Een ecosysteemperspectief op circulariteit

Nieuws - 13 januari 2021

De overgang maken naar een circulaire economie is zo complex en vol met onderlinge afhankelijkheden dat geen enkele onderneming of individu dit alleen kan bereiken. In zijn proefschrift stelt Jan Konietzko dan ook voor dat er een collectieve aanpak nodig is om er te komen: bedrijfsinnovatie vanuit een ecosysteemperspectief.

Een kloof overbruggen

Aan het begin van zijn doctoraatsreis werd Konietzko geconfronteerd met een theorie-praktijkleemte in het onderzoek naar duurzame innovatie, die wijst op een kloof tussen wat academici onderzoeken en bespreken, en wat praktijkmensen denken en doen in de echte wereld. Maar toen las hij een boek genaamd Engaged Scholarship van organisatiewetenschapper Andrew van de Ven dat een belangrijke inspiratiebron voor zijn onderzoek werd. 

"Het is een boek over hoe onderzoekers veel meer betrokken kunnen of zelfs moeten zijn bij verschillende stakeholders die relevant zijn voor hun onderzoek, in plaats van de hele dag in een kamer te zitten en literatuur te lezen", aldus Konietzko. Het inspireerde hem om iets te doen dat zowel theoretisch gegrond als rigoureus was, maar tegelijkertijd ook nuttig voor beoefenaars. Daarover later meer.

Lees de thesis van Jan Konietzko:

Wat bedoel je met ecosysteem?

Het ecosysteem is een gemeenschappelijke analogie geworden om de complexe, dynamische en onderling afhankelijke interacties van organisaties in de loop van de tijd te beschrijven. In zijn proefschrift definieert Konietzko een ecosysteem als een geheel van actoren - producenten, leveranciers, dienstverleners, eindgebruikers, regelgevers, maatschappelijke organisaties - die bijdragen aan een collectief resultaat. “De klassieke manier waarop bedrijven opereren”, zei hij, “is dat ze nadenken over hun product of dienst en hoe ze daarmee op de markt kunnen concurreren. Maar een ecosysteemperspectief vraagt meer hoe het past in een groter systeem.”

Neem bijvoorbeeld e-mobiliteit. Het traditionele bedrijfsmodel is dat een bedrijf een auto verkoopt. Maar nu ontstaan er nieuwe bedrijven die zich afvragen: hoe passen we dat in een stedelijk mobiliteitssysteem? Dit perspectief houdt dan rekening met zaken die verder gaan dan het voertuig zelf, zoals de beschikbaarheid van oplaadpunten en de mogelijkheid tot mobiliteitsdeling voor individuen of organisaties. "Je moet anders denken over hoe je zaken doet, want je kunt je autoproductie niet zomaar verticaal integreren en vervolgens de auto’s verkopen", aldus Konietzko. "Je moet verschillende actoren met elkaar verbinden; je moet ervoor zorgen dat je technologie werkt met de andere technologie en dat het werkt met het gedrag of de activiteiten van andere organisaties".

Er is een heel dorp voor nodig

De Engelse uitdrukking ‘It takes a village’, betekent ongeveer: ‘we hebben een collectieve inspanning nodig om ons doel te bereiken’. Dit idee komt tot uiting in een van Konietzko's bevindingen die stelt dat circulariteit een collectief resultaat is in plaats van een resultaat van de manier waarop één organisatie zaken doet. Hij creëerde een praktisch instrument om bedrijven te helpen de verschillende elementen te zien die nodig zijn om de circulariteit te laten ontstaan. Het resultaat was het Circularity Deck, een set kaarten dat bedoeld is om een gemeenschappelijk begrip en een gemeenschappelijke taal voor circulaire economie strategieën te creëren.

Onderweg vonden Konietzko en twee collega-promovendi hun onderzoek complementair en bundelden hun krachten om circulaire strategieën te creëren. Terwijl Phil Brown's tool zich richtte op samenwerking voor circulaire georiënteerde innovatie, creëerde Brian Baldassarre een tool om de implementatie van circulaire business model-ideeën te vergemakkelijken. Samen heeft het team een aantal workshops uitgevoerd om studenten, ondernemers en organisaties te helpen hun ideeën in praktijk te brengen.

Wat betreft het Circularity Deck zegt Konietzko dat sinds hij het publiceerde enkele honderden mensen het hebben gebruikt en hij veel positieve feedback heeft gekregen. "Sommige bedrijven waarmee we hebben samengewerkt gebruiken het nu in hun duurzaamheidsverslagen en ze nemen het kader in hun strategieën over," zei hij. "Ik denk dat dit de aanvankelijke veronderstelling bevestigt dat als je iets ontwerpt dat makkelijk te gebruiken en toegankelijk is en dat ze het nuttig vinden, het dan werkt."

Bredere horizonten

Veel van de literatuur rond design voor duurzaamheid, zo concludeerde Konietzko, is gericht op losse, specifieke kwesties. Bij productontwerp gaat het erom hoe producten moeten veranderen. Bij bedrijfsmodellen ontwerpen ligt de focus op de verschuiving van het verkopen van producten naar het leveren van producten en diensten. En wat het supply chain-perspectief betreft, gaat het om omgekeerde logistiek, of hoe je het product weer uit het circuit krijgt. Maar volgens hem gaat het bij het ecosysteemperspectief echt om de vraag hoe deze dingen worden gedaan en hoe ze met elkaar verbonden zijn.

Dit ecosysteemperspectief voegt daar de notie aan toe dat andere actoren relevant zijn om verandering teweeg te brengen. Het verbreedt de blik om ervoor te zorgen dat de dingen niet over het hoofd worden gezien en bevordert meer samenwerking met de andere actoren. "Ik denk dat er sterke argumenten zijn voor duurzaamheid in het bedrijfsleven en ik denk dat bedrijven veel kunnen doen als ze de juiste strategische richting kiezen", aldus Konietzko. "Er is daar veel macht om verandering te brengen."

/* */