Voorkom discriminatie door design

Over antropometrie, inclusief ontwerp en het DINED platform

Nieuws - 28 oktober 2021

Lekker kunnen zitten in je stoel, dat lijkt heel vanzelfsprekend. Maar wat als je heel lang of kort bent of, zoals een steeds groter percentage van de Nederlandse beroepsbevolking, zwaarder dan je collega’s? Dan is dat helemaal niet zo vanzelfsprekend. Ontwerpers doen hun uiterste best om producten zo inclusief mogelijk te maken voor alle lichaamsmaten, maar hebben daar nog een hele kluif aan.

Producten worden over het algemeen zó gemaakt, dat zoveel mogelijk mensen er gebruik van kunnen maken. Als zoveel mogelijk mensen prettig kunnen zitten in een stoel, dan hoeft de fabrikant maar één versie te produceren. Ook voor achtbaanstoelen geldt: als zoveel mogelijk mensen veilig mee kunnen met de achtbaan, dan kan het pretpark meer kaartjes verkopen. Mensen met overgewicht vallen vaak buiten de boot in dit soort situaties. Studenten Daniëlle Klomp en David Vainer wilden daar iets aan doen met hun laatste project voor hun bacheloropleiding Industrieel Ontwerpen bij de TU Delft. “Voor mensen met overgewicht ontwerpen is best nog wel taboe,” vertelt Vainer. “Terwijl iedereen recht heeft om lekker te kunnen zitten. Ook voor deze groep moet je willen ontwerpen.” Vooral omdat afvallen niet voor iedereen een optie is, leerden de studenten. “Sommige mensen beseffen niet dat het veel meer is dan alleen veel eten en weinig bewegen,” vult Klomp aan. “Het probleem is dat mensen met overgewicht vaak worden buitengesloten. Voor mijn project las ik blogs van mensen met overgewicht, waar ze vertellen hoe zij een pretparkbezoek ervaren. Dan lees je over situaties waar iemand niet in het achtbaanstoeltje past en met een walk of shame aan de andere kant direct weer moet uitstappen. Terwijl iedereen natuurlijk van zo’n attractie moet kunnen genieten!”

De oplossing voor inclusief ontwerp ligt in het gebruiken van gegevens over de menselijke maat. Deze zogenaamde antropometrische gegevens kunnen door ontwerpers worden gebruikt om te zorgen dat producten zo goed mogelijk passen bij zoveel mogelijk verschillende lichaamsafmetingen. Het gratis DINED-platform van de faculteit Industrieel Ontwerpen stelt deze gegevens beschikbaar voor ontwerpers. “Maar voor mensen met overgewicht ontbreken vaak de gegevens die nodig zijn om een goed ontwerp voor hen te kunnen maken,” zegt Klomp. “Daarom zijn we in de onderzoeksfase begonnen met het afnemen van enquêtes bij een obesitaskliniek,” vult Vainer aan. “Daaruit bleek dat stigma eigenlijk het grootste probleem is, naast praktische problemen met vooral stoelen.” Niet alleen kantoorstoelen, ook bankjes in de publieke ruimte en wachtruimtes, achtbaanstoelen en allerlei andere zitgelegenheden moeten tegen het licht worden gehouden. Klomp en Vainer zijn daar op hun eigen manier mee aan de slag gegaan.

DINED is de antropometrische database van de faculteit Industrieel Ontwerpen van de TU Delft. Met de gratis informatie over de menselijke maat kunnen ontwerpers betere producten maken. Het online informatiesysteem wordt wereldwijd door 50.000 gebruikers ingezet voor inclusiever en mensgericht ontwerp. In 2014 werd het bekroond met de Nederlandse Dataprijs.

De tools van DINED variëren van tabellen met gemiddelden van diverse maten, zoals reikafstanden boven het hoofd en dijbeen- en heupomtrekken, tot 3D en 4D instrumenten en technieken. Met aanvullende hulpmiddelen kunnen lichaamsmaten met elkaar worden vergeleken (Profiler), kunnen 3D-modellen van menselijke modellen worden gegenereerd.

Lekker zitten in de achtbaan

Klomp onderzocht hoe stoelen in de achtbaan inclusiever kunnen worden ontworpen, omdat dit nu plekken zijn die geregeld worden vermeden door mensen met overgewicht. “Als ik met mijn ontwerp zo’n walk of shame zou kunnen voorkomen, zou ik dat wel heel mooi vinden.” Om dat te bereiken, moet niet alleen het zitvlak worden vergroot voor de passagier, maar vooral ook de wijze waarop de beugel sluit. “Ook lange mensen hebben vaak last van de beugel,” ontdekte Klomp. “Pretparken willen zoveel mogelijk mensen toegang kunnen geven tot de achtbaan, en maatwerk voor een kleine groep mensen is prijzig. Achtbaanontwerpers werken wereldwijd en hanteren overal hetzelfde regelement, waardoor uitsluiting gauw op de loer ligt. Ik ben maar één pretpark tegengekomen waar werd aangegeven dat de achtbanen geschikt waren voor een groter gewicht. Voor mijn project bekijk ik daarom hoe je bijvoorbeeld twee of vier stoelen zou kunnen aanpassen in plaats van de hele trein. Dan valt het mee met de meerprijs en zijn de bijzondere onderdelen ook eenvoudiger te vervangen. Als mijn product af is, hoop ik ook dat het niet overkomt als een ‘andere’ stoel in de achtbaan, maar juist heel vanzelfsprekend oogt.”

Fig. 1: Daniëlle Klomp ontdekte dat de beugel vaak het probleem is bij zittingen in de achtbaan. De zogenaamde ' big boy seat'  op de meest linker afbeelding is berekend op een gewicht van maximaal 150 kg, maar de persoon in het voorbeeld kan met 133 kg alsnog niet van de achtbaanrit genieten dor het ontwerp van de beugel.

Wachten bij de huisarts

Stigmatisering kan niet alleen de toegankelijkheid van een pretpark beperken, maar kan ook een drempel zijn om naar de dokter te gaan. Vainer: “Naar de dokter gaan is al niet leuk, maar al helemaal niet als je je afvraagt of je wel serieus wordt genomen. En als je dan ook nog eens niet gewoon in de wachtruimte kan zitten…” Uit de enquêtes bleek dat een groot deel van de respondenten problemen hebben met stoelen, bijvoorbeeld in wachtruimtes. Ook voor mindervaliden zijn dat soort generieke ruimtes vaak slecht toegankelijk. Daarom besloot Vainer om te werken aan een zitmeubel voor alle maten, een object dat ook op een station niet zou misstaan. “Ik heb meerdere ideeën getest, die ik met verschillende experts heb doorgesproken. Met een zitexpert, een fysiotherapeut, een meubelfabrikant, ontwerpers, een huisarts en zelf een gespecialiseerde verpleegkundige heb ik onderzocht waar mensen behoefte aan hebben. Dan is het nog best lastig om keuzes te maken. De gemiddelde zithoogte is bijvoorbeeld 45 cm van kniehoogte tot de grond, maar oudere mensen zitten graag wat hoger. Dat is weer niet comfortabel voor kortere mensen. Bij het ontwerpen draaide het continue om de vraag: welke maat kan ik pakken? Wie sluit je wel of niet buiten?” Die gedachtegang heeft geresulteerd in een flexibel zitmeubel, waarbij de rugleuning verstelbaar is en ook als armleuning kan worden gebruikt. Een golvend zitvlak zorgt voor verschillende zitdiepten, zodat de gebruiker zelf kan kiezen wat het meest comfortabel zit. “En ik wilde ook dat het circulair kon worden geproduceerd. Dat is gelukt, maar er hangt wel een aardig prijskaartje aan,” voegt Vainer toe. “Het gaat ook om het totaalplaatje: iedereen kan op deze bank lekker zitten, zonder stigma. Het belangrijkste doel is behaald.”

Fig. 2: Het zitmeubel van David Vainer is circulair te produceren en zit comfortabel voor iedereen. De rugleuning bestaat uit losse componenten die ook als armleuningen-op-maat kunnen worden gebruikt. De golvende ziting zorgt voor verschillende zitdiepten, zodat iederen zelf kan kiezen wat de fijnste plek is om te zitten.

De menselijke maat in de praktijk  die al zijn ontwikkeld?

Stigmatisering voorkomen is in de praktijk niet het enige waar een goed ontwerp aan moet voldoen. Ook zaken als veiligheid, materialisatie, duurzaamheid, zitcomfort en gezondheid zijn onderdeel van het programma van eisen. “Een goed ontwerp helpt om gezond te kunnen zitten. Gegevens over de menselijke maat uit DINED zijn een belangrijke bron om dat in de praktijk te realiseren,” vertelt Arnoud Vlieger. Hij is zowel hoofd productontwikkeling voor stoelen bij Ahrend als voorzitter van de normcommissie Kantoor- en Schoolmeubilair NEN. In zijn rol bij de normcommissie komt Vlieger het belang van de menselijke maat tegen. “De gegevens uit DINED laten duidelijk zien dat de Nederlandse beroepsbevolking een stuk langer is dan Europese collega’s. Daardoor moet bijvoorbeeld de rugleuning van een stoel langer zijn om comfortabel te kunnen zitten.” De gegevens uit DINED zijn gebruikt om aanvullende regelgeving te maken, zodat ontwerpen zo inclusief mogelijk worden gemaakt. “Als je de norm toepast, ontwerp je voor iedereen. Bij maatwerk dat buiten de norm valt, kunnen gespecialiseerde bedrijven bestaande stoelen aanpassen met specifieke componenten. Zo worden stoelen comfortabel voor iedereen,” concludeert Vlieger.

 

De Europese ‘CEN’ is de norm waar producten aan moeten voldoen, zodat een bepaalde kwaliteit kan worden gegarandeerd. Dat geeft wel een probleem in de ontwerppraktijk. De Nederlandse beroepsbevolking is namelijk een stuk langer dan de gemiddelde Europeaan. Aanvullend is door de industrie daarom de Nederlandse Praktijk Richtlijn gemaakt, de NPR 1813:2016. De neutrale data van DINED zijn gebruikt om de NPR te ontwikkelen. Nog steeds worden de Europese norm en de aanvullende NPR iedere vijf jaar, indien nodig, gereviseerd. Als de Nederlandse bevolking verandert en bijvoorbeeld gemiddeld langer of zwaarder wordt, dan veranderen de normen mee. Fabrikanten van stoelen passen daar vervolgens hun ontwerpen op aan.

Fig. 3: De Nederlandse Praktijk Richtlijn (groen) houdt rekening met de lichaamsmaten van de Nederlandse bevolking. Ten opzichte van Europese collega's (in blauw) zijn Nederlanders een stuk langer. Bijvoorbeeld de rugleuning (g) moet een stuk langer zijn om hetzelfde zitcomfort te kunnen garanderen.

Ontwerpen voor iedereen

Zo inclusief mogelijk ontwerpen vraagt om producