Prof.dr.ir. J.W.F. Wamelink

Hoogleraar Construction Management and Entrepreneurship
Afdeling Management in the Built Environment

Hoe organiseer je een bouwproject? Dat is de vraag waar het allemaal om draait bij de leerstoel Construction Management and Entrepreneurship. Circulair bouwen, Informatietechnologie, robotisering en geïntegreerde contracten brengen zijn vakgebied volop in beweging, ziet hoogleraar Hans Wamelink.

Ontwikkelen van infrastructurele werken en grote publieke gebouwen was tot pakweg twintig jaar geleden puur een zaak van overheden en publieke instanties. Gemeenten, Rijksvastgoedbedrijf en Rijkswaterstaat zetten hun ingenieurs aan het werk om een ontwerp te maken, bouwbedrijven konden erop inschrijven. Die aanpak ging radicaal op de schop. Ervoor in de plaats kwamen geïntegreerde contracten. Bouwbedrijven of consortia zijn daarbij volledig verantwoordelijk voor ontwerp en bouw -  en vaak ook nog financiering en onderhoud. Het zorgt voor een totale nieuwe organisatie van grote bouwprojecten. “De gedacht is dat als je één partij verantwoordelijk maakt, hij al in een heel vroeg stadium gaat denken over een ontwerp dat slimmer is en makkelijker te onderhouden”, vertelt Hans Wamelink. “Vooral bij gebouwen wil dat inmiddels aardig lukken.”

Bij grote infrastructuurprojecten bleek de nieuwe praktijk nog ingewikkeld – soms te ingewikkeld. Bouwers raakten in problemen op werken als de herstructurering van snelweg A15, de nieuwe Botlekbrug en bouw van het Zuidasdok. “Het ei van Columbus hebben we duidelijk nog niet gevonden”, zegt Wamelink. “Daar liggen nog uitdagingen.” Hij zag door geïntegreerde contracten een nieuwe realiteit ontstaan. Die vraagt erom dat ketenpartners – opdrachtgevers, bouwers, ontwerpers – zeer transparant met elkaar omgaan over met name de risicoverdeling. En dat kost soms meer moeite dan gedacht. Opdrachtgevers leggen te makkelijk het volledige risico van zeer complexe projecten bij de uitvoerende partijen. Anderzijds hebben bouwers er soms moeite mee toe te geven dat ze iets niet kunnen, analyseert de hoogleraar Construction Management and Entrepreneurship. Dat gold zeker tijdens de economische crisis, “Het betekent niet dat er iets mis is met die innovatieve contractvormen, maar dat je veel beter je best moet doen om de risico's bespreekbaar te maken die daarbij spelen. Je moet het samen doen.” Zijn leerstoel onderzoekt hoe het beter kan, maar ook welke organisatie- en samenwerkingsvorm het meest geschikt zijn voor welk project.

In de woningbouw ziet Wamelink de organisatie van projecten ook snel veranderen. Bouwfouten en bouwvertragingen kosten jaarlijks miljarden euro's. Dat roept de vraag op of de uitvoering niet radicaal anders moet. Moeten we een gebouw niet op dezelfde manier gaan maken als dat we industriële producten fabriceren? Praktisch gezien klinkt het aanlokkelijk, want een bouwpakkethuis laat zich sneller, goedkoper en met minder mankracht in elkaar zetten en is in principe eenvoudig te perfectioneren. Geknipt dus voor de huidige situatie in de bouw. Alleen is de vraag of de woonconsument zit te wachten op een verregaand gestandaardiseerde woning die in niets lijkt op het traditionele bakstenenhuis.

