Verslag Masterclass 22 februari

Nederland moet zich snel bezinnen op ‘geo-economisch’ beleid

Impressie masterclass ‘De gevolgen van geopolitieke ontwikkelingen voor het goederenvervoer’, 22 februari 2022

De internationale politieke en economische omgeving van het goederenvervoer verandert. Denk aan daarbij aan China met het haar Belt and Road Initiative (BRI), haar grondstoffenpolitiek en een vaak offensieve houding tegen de bestaande (westerse) handelsakkoorden. De corona-pandemie toonde bovendien de kwetsbaarheid aan van enkele essentiële goederenstromen. Het is tijd voor een meer geo-economisch bewustzijn van de Nederlandse positie in Europa en wereldwijd. Hamvraag: welke eigen industrieën moet de logistiek dienen? Sprekers Haroon Sheikh en Lori Tavasszy analyseerden scherp en riepen op tot snelle actie.

Erik Schmieman heette namens de directie Algemeen Strategisch Advies iedereen welkom, introduceerde het onderwerp en de sprekers. ‘Het onderwerp van de masterclass is zelden zo actueel als nu: de veranderende verhoudingen op het wereldtoneel – terwijl Rusland aan de grens met Oekraïne staat. We hebben veel belangstellenden, ook van buiten IenW: de Topsector Logistiek, het PBL en de ministeries van Buitenlandse Zaken en Economische Zaken. We moeten ons gezamenlijk bezinnen op die veranderende verhoudingen. We gingen altijd uit van een open economie; geopolitiek was een begrip uit het verleden dat achterhaald was door internationale handelsverdragen. Maar de internationale politieke en economische omgeving van het goederenvervoer is snel aan het veranderen door onder meer de opkomst van China. De EU werkt aan een ‘open strategische autonomie’ en het domein goederenvervoer staat ook nog eens voor een uitdagende verduurzamingsopgave en zeker zo uitdagende cybersecurity-opgave. Wat betekenen deze ontwikkelingen voor het Nederlandse Goederenvervoerbeleid en voor onze ‘global hubs’?’

Verschillende zijderoutes
Dagvoorzitter Vincent Marchau (Technische Universiteit Delft) gaf aansluitend eerst het woord aan Haroon Sheikh, filosoof, schrijver en werkzaam als senior wetenschapper bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en bijzonder hoogleraar Strategic Governance of Global Technologies aan de VU. Sheikh: ‘Geopolitiek is als het ware terug van weggeweest: als externe, verstorende factor. Kijk bijvoorbeeld naar hoe het Nederlandse bedrijf ASML verstrikt raakt in het handelsconflict tussen de Verenigde Staten en China. Een ander voorbeeld is het grote tekort aan chips dat wereldwijd aan de orde is. We zien China enorme investeringen doen, waarbij het niet alleen over verbindingen over land en zee gaat; er is nu ook al sprake van een polar silk road en zelfs een space silk road.’

De logica van de geo-economie
Is wat China nu doet een kwestie  van economie of geopolitiek? Sheikh: ‘Met die tegenstelling kunnen we steeds minder goed uit de voeten. Ik presenteer een alternatief en wil liever spreken over een derde soort logica: geo-economie. Als we door deze lens naar de ontwikkelingen kijken, kunnen we het gedrag van grote actoren op het wereldtoneel beter duiden. Kijk naar Zuid-Korea en Japan: dit zijn militair gesproken bondgenoten, maar economisch beconcurreren ze elkaar. Ze voeren als het ware een economisch oorlog; zo levert Zuid-Korea een bepaald kritisch chemisch gas niet meer aan Japan om de eigen positie te kunnen handhaven.’ Sheikh liet vervolgens zien dat ‘geo-economie’ geen nieuw begrip is. Het werd in 1991 gemunt door Edward Luttwak als ‘the logic of conflict in de grammar of commerce’. Sheikh: ‘Belangrijk om ons te realiseren, is dat we geen wereldwijde vrije economie hebben, maar dat er nieuw soort rivaliteit is. Niet in de zin van de vroegere koude oorlog met blokken die tegenover elkaar staan, maar een onderlinge economische strijd en tegelijkertijd afhankelijkheid van elkaar op allerlei manieren.’

