Afstanden tussen welvarende en arme stedelingen worden letterlijk en figuurlijk over de hele wereld almaar groter. In respectievelijk een nieuw boek en een lezingenreeks leggen onderzoekers Maarten van Ham en Caroline Newton relaties tussen sociaaleconomische ongelijkheid en ruimtelijke structuren en patronen. Wat is er aan de hand? 

Sinds mensenheugenis bestaat er een direct verband tussen vestigings- en verblijfplaatsen en de individuele kansen op ontwikkeling die ze bieden. Waar mensen wonen bepaalt mede in hoeverre ze een lang en gelukkig leven kunnen leiden. Scheidslijnen tussen kansarm en kansrijk lopen niet zelden evenwijdig aan die tussen arm en rijk. Als hoogleraar Stadsgeografie aan de faculteit Bouwkunde bestudeert Maarten van Ham hoe segregatie naar inkomen zich manifesteert. Caroline Newton is sinds 2019 Van Eesteren Fellow aan dezelfde faculteit. Haar onderzoek is vooral gericht op de rol en functie van ruimtelijke planning en ontwerp in het vormgeven van een sociaal rechtvaardige stad.

Hackney in Londen behoorde tot de vijf Britse regio's die in 2018 de grootste prijsstijgingen per vierkante meter woning zagen (foto C. Newton)

Verder van elkaar

Als één van de samenstellers van de vergelijkende studie Socio-Economic Segregation in European Capital Cities scoorde Van Ham in 2015 een internationale hit. “Een journalist van The Guardian constateerde dat de mate van segregatie in Europa gering is in verhouding tot die in andere werelddelen. Zou een grootschaliger onderzoek niet interessant zijn? Daar had hij een punt.” In maart verschijnt Urban Socio-Economic Segregation and Income Inequality, A Global Perspective. De studie beslaat 24 steden over de hele wereld. Van Ham licht een tipje van de sluier. “Eigenlijk zie je over de hele wereld vergelijkbare patronen. Hoe ongelijker de samenleving, hoe verder arm en rijk van elkaar wonen. We zien dat het welgestelde deel van de stedelijke bevolking naar het centrum verhuist en de mensen met schaarse middelen naar de randen van de stedelijke regio gaan.” Een omkering van de suburbanisatie van de jaren zeventig, toen de middenklasse in groten getale een huis met een tuin in een buitenwijk verkoos. “We zien ook dat deze dynamiek gepaard gaat met een toename van het aantal hoogopgeleide werkers met hoge inkomens in de stad. De stedelijke arbeidsmarkt professionaliseert en het segment goedverdienende mensen, dikwijls tweeverdieners, groeit. Zij hebben genoeg geld om op de beste plekken in de stad te gaan wonen.” In arme landen was de segregatiegraad al heel hoog, constateert van Ham. “Westerse landen schuiven in feite een stukje op naar landen op het zuidelijk halfrond.”

De publicatie wordt in digitale vorm gratis aangeboden, onder meer via Amazon, zodat zoveel mogelijk mensen er gebruik van kunnen maken. “We plakken er een online cursus aan vast, een MOOC. TU Delft zal deze aanbieden. Zo hopen we natuurlijk behalve collega-wetenschappers heel veel studenten te bereiken. En hopelijk ook een grote groep mensen die in het ruimtelijk domein werkt. Als deze studie één ding aantoont is het wel dat de relatie tussen inkomensongelijkheid en segregatie haast universeel is.”

Levenslopen

Voor hun analyses verwerken en interpreteren Van Ham en zijn collega’s enorme hoeveelheden ruimtelijke en demografische data. “Door levenslopen te volgen, kun je bijvoorbeeld vergelijkingen maken tussen individuen en groepen die verhuizen en daardoor in andere omstandigheden terechtkomen. Wat gebeurt er met die mensen en wat gebeurt er vervolgens met hun kinderen?” In dit onderzoeksveld wordt ook gebruik gemaakt van etnografisch onderzoek. “Hoe ervaren mensen in buurten de wereld om zich heen? Dat kom je alleen te weten door de buurt in te gaan en de bewoners ernaar te vragen.”
Een algemene conclusie die Van Ham uit verschillende onderzoeken trekt is dat planologische beslissingen uit het verleden zichtbaar grote invloed hebben op ruimtelijke patronen van ongelijkheid.

