Nederlandse lessen in de Chinese Parelrivierdelta

De Parelrivierdelta, in de provincie Guangdong in het zuiden van China, is een van de snelst verstedelijkende delta’s ter wereld. In een gebied dat ongeveer de helft van Nederland bestrijkt, wonen inmiddels meer dan zestig miljoen mensen. Het tempo van de ontwikkelingen, in combinatie met de gevolgen van klimaatverandering, zorgt voor complexe problematiek. Hoe kan een klein land als Nederland daarbij helpen? 

Het deltagebied van de Parelrivier is in veertig jaar tijd veranderd van een overwegend agrarisch landschap in een van de grootste metropoolregio’s ter wereld, met daarbinnen miljoenensteden als Guangzhou, Dongguan, Shenzhen, Zuhai en Hongkong. Woon- en industriële complexen worden in no-time gebouwd. Die snelle ontwikkeling brengt problemen met zich mee als verminderde biodiversiteit en overstromingen, die worden verergerd door overvloedige regenval en een stijgende zeespiegel. Ook sociale problemen liggen op de loer, omdat generieke verstedelijking mensen vervreemdt van hun leefomgeving en geen ruimte biedt voor betekenisvolle interactie tussen mensen onderling en de natuur. 

In sommige delen van de Parelrivierdelta is er nauwelijks meer ruimte voor water (foto: Guangyuan Xie)

Een goed, of eigenlijk slecht, voorbeeld zijn de traditionele moerbeiboom-visvijversystemen, waarin hechte gemeenschappen een circulair agrarisch systeem bestierden, waarbij organisch afval van de zijderups als visvoer wordt gebruikt en de uitwerpselen van de kweekvissen als meststof voor de bomen. “Een flink deel van de Parelrivierdelta bestond uit dit type landbouw, dat na verloop van tijd getransformeerd is tot alleen visvijvers, maar nu plaatsmaakt voor grote appartementencomplexen. Na verloop van tijd verzakken de hoge gebouwen vaak door de slappe ondergrond en lopen deze gebieden een groot overstromingsrisico. Beter is het op basis van grondige kennis van het landschappelijke systeem woonvormen te kiezen die goed samengaan met waterberging en rekening houden met de ecologische en sociaal-culturele eigenschappen van het gebied”, zegt Dr. Steffen Nijhuis, hoofd onderzoek van de afdeling Urbanism. 

Dr.ing. S. (Steffen) Nijhuis

Open access - download

Lokale en regionale schaal beïnvloeden elkaar
Dat vraagt volgens hem om een integrale aanpak en een grondig begrip van natuurlijke en stedelijke systemen, en hoe deze elkaar beïnvloeden. “In Nederland, en bij de TU Delft in het bijzonder, zijn we gedreven door een integrale aanpak waarbij ruimtelijk onderzoek en ontwerp hand in hand gaan en zowel de regionale als de lokale schaal bestrijken; dat zie je elders in de wereld niet zo.” Die Delftse expertise is volgens hem historisch zo gegroeid. “We zijn een klein en dichtbevolkt landje, waardoor de druk op het hele systeem toeneemt. Door de eeuwen heen hebben we daarom een aanpak ontwikkeld waarin lokale oplossingen gezocht worden vanuit een systeemperspectief. Het stedelijk landschap moet je zien als een systeem, waarbij de regionale en lokale schaal elkaar beïnvloeden.” 
Ook de schaal van tijd moet niet uit het oog worden verloren. “Stedelijke systemen veranderen door de tijd heen, daarom is een landschapsgebaseerde adaptieve strategie juist heel belangrijk. Vanuit de techniek kun je altijd wel een reactieve, kortetermijnoplossing ergens voor vinden, maar wat dat op langere termijn betekent, wordt vaak uit het oog verloren.”

“Lessen die we in Nederland al geleerd hebben, kunnen we in de Parelrivierdelta toepassen”

Hetzelfde zie je in Nederland. Onze grote rivieren werden in de laatste eeuwen in een nauw keurslijf van bedijking gestopt. Door klimaatverandering kregen ze echter steeds meer smelt- en regenwater te verwerken, waardoor het overstromingsgevaar toenam. “Toen het grote systeem dus veranderde, kwamen we in de problemen. Ruimte voor de Rivier is een prachtige oplossing om dat het hoofd te bieden en daar zijn we terecht trots op. Maar het is in principe wel het gevolg van een eerder gemaakte keuze”, vertelt Nijhuis. “Zulke lessen die wij al geleerd hebben, kunnen we heel goed in de Parelrivierdelta toepassen.”

