Architectuur is geen optelsom van data

Architecten begrijpen elkaar prima, maar ze kunnen opdrachtgevers vaak maar moeilijk duidelijk maken waarmee ze bezig zijn. In haar proefschrift probeert Birgitte Louise Hansen met voorbeelden het denken en doen van architecten in de praktijk inzichtelijk te maken. Ze toont ook welke rol ze kunnen spelen in besluitvormingprocessen.


Haar onderzoek zoomt in op de ziekenhuissector in Denemarken, die momenteel voor miljarden op de schop gaat. Een handjevol megaziekenhuizen moeten straks een leidende rol gaan spelen in het Noord-Europese land. Het debat erover draait vooral om Evidence-based Design en ‘Healing Environments’: in hoeverre kan architectuur bijdragen aan het herstel van patiënten? “Wat me hierin stoort is dat de architecten niet meer argumenteren vanuit hun eigen discipline. Je kunt in de architectuur niet alles meten of berekenen, het gaat ook om de kwalitatieve aspecten. En die moet de architect aandragen en uit kunnen leggen in termen die te begrijpen zijn”, zegt Hansen. Wie architectuur benadert als een optelsom van data of als verzameling mooie plaatjes doet haar tekort, stelt ze. Want daarmee ga je voorbij aan de achterliggende kennis- en gedachtewereld en aan de complexiteit van de discipline.  

In haar proefschrift 'Architectural Thinking in Practice’ stelt ze voor om architectuur op een andere manier te benaderen. Daarvoor formuleert ze vijf ‘interpretatieve lenzen’ om architectuur door te bekijken, het denken van architecten inzichtelijk te maken en hun expertise bloot te leggen. Kortom, wat het inhoudt om architect te zijn. Bij een ontwerpopgave speelt het fysieke, het dynamische, het sociale, het verhalende en het ervaringsaspect een rol, stelt Hansen. Anders gezegd: een goed ontwerp is niet alleen afhankelijk van de gebouwconstructie, maar moet ook aansluiten bij het toekomstige gebruik, de onderlinge sociale verhoudingen tussen gebruikers, de beeldtaal en de beleving van de architectuur. 
De ontwikkelde methodiek gebruikt ze voor analyse van het huidige Deense ziekenhuisdebat, maar ook voor een historische analyse. Deze toont aan de hand van voorbeelden dat architectuur de materialisatie van cultuur is. Het Hvidovre Ziekenhuis in Kopenhagen werd gebouwd in een tijd (1976) dat niemand ooit had gehoord van ontwerpen op basis van meetbare doelen over de genezende kracht van architectuur. Toch kijken patiënten in dit ziekenhuis uit op groene tuinen, terwijl dit niet eens voorgeschreven was in het programma van eisen. Hansen: “Denen willen niet opgesloten zitten tussen harde bebouwing als ze ziek zijn. Ze willen toegang tot een natuurlijke omgeving, liefst een tuin. Dat is een culturele waarde die architecten kunnen uitdragen in het belevingsaspect van hun architectuur.” Voor twee andere Kopenhaagse ziekenhuizen, die stammen uit 1863 en 1913, geldt hetzelfde. Ook hier waren tuinen een belangrijk onderdeel van het architectonisch concept. Het belang van ziekenhuistuinen kan in Denemarken dus ook vanuit cultureel en historisch oogpunt beargumenteerd worden - en niet alleen in termen van genezing. Dit wordt bevestigd in de huidige Deense discussie over ziekenhuizen. 
Het denken van architecten is op deze manier door de eeuwen heen sterk verweven met ideeën in de samenleving, constateert Hansen. De opzet van het Hvidovre Ziekenhuis laat bijvoorbeeld ook iets zien van de sterke sociale en democratische waarden die gemeengoed waren in de jaren zeventig van de vorige eeuw. Die waarden waren op hun beurt bepalend voor de manier waarop het ziekenhuis wilde functioneren. 

Het denken van architecten gaat dus hand in hand met maatschappelijke en culturele waarden en ontwikkelingen. En dat komt tot uitdrukking in het besluitvormingsproces over nieuwe publieke gebouwen. Tussen de diverse partijen die daarbij een rol spelen fungeert de architect als klankbord voor de opdrachtgever en als interpretator van de wensen van de gebruiker, maar ook als kritische vertaler van de tijdgeest. En dat moet zo blijven, stelt de promovendus. “Als je alles probeert uit te drukken in cijfers, verlies je iets. Zonder de sociaal-culturele en maatschappelijk geïnformeerde intuïtie en praktijkkennis van de architect geen goed gebouw.”