Gelukkig maakt de voortschrijdende informatietechnologie het steeds makkelijker om gestandaardiseerde oplossingen toe te spitsen op de individuele klant. Met BIM (bouw informatie modellen) kun je een gebouw vooraf virtueel bouwen, terwijl robots en computergestuurde freesmachines kunnen helpen de uitvoering te automatiseren – 'industrialisering op maat' dus. Het is zelfs mogelijk om in een 3D-model de steeds complexere logistiek van bouwprojecten tot in de details te regelen. Waar dat toe leidt? Misschien zijn er uiteindelijk geen aannemers meer nodig, omdat bouwproducten rechtstreeks door de leverancier in het bouwwerk kunnen worden geplaatst.

Blijft er wel een rol over voor de architect? Wamelink zette daarover het spraakmakende topsectorenonderzoek FuturA (future value chains of architectural services) op. Dat hield de nieuwe verdien- en organisatiemodellen voor architecten tegen het licht. Vooral de grote middengroep van de ontwerpers zal flexibel moeten blijven manoeuvreren om in de nieuwe werkelijkheid overeind te blijven. Anders dreigen ook zij te verdwijnen uit de keten.

Alle schakeltjes

Grote uitdaging waarvoor Wamelink zich geplaatst ziet is het verder optimaliseren van de bouwketen. Want daarvan wordt het eindproduct ook beter, denkt hij. “Optimaliseren lukt mijns inziens alleen als alle schakeltjes in de keten er beter van worden”, zegt Wamelink. “Je kunt dingen wel beter, sneller en goedkoper maken, maar degenen die het maken, moeten er ook geld aan verdienen.”

Dat laatste wordt er niet makkelijker op door maatschappelijke discussies, zoals die over circulair bouwen. Dat vraagt van architecten om dusdanig te ontwerpen dat gebouwen en infrastructuur aan het eind van hun levensduur weer uit elkaar kunnen worden gehaald. Van bouwers vraagt het de bereidheid om bestaande bouwmaterialen te gaan hergebruiken. Grote vraag is alleen wat zij er – financieel – mee opschieten om dat te doen. En: wordt het niet veel te ingewikkeld om op die manier brood op de plank te krijgen? Als niet de hele keten er profijt bij heeft, komt het niet van de grond, is de overtuiging van Wamelink. “Je moet dus doorgronden hoe alle schakeltjes in de keten gaan reageren op deze veranderingen én hoe je dat kunt beïnvloeden. Als dat lukt, maken we echt een sprong vooruit.”

‘Ondernemerschapsonderwijs’

In het verlengde hiervan zet Wamelink vanuit zijn leerstoel momenteel in op ‘ondernemerschapsonderwijs’. Dit moet afstudeerders van de faculteit Bouwkunde stimuleren een eigen bedrijf op te zetten. Jonge mensen die de studie Bouwkunde hebben doorlopen hebben vaak volop ideeën over hoe we beter, slimmer of goedkoper kunnen bouwen, maar missen de bagage om een eigen onderneming op te zetten. Het keuzevak 'Entrepreneurship in Architecture & the Built Environment' dat vanaf februari 2020 wordt aangeboden, helpt hen daarbij. Daarnaast gaat er op korte termijn een incubator van start die studenten met ondernemersideeën verbindt met het netwerk van de faculteit. Dat kan een stimulans betekenen voor innovatie in de branche.  

Productiebeheersing

Hans Wamelink studeerde aan de faculteit Civiele Techniek en Geowetenschappen (CiTG), waar hij in 1993 promoveerde op een onderzoek naar productiebeheersing in de bouw. Hij was daarna ruim tien jaar als onderzoeker verbonden aan de faculteit Technologie Management in Eindhoven. In 2006 keerde hij terug naar Delft als hoogleraar Design and Construction Management. 

Wamelink deed naast zijn onderzoekswerk veel ervaring op in de praktijk van de bouw. Hij was oprichter en twintig jaar directeur van bouwmanagement- en adviesbureau Infocus. Later was hij senior consultant bij Royal HaskoningDHV. Tevens was hij adviseur bij de Dutch Green Building Council (2010-2016) en bij het Expertisecentrum Aanbesteden van het ministerie van Economische Zaken.  

Prof.dr.ir. J.W.F. Wamelink