‘Chiplomacy’ en industriepolitiek
Om de verschillen tussen economie en geo-economie én tussen geopolitiek en geo-economie te duiden, zet Sheikh verschillende begrippenparen tegenover elkaar. ‘Zo is in de traditionele economie de absolute winst belangrijk, terwijl in de geo-economie vooral de relatieve winst telt. Ook ligt in de geo-economie bijvoorbeeld het accent op de producent en op het industriële beleid, terwijl dit in de economie consument en concurrentie leidend zijn. In geopolitiek gaat het om een machtsbalans en gebeurt alles veel openlijker – kijk naar de troepenmacht van Rusland aan de Oekraïense grens –, terwijl in de geo-economie alles draait om afhankelijkheid en werken achter de schermen.’ Die onderlinge afhankelijkheid toont zich onder meer in de wereld van de digitalisering en in de  verduurzaming. ‘Hiervoor zijn kritieke grondstoffen nodig, zoals de zeldzame metalen waarin China een toppositie heeft. Net als bij geopolitiek is er ook voor de nieuwe geo-economische verhoudingen een vorm van diplomatie nodig om bijvoorbeeld dat chips-tekort op te lossen. En ik zou me kunnen voorstellen dat er ook weer een terugkeer komt van de strenge beoordeling van wie wel en niet mag meeprofiteren van technologische kennisontwikkeling. Daar zijn we vroeger naïef in geweest.’ Achter het gedrag van Rusland, China en de Verenigde Staten zit een logica die zich goed geo-economisch laat duiden, stelde Sheikh. ‘Als EU hebben we echter ook de potentie om een reus te worden op dat geo-economische wereldtoneel. We moeten dan wel goed analyseren waar onze kwetsbaarheden liggen. Ook moeten onze topindustrie geen speelbal laten zijn, maar juist strategisch inzetten. Dat vergt een zekere industriepolitiek.’ Ook noemde Sheikh dat er een verschuiving naar een andere terminologie en een ander beleidsinstrumentarium nodig is.

Hub-functie Nederland
Lori Tavasszy is hoogleraar Goederenvervoer en Logistiek aan de Technische Universiteit Delft en lid van de wetenschappelijke adviesraad voor IenW voor het beleid ten aanzien van de internationale goederenvervoercorridors. Hij schetste hoe breed het palet aan projecten en investeringen van China momenteel is. Het gaat niet alleen over het investeren in infrastructuur (wegen, vaarwegen, luchtwegen en cyber-infra), maar ook om het toegang krijgen tot en opzetten van faciliteiten en diensten. Tavasszy: ‘Opvallend is dat nergens anders zo positief tegen de Chinese investeringen rond BRI aangekeken wordt als hier in Nederland. Nu zal het BRI – die bijvoorbeeld zichtbaar is in de opkomst van enkele mediterrane havens – niet snel ten koste gaan van de positie van de Rotterdamse haven. Nederland is in relatie tot China de topimporteur en de nummer 3 exporteur binnen de EU. Maar we moeten wel goed onderzoeken welke producten en goederenstromen van het grootste belang zijn – niet alleen kwantitatief, maar ook in meer strategische zin.’ Het nieuwe Trans-European Network for Transport past zich aan deze geografische veranderingen aan, terwijl China vooral bezig is om kanalen te creëren voor de eigen industrie, stelde Tavasszy. ‘De hub-functie van Nederland is belangrijk voor China, maar ondertussen ligt Duisburg ook heel erg gunstig midden op een belangrijk kruispunt in de EU. China investeert nu het meeste in Duitsland; de vraag is of Nederland wel voldoende aangesloten is en kan blijven.’

Ander overheidshandelen in transport geopolitics
Is het beleid van Europa nu reactief of proactief te noemen? ‘Dat ligt gevarieerd,’ aldus Tavasszy. ‘De voorkeursbehandeling van China in de EU wordt langzaam afgebouwd. Er blijven in elk geval risico’s genoeg over. China heeft onder meer invloed via het eigendom van grote bedrijven, en verlegt ook de productie van bepaalde goederen naar het eigen land (near-sourcing). Daar wordt geen beleid op gevoerd. Ik zou beleidsmakers vooral willen adviseren om te kijken welke grote bedrijven en industrieën hier in Nederland door de logistiek moeten worden bediend. Logistiek is er niet voor zichzelf maar dient een doel. De vraag is nu in het licht van de veranderende omstandigheden: welk doel precies? Daarnaast is het van belang om Nederland en de haven goed te blijven aansluiten op het BRI en om een veilige aansluiting op de wereldwijde tracking & tracing te realiseren, want China eigent zich ook een leidende informatiepositie toe.’ Volgens Tavasszy is er een nationaal afwegingskader nodig voor beleid. ‘Identificeer daarvoor de geopolitieke pijnpunten en de doelen: gaat het alleen om volume (‘TEU’s’) of om de voor de Nederlandse industrie gecreëerde toegevoegde waarde? Kijk naar wie de stakeholders zijn voor productie, handel en logistiek en welke parameters van belang zijn. Als je het hebt over rollen voor de overheid, denk ik dat we in deze nieuwe verhoudingen niet meer zo veel aan resource management, planning en beleid kunnen doen en dat we meer richting ‘transport diplomacy’ – vanuit een geopolitiek kader – moeten gaan.’

Zorgen
Na de pauze gaf Adriaan Zeillemaker, waarnemend Directeur Maritieme Zaken van IenW, een korte reflectie op de beide lezingen. ‘Ik maak me zorgen over de huidige situatie en et gedrag van Rusland en China. Militair zal het voor ons misschien wel loslopen, maar economisch zijn we kwetsbaar. Met onze open handelsgeest hebben wij het nu moeilijk: we kunnen niet zomaar omgaan met een andere cultuur en nieuwe verhoudingen. Onder COVID-19 was er wel politieke urgentie om supply chains anders te bezien, maar ik vrees dat we alweer snel teruggaan nar het oude normaal. We denken te weinig na over re- en near-shoring en over de problematiek rond belangrijke grondstoffen. Gelukkig zijn er opties voor een intenser beleid, maar daarvoor zijn ook Europese besluitvorming en politieke wil nodig. Het is mooi om naar die open strategische autonomie te streven in Europa, maar zullen we snel genoeg zijn?’

Continue disruptie
De sprekers delen de zorgen van Zeillemaker en zien ook dat de aanpassing aan de nieuwe orde langzaam gaat. Tavasszy maant tot spoed: ‘Een Top 5 van prioritaire industrieën waar het goederenvervoer dienstbaar aan moet zijn, moet snel te maken zijn.’ Irene Mouthaan van MinEZK: ‘Wij hebben een tem binnen de Topsector Water & Maritiem dat zich bezighoudt met economische veiligheid. Het zou goed zijn als IenW verbinding met ons legt.’ Naar aanleiding van een andere vraag uit de zaal schetste Sheikh zijn beeld van de nabije toekomst: ‘De eerste twintig jaar zie ik nog geen door China geleide wereldeconomie ontstaan. Economisch haalt China de VS wel in, maar in andere domeinen van de samenleving is China zwakker. Bovendien kracht roept kracht op, dus er zullen ook tegenbewegingen ontstaan. Ik denk dat er pogingen zullen komen om economieën en supply chains te ontvlechten, maar de verschillende economische ‘blokken’ in de wereld zullen altijd in hoge mate verweven blijven. Disruptie zal een continue factor zijn. We zullen beter moeten leren omgaan met een volatiele werkelijkheid. Daar hoort onder meer bij dat we meer alternatieve opties voor grondstoffen en goederen zouden moeten hebben, ons minder afhankelijk zouden moeten maken en meer zelf zouden moeten produceren in Europa.’ Tavasszy: ‘China denkt zelf al veel meer in dit soort termen. Dat past daar mee in de cultuur. Voor ons werkt onze democratische cultuur vertragend in dit opzicht.’

Tempo
Tavasszy benadrukte nog dat Europa meer moet samenwerken. ‘Alleen al met het oog op onze energietransitie moeten we een stevigere Europese industriepolitiek voeren.’ Sheikh: ‘Waar is ons alternatief voor Huawei? Het zouden de Scandinavische merken Nokia en Ericsson kunnen zijn, maar het past niet in onze Noord-Europese cultuur om die industrie pro-actief in te zetten.’ Anne te Velde van IenW gaf tot slot aan dat er inmiddels binnen IenW wel aan beleidslijnen gewerkt wordt en dat wetenschappelijk onderzoek – en bijvoorbeeld ook samenwerking met Clingendael – hierin een belangrijke rol speelt. Wie mee wil denken, kan contact opnemen met haar (anne.te.velde@minienw.nl). Ook werd genoemd dat de geo-economische ontwikkelingen nog beter in de Havennota verankerd zouden moeten worden. Adriaan Zeillemaker: ‘Mij is duidelijk dat we in elk geval meer tempo moeten maken!’

Tips uit de chat:
•    Lees Henk Schulte Nordholt: China en de barbaren. Daarin staat het langetermijndenken van China.
•    https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2020/04/20/bmh-15-veiligheid-en-veranderende-machtsverhoudingen

Presentaties