Newton is bekend met spanningen tussen verstedelijking en sociale rechtvaardigheid op het zuidelijk halfrond. Ze vindt dat planologen, stedenbouwkundigen en architecten een nadrukkelijker rol moeten kunnen spelen in het creëren van kansen voor kansarmen. “In de besluitvorming over ruimtelijke ontwikkeling is hier weinig aandacht voor. Terwijl bijvoorbeeld het goed bereikbaar houden of maken van voorzieningen, al dan niet in combinatie met vervoersinfrastructuur, bewezen effectief kan zijn.” Met hun kennis kunnen ruimtelijk ontwerpers het blikveld van bestuurders en beleidsmakers helpen verbreden. “Ik weet dat niet iedereen het met me eens is maar ik vind dat een ontwerper, ook een die in commerciële zin in opdracht werkt, de verantwoordelijkheid heeft om anderen bewust te maken van effecten van ontwerpkeuzen, inclusief de sociaaleconomische.”

De serie lezingen die Newton heeft georganiseerd draait om de idee dat ruimtelijk plannen ten gunste van sociale rechtvaardigheid helemaal niet zo utopisch is als het wellicht klinkt. “Het onderwerp staat hoog op allerlei internationale agenda’s, waaronder de Sustainable Development Goals van de VN. De prangende vraag is hoe lokale overheden de vertaalslag kunnen maken. Verschillende voorbeelden tonen aan dat co-creëren met de lokale gemeenschap niet zo’n heisa hoeft te zijn.” Ze kent voorbeelden van maatschappelijke organisaties op het zuidelijk halfrond die als een scharnier tussen lokale overheden en burgers functioneren. “Wanneer ergens verkeersinfrastructuur of nieuwbouw wordt gepland, zien zij er op toe dat mensen met lage inkomens, veelal woonachtig in informeel verband, op plekken kunnen blijven komen die opwaartse sociaaleconomische mobiliteit mogelijk maken. Zoals de dagelijkse markt.”

Poetsvrouwen

De vraag ‘Hoe erg is ruimtelijke tweedeling naar inkomen eigenlijk?’ krijgt Van Ham regelmatig voorgelegd. Zijn antwoord: “Het lijkt er steeds sterker op dat dit type ruimtelijke segregatie met name over een langere periode in het leven van een individu leidt tot ongelijke kansen.” Als je geboren wordt in een gezin dat amper kan rondkomen in een buurt met betrekkelijk veel armoede en criminaliteit, zijn je perspectieven gewoon niet rooskleurig. “De kans is groot dat je uiteindelijk in een vergelijkbare buurt in vergelijkbare omstandigheden belandt.” Klimmen op de maatschappelijke ladder lijkt voor een deel van de bevolking dus bij voorbaat erg moeilijk. En niet alleen grote steden kampen met schrijnende scheefstanden, onderstreept hij. “Twee derde van de klasgenoten van mijn dochter in groep 8 op een school in het centrum van de compacte universiteitsstad Delft krijgt een advies voor havo-vwo terwijl anderhalve kilometer verderop slechts één leerling in groep 8 een havo-advies krijgt.” 

Volgens Newton wordt de gelegenheid onderbenut om middels ruimtelijke planning scheefstand te repareren of in de toekomst te voorkomen. “Terwijl toenemende ongelijkheid samenlevingen echt in de problemen kan brengen.” Bijvoorbeeld doordat groeiende frustraties onder minderbedeelde groepen leiden tot maatschappelijke onrust en instabiliteit. Of doordat bij gebrek aan een bepaald type arbeid de economische motor hapert. “Een middenklasse die zich het lot niet aantrekt van de poetsvrouwen die hun huizen komen schoonmaken, snijdt zichzelf in de vingers.” Wanneer die middenklasse investeert in minder aantrekkelijke wijken, lopen groepen met lage inkomens het risico te worden weggedrukt. “De kans om vooruit te komen gaat weer aan ze voorbij.”

Ook Van Ham acht de inbreng van ruimtelijke knowhow in sociaalmaatschappelijke besluitvorming onmisbaar. Hij vreest dat ogenschijnlijk duurzaam beleid nieuwe tweedelingen kan veroorzaken als het plan-technisch niet goed wordt uitgewerkt. “Wanneer bijvoorbeeld een heel lage parkeernorm voor een nieuwe wijk voor gemengde inkomensgroepen wordt gehanteerd en de parkeerplekken alleen aan de koopwoningen in het hoge segment worden toegekend.” Of wanneer stadscentra uitlaatgasvrij worden verklaard en er een situatie ontstaat waarin al het op benzine en diesel rijdend vrachtverkeer zich aan de randen van de stad verzamelt. “Gaan emissievrije binnensteden onbedoeld grotere verschillen in het welzijns- en gezondheidsniveau van rijk en arm veroorzaken?
 

Meer informatie

Van Eesteren Fellowship:

Book publication:

MOOC:

Ommuring van een residentieel project met woningen voor hogere inkomens in Sint-Jans-Molenbeek te Brussel. Vertaling: 'Knip hier uit om uw bourgeois interieurs te verfraaien…’ (Foto: C. Newton)