Mangroves zijn belangrijk voor ecologie en kustverdediging, maar verdwijnen door menselijk ingrijpen (foto: Steffen Nijhuis)

Dat gebeurt momenteel in een project, onder leiding van Nijhuis, waarbinnen TU Delft nauw samenwerkt met South China University of Technology (SCUT) en de universiteit van Sheffield, met financiering van NWO, de National Natural Science Foundation of China (NSFC) en de Engineering and Physical Sciences Research Council (EPSRC). “Het was best bijzonder dat ons voorstel met een ruimtelijke invalshoek gehonoreerd werd tussen alle technisch-georiënteerde voorstellen”, zegt Nijhuis. Die landschapsgebaseerde aanpak is volgens hem juist cruciaal. “We kijken eerst hoe het natuurlijk systeem in elkaar zit, hoe de waterstromen lopen, welke vormen van grondgebruik er door de jaren heen waren en hoe de stedelijke ontwikkeling zich daar toe verhoudt.” 

Zonder menselijke invloed geen landschap
“Bij landschap denken mensen altijd aan de groene kant. Ecologische en natuurlijke processen zijn belangrijk, maar landschap zonder socio-culturele dimensie is natuur. Een landschapsbenadering is bovendien een goede manier om heden, verleden en toekomst met elkaar te verbinden. Je kunt het landschap zien als een levend systeem dat door de tijd heen verandert. Wat wordt dan de volgende laag die je daaraan toevoegt?”, legt hij uit. “Ook voor veerkrachtige delta’s heb je dat samenspel tussen natuurlijke en culturele systemen nodig. Als je beide in ogenschouw neemt, zul je zien dat je heel andere beslissingen neemt. Daarmee kun je ellende als waterproblematiek voorkomen, of teruglopende biodiversiteit, of sociale problemen als mensen die zich niet meer verbonden voelen aan de plek waar ze altijd gewoond hebben.”

De regio kent een unieke cultuurhistorie die een sterke band met het landschap weerspiegelt  (foto: Steffen Nijhuis)

“Langzamerhand beïnvloeden we de stedelijke ontwikkelingsprocessen met onze aanpak en worden er daadwerkelijk andere beslissingen genomen”

Binnen het project werken zo’n 15 professoren, postdocs en promovendi samen met maatschappelijke partners als overheden en lokale bevolking. “Die lokale kennis heb je echt nodig; wij wetenschappers weten ook niet alles. Het is een co-creatief proces, waarin je samen kennis opbouwt, problemen in kaart brengt en dan plannen ontwikkelt waarin alle stakeholders een belangrijke rol spelen.” Dat proces begint zijn vruchten af te werpen. “Langzamerhand beïnvloeden we de stedelijke ontwikkelingsprocessen met onze aanpak. Op grond van al die ingebrachte kennis worden er daadwerkelijk andere beslissingen genomen."

Traditioneel vissersdorp met in de achtergrond de oprukkende verstedelijking (foto: Guangyuan Xie)

Gebouwtypologie gebruiken als inspiratie
Dat zie je bijvoorbeeld in het Panyu-district van Guangzhou waar heel veel hoogbouw verrijst. “Vanuit het stedelijke ontwikkelingsprogramma wordt dan gekeken hoe je dat economisch zo voordelig mogelijk doet, maar met onze regionale aanpak hebben we dat plan enigszins kunnen aanpassen”, vertelt Nijhuis. “De oorspronkelijke vissersdorpen waren namelijk op een bepaalde manier gebouwd om met het water om te gaan. Ze voldoen dan wel niet aan moderne eisen van sanitatie enz., maar je kunt de gebouwtypologieën wel gebruiken als inspiratie. Als je de principes erachter doorgrondt en gebruikt, snijdt het mes aan twee kanten. Aan de ene kant heb je een veiliger en meer adaptieve omgeving, aan de andere kant behoud je de culturele identiteit.”

Daarbij draait het volgens Nijhuis niet om blauwdrukken, maar om robuuste structuren die het gebied veilig houden, waarbinnen wel flexibiliteit mogelijk is. “Je moet de ruimtelijke condities scheppen waarbinnen zo’n gebied zich verder kan ontwikkelen. Daarbij moet je mensen niet voorschrijven wat ze moeten doen, maar principes meegeven waarbinnen ze invulling kunnen geven aan het stedelijk landschap. Principes over hoe je water kunt vasthouden of een multifunctionele waterkering kunt maken. Over hoe je openbare ruimtes met hoge kwaliteit kunt maken, waar mensen graag toeven en water en natuur een rol spelen. Daar zijn recepten voor en die proberen we mee te geven aan mensen die in het gebied aan de slag gaan.”
Gebruik je die principes namelijk niet, dan kan het fout gaan. “Bij Shenzhen zie je bijvoorbeeld aangeplante mangrovebossen die nu wegkwijnen. Zonder de juiste condities komt het systeem niet tot leven; je hebt namelijk een mix van zoet en zout water nodig om een gezond ecosysteem te creëren. Nu wordt het regenwater via riolen afgevoerd. Laat je echter het zoete regenwater uit de stad erin lopen, dan ontlast je meteen de riolen en zorg je voor de juiste condities voor mangrove-ontwikkeling. Geef je dat mooi vorm, bijvoorbeeld met fraaie waterelementen, zoals fonteintjes of waterbassins, als onderdeel van dat regenwatersysteem, dan verfraait het meteen de stad en zorgt het voor verfrissing.”

Water in de openbare ruimte als speelaanleiding en voor een aangenaam microklimaat (foto: Steffen Nijhuis)

Onderzoek en onderwijs verknopen
Zulke principes leert hij ook aan zijn masterstudenten Landschapsarchitectuur. Zeven van hen zijn vorig jaar afgestudeerd op onderwerpen in de Parelrivierdelta. “Een mooie manier om onderzoek en onderwijs te verknopen en je geeft studenten echte cases om aan te werken”, zegt Nijhuis. Verschillende studenten bogen zich over de transitie van maakindustrie naar een meer op kennis- en technologie gebaseerde economie. “Veel fabrieksterreinen worden verlaten. Hoe kun je die transformeren tot nieuw stedelijk gebied met ruimte voor water en natuur? Je kunt bijvoorbeeld eerst een aantal jaren de vervuilde grond zuiveren met behulp van vegetatie. Na die fytoremediatie kun je dan woonwijken en parken creëren”, vertelt Nijhuis. Inmiddels zijn er in Delft en in China onderzoekers binnen het project gepromoveerd. “Dit voorjaar komt er ook een double degree-promovendus. Het huidige project loopt dan wel tot 2022, we kijken intussen hoe we dat kunnen verlengen.” 

Enorme impact
Van huis uit landschapsarchitect, heeft Nijhuis met zijn onderzoek naam gemaakt binnen Nederland en daarbuiten. Tegenwoordig komt hij vaak in China, waar alles van een andere ordegrootte is. “Op een conferentie vertelde ik over deze aanpak voor duizenden toehoorders; met een interview in een vakblad of via Wechat bereik je als snel tienduizenden mensen. De impact is enorm”, vertelt hij. “Ook interessant is dat het gebied zich zo snel ontwikkelt. Vaak wordt een beslissing vandaag genomen en morgen uitgevoerd. Dat is in Nederland wel anders.” 
Van die doortastendheid kunnen we in ons land nog wat leren, maar dat kan ook op andere gebieden. Water bijvoorbeeld: “In China gingen ze al heel vroeg slim met water om. Net als bij ons zie je wel dat de laatste decennia regenwater zo snel mogelijk wordt afgevoerd, terwijl er vroegen ingenieuze systemen waren om regenwater op te slaan en er gebruik van te maken. Ze moeten dus van het verleden leren en dat met de kennis van nu toepassen. Je hoeft niet terug naar vroeger, maar het is zonde om de ervaring van millennia met het badwater weg te gooien.”

/* */