiefstal…’

Wat voel je?
Promotie-onderzoeker George Liu (TUE) vroeg de aanwezigen om zich in te leven in de fietser die over de beroemde Hovenring in Eindhoven fietst. ‘Wat voel je dan precies?’ Deelnemers in de zaal riepen onder meer ´vrijheid´ en ´kou´ en ´lekker geen verkeerslichten´, maar ook ´schoonheid´ en ´duur!´. Liu´s promotie-onderzoek gaat over fietsbeleving. ´Eerst moest ik zien dat we met z´n allen dezelfde taal daarover spreken als wetenschappers, praktijkpartijen en fietsers, want daar zit gek genoeg wel wat verschil in. Vervolgens ben ik gaan kijken hoe we al die verschillende belevingsaspecten kunnen vertalen in ruimtelijk ontwerp. Hoe kunnen we het fietsen voor mensen zo aangenaam mogelijk maken? Soms zit dat niet in de kortste route, maar in de aantrekkelijkste route, bijvoorbeeld.´

De status van de fietsstraat
Matthew Bruno (TUE) promoveert op de governance rond fietsinnovaties, zoals de introductie van fietsstraten. Hij liep in vogelvlucht de geschiedenis van de fietsstraat langs, die is gestart in Duitsland en België met verschillende uitwerkingen van wet- en regelgeving en het gebruik van verkeersborden. Hij bestudeerde een fietsstraat in Eindhoven: ´De Kruisstraat zou een fietsstraat worden waarin fietsers voorrang hebben boven auto´s. Dit stuitte echter op bezwaren van de aangelegen winkeliers. Die waren bang dat het ´achterstellen´ van de auto hen omzet zo kosten. Toen is er een compromis gesloten, waarbij bijvoorbeeld het aantal parkeerplaatsen gehandhaafd werd. Dit kon omdat fietsstraten in Nederland geen wettelijke status hebben. Maar helaas, het pakte niet goed uit. De Kruisstraat heeft heel veel kritiek gekregen van allerlei groepen in Eindhoven. Het compromis bleek niet te werken. Fietsers voelden zich niet veilig. Eén van mijn conclusies is dat zolang fietsstraten geen wettelijke status hebben, er onveilige fietsstraten aangelegd zullen blijven worden.´

De fiets als motor
Vervolgens was het de beurt aan Hugo Kampen van Windesheim die vertelde over de onlangs opgestarte Preventiecoalitie. ´Hier gaat het om een echt domeinoverstijgende samenwerking, waarin we onderzoeken welke effecten fietsen heeft op de gezondheid en de participatie van mensen. We zien de fiets daarbij als ´motor´ om mensen letterlijk en figuurlijk in beweging te krijgen. We hebben net een nulmeting gedaan met de deelnemers: hoe verandert hun situatie als ze straks een fiets hebben en bijvoorbeeld ook weten hoe ze die moeten onderhouden? Over een paar maanden weten we meer.´

Bekende en onbekende data
Hekkensluiter was postdoc-onderzoeker Anna Nikoleava (UvA en UU), die inging op de fiets als onderdeel van smart mobility (connected). ´Vraag is welke nuttige data de ´connected´ fiets voor beleid kan opleveren en wat de potentiële impact is van technologie als ´Internet of Things´. Ik onderzoek ook welke fietsdata er al zijn en aan welk type data nog behoefte is. Ik heb veel professionals geïnterviewd in Dublin, Manchester en Kopenhagen. En ik ben nog op zoek naar respondenten in Nederland, dus meld je bij mij als je mee zou willen doen. Eerste resultaten van mijn onderzoek zijn onder meer dat de data die er zijn niet optimaal gebruikt worden door gebrek aan samenwerking tussen verschillende instellingen. Een andere bevinding is dat data verzamelen op zichzelf al een versterkend effect heeft op fietsen; zelfs de fietstellingen door amateurs zijn daarvoor belangrijk. De accuraatheid is misschien niet altijd het allerbelangrijkst.´

Nuttig oor fietsend Nederland
Na de pauze stond Bert Zinn voor de uitdaging om op alle gehouden presentaties in te gaan in vijf minuten. Hij vertelde iets over de samenwerking van verschillende partijen in de Tour de Force en de koppeling met fietskennis. ´Heel goed dat er nu in de wetenschap zoveel verschillende perspectieven op de rol van de fiets worden ingenomen en dat er gewerkt wordt met living labs, want daarmee kun je snel uitvinden wat wel en niet werkt. En laten we daarbij ook oog hebben voor wat er mislukt want daar kunnen we ook van leren. Dat is ook politiek van belang, want onze staatssecretaris heeft fietsen als speerpunt. Deelfietsen en data-inzameling zijn onderwerpen die nu binnen IenW ook spelen. Ik weet zeker dat we voor het fietsen in Nederland veel zullen hebben aan de uitkomsten van SCF.´

Institutionele verandering nodig
In de discussie met de zaal ging het onder andere over de noodzaak van het apart onderzoeken van fietsers en fietsgedrag, waarbij eigenlijk ook de e-bike moet worden meegerekend. Hoogleraar Ruth Oldenziel van de TUE vulde aan dat een aantal onderwerpen waarop SCF niet ingaat wel worden onderzocht in andere fietsonderzoekprojecten. Ook kwam aan de orde dat bij het vormgeven van fietsinfrastructuur in de praktijk vaak nog heel ´ruimtelijk verkeerskundig´ wordt gedacht en weinig  in termen van gedrag, motieven en beleving. Iemand bracht in dat het eveneens belangrijk is om onderzoek te doen naar waarom mensen niet of niet meer fietsen. Dat heeft vaak te maken met onveiligheid en een ongelijke verdeling van de ruimte tussen auto en fiets. Een van de stellingen van de onderzoekers ging ook over institutionele beperkingen en nog noodzakelijke veranderingen. Oldenziel: ´Vraag is of we de normen die nog steeds op vooral het autoverkeer zijn toegesneden echt willen veranderen. Nemen we bike-oriented development serieus? We mogen dan bekend staan als fietsland, maar het kan allemaal echt nog veel beter. We maken niet echt keuzes, zo lijkt het.´

Samenwerking door de schalen heen
Iemand anders verzuchtte dat na de kennis de implementatie in de praktijk komt. ´Hoe gaan we daar nu mee verder? Waar moeten die institutionele veranderingen vandaan komen? RWS gaat over de rijkswegen, maar niet over de fietspaden die ernaast liggen; daar moeten regio’s de kansen pakken die zich voordoen.´ Een aanwezige schepen uit Vilvoorde vlakbij Brussel bevestigde de rol die de lokale overheid en de regio’s hebben. ´Wij hebben nu ook een vervoerregio opgericht waarin we bijvoorbeeld kijken naar fietsnetwerken.´ Tot slot gingen de deelnemers speeddaten met de aanwezige onderzoekers om dieper op de afzonderlijke onderwerpen in te gaan.

Stellingen
1. Er is meer kennis nodig over fietsen en fietsers;
we snappen nog te weinig van de drijfveren van fietsers

2. Het verder stimuleren van fietsen vraagt om institutionele veranderingen
Bijvoorbeeld fietsbezit, fietsparkeren, gebruik van de weg

3. Gemeenten moeten stimuleren en co-creëren;
het Rijk kan zich richten op kennisdeling en etaleren van best-practices

Voortaan ook de uitnodigingen ontvangen? Stuur een mail naar kis@minienm.nl.

 

 

Jacco Farla

Samuel Deakin

George Liu

Matthew Bruno

Hugo Kampen

Anna Nikolaeva