Hoe schilder je overtuigende dingen?

Nieuws - 18 mei 2021

Als je een tros druiven ziet, hoe begrijpen je hersenen dan dat het echte druiven zijn en geen druiven van plastic? En als je die druiven op een schilderij ziet - zeg maar een 17e-eeuws stuk Nederlandse kunst uit de Gouden Eeuw - hoe begrijpen je hersenen dan dat dat ook druiven zijn? Dat is wat Francesca Di Cicco wilde weten voor haar proefschrift.

Een gids voor meesters

Di Cicco, oorspronkelijk afkomstig uit Italië, studeerde scheikunde in Rome voordat ze naar Utrecht verhuisde om nanomaterialen te bestuderen. In 2016 begon ze haar promotieonderzoek aan de faculteit Industrial Design Engineering van de TU Delft, op een project dat werd ondersteund door The Netherlands Institute for Conservation+Art+Science+ (NICAS). Samen met onderzoekers van de faculteit Werktuigbouwkunde, Maritieme Techniek en Materiaaltechnologie van TU Delft, Universiteit Utrecht, het Rijksmuseum en Mauritshuis wilde Di Cicco vaststellen hoe beroemde Nederlandse kunstenaars, zoals Vermeer, Rembrandt en Frans Hal, zulke levensechte versies van alles van druiven tot zijde creëerden en hoe onze hersenen die voorwerpen begrijpen. 

Druiven, een veel voorkomend object in stillevens, komen vaak voor in "De grote wereld klein geschilderd", een schildergids geschreven door de Nederlandse schilder Willem Beurs in 1692. Het boek legt zeer gedetailleerd uit hoe je objecten op de juiste manier kunt schilderen zodat ze er realistisch uitzien. Volgens Beurs zijn druiven bijzonder moeilijk te schilderen, dus als je ze onder de knie hebt, kun je gemakkelijk andere eetbare dingen schilderen, zoals bessen en citrusvruchten. 

Lees Francesca Di Cicco's thesis:

Veel ophef over druiven

Dit boek diende als uitgangspunt voor Di Cicco om te onderzoeken hoe het menselijk brein de materiële eigenschappen van materie waarneemt en ook hoe kunstenaars die eigenschappen op het doek weergeven. 

Toen ze eenmaal had besloten welke materialen ze wilde onderzoeken, ging ze op zoek naar kunstwerken waarin die objecten voorkwamen. "Het was veel zoeken op het internet," zei ze. Een collega-promovendus werkte tegelijkertijd aan een project om een database van schilderijen te maken, maar dat was nog niet afgerond toen Di Cicco begon. "Het zou een stuk makkelijker zijn geweest als dat wel zo was." 

In plaats daarvan struinde ze de website van kunstmusea af, zoals het Rijksmuseum, het Mauritshuis en het Metropolitan Museum of Art in New York, dat ook een grote collectie 17e-eeuwse Hollandse meesters heeft. Di Cicco moest meer vinden dan alleen schilderijen met druiven, ze had ook hoge-resolutie afbeeldingen van de schilderijen nodig om haar onderzoek uit te voeren. 

Di Cicco gebruikte een verscheidenheid aan onderzoeksmethoden om antwoorden op haar vragen te krijgen. Ze nam Beurs' instructies voor het schilderen van druiven en maakte ze digitaal na. Vervolgens vroeg ze mensen hoe nauwkeurig de druiven leken. "Het blijkt," zegt ze, "dat er veel met druiven aan de hand is."

 

Ze berekende de exacte eigenschappen van bepaalde kenmerken van een afbeelding, zoals de highlight op een druif, en paste die aan om te zien hoe dat de perceptie van de vrucht veranderde. Ze liet mensen ook naar afbeeldingen van schilderijen kijken en deze beoordelen op verschillende schalen, zoals de "glans" of "sappigheid" van een stuk fruit. Vervolgens voerde ze die informatie in een computeralgoritme in om de menselijke perceptie van materiaaleigenschappen te voorspellen.

Ze keek ook naar andere materialen, zoals fluweel of satijn, en vroeg mensen hoe "zwaar" of "zacht" ze die vonden en onderzocht wat de verschillen waren in de beelden. Ze liet zelfs een mede-promovendus in het lab een stilleven schilderen, nam het proces op en verwijderde of voegde vervolgens digitaal verflagen toe om te zien welke invloed dat had op de perceptie van de objecten. 

Minder is meer

Ze zegt dat ondanks de lange en beroemde Italiaanse artistieke tradities, van onder meer Michelangelo en da Vinci, haar onderzoek niet mogelijk zou zijn in haar thuisland. "Nederlandse schilders uit deze tijd waren zo goed in het weergeven van materialen op een realistische manier, terwijl Italianen meer bezig waren met het weergeven van geometrie en ruimte," zegt ze. 
 
Volgens Di Cicco's onderzoek is minder juist meer. De parel in het beroemde werk van Johannes Vermeer, Het meisje met de parel, bestaat uit slechts een paar penseelstreken. "Door te veel te doen, kunnen dingen er minder realistisch uitzien," zegt Di Cicco. Haar werk is belangrijk voor iedereen die realistisch ogende beelden probeert weer te geven, van productontwerpers die een potentieel product willen renderen tot makers van videogames die hele werelden creëren. 
 
Di Cicco was zelf niet zo'n kunstliefhebber voordat ze aan haar PhD begon. "Ik ging graag naar musea, maar ik was er niet zo mee bezig," zegt ze. Haar onderzoek veranderde dat allemaal. "Ik ben absoluut op een andere manier naar schilderijen gaan kijken."

/* */