Een icoon maak je niet vanaf de tekentafel

Steden willen steeds vaker spraakmakende iconen om zichzelf op de kaart te zetten. Dat kan een goed idee zijn, maar denk eerst goed na over wat je er als stad mee wilt bereiken, adviseert Wouter Jan Verheul van Gebiedsontwikkeling (Real Estate & Housing).

Zijn proefschrift ‘Stedelijke iconen. Het ontstaan van beeldbepalende projecten tussen betoog en beton’ stamt al uit 2012, maar trekt onverminderd de aandacht. Wouter Jan Verheul krijgt geregeld verzoeken om in de media te reflecteren op actuele discussies omtrent grote stadsprojecten. Hans Busstra verfilmt de projectverhalen uit het proefschrift in een documentaire die dit najaar uitkomt. 

Want “icoondenken” is hot. Het met veel tamtam geopende nieuwe station Rotterdam Centraal is er een aardig voorbeeld van. De Maasstad profileert zich met de ‘haaienbek’ in een stationsgebied dat moet veranderen in een hoogwaardig zakendistrict. Iconen kunnen een katalysatorfunctie vervullen voor een omliggend gebied, zoals eerder in Rotterdam op de Kop van Zuid. “De dure Erasmusbrug was daar een uithangbord om marktpartijen te verleiden tot investeringen op de zuidelijke rivieroever”, zegt Verheul. “Dat probeert de stad op deze plek te herhalen.” 

Zo valt er voor iedere stad wel een drijfveer te verzinnen voor “ansichtkaartarchitectuur”. Enschede wilde aantrekkelijker worden voor hoger opgeleiden met een ‘Nationaal Muziekkwartier’. Het als saai en modernistisch ervaren Almere strikte Rem Koolhaas voor het ontwerp van een nieuw iconisch Stadshart. Vaak willen steden het voorbeeld volgen van Bilbao en Sydney die zichzelf als cultuursteden op de kaart hebben gezet met het spectaculaire Guggenheim Museum en het Opera House.

Helaas komt van de ‘vliegwielfunctie’ waarmee stadsbestuurders spektakelarchitectuur verkopen soms weinig terecht. Het ‘Kasteel van Almere’ bijvoorbeeld leek een aardig idee om de identiteit van de volledig nieuwe stad met een historiserend bouwwerk te verbreden. Het werd een faliekante mislukking, de beoogde uitgaanslocatie werd nooit afgebouwd en is vervallen tot een ruïne. Het spectaculaire ‘Bird’s nest’ stadion in Shanghai, dat sinds de Olympische Spelen 2008 leegstaat, is internationaal een aansprekend voorbeeld van mislukte icoonwerking.

Zijn er vuistregels waaraan een icoon moet voldoen? In de eerste plaats, stelt Verheul, moet een icoon sociaal en ruimtelijk verankerd zijn in zijn omgeving om een succes te worden. “Iconen maak je niet vanaf de tekentafel, je moet ze vanuit een dialoog ontwikkelen met bewoners en andere betrokkenen.” Verder dient een gemeentebestuur te formuleren aan wélke stadsidentiteit een spektakelgebouw moet bijdragen. Hoe zou een icoon immers de gewenste uitstraling kunnen krijgen, als je zijn symbolische waarde helemaal niet kunt uitleggen?

De stadsprojecten die Verheul in zijn boek beschrijft spraken dusdanig tot de verbeelding dat documentairemaker Hans Busstra er een mooie documentaire in zag. “Doorgaans worden iconische bouwprojecten in de media eenzijdig benaderd. Het gaat bijna altijd over kostenoverschrijding of over esthetiek”, aldus Busstra. “Verheuls onderzoek gaat een laag dieper en legt een overtuigend verband tussen dit soort gebouwen en stadsidentiteit.”

‘Betoog & Beton’ is een onafhankelijke productie van Spiegel Film en is mede mogelijk gemaakt door het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie. De documentaire zal in het najaar van 2014 gereed zijn en worden vertoond op verschillende plaatsen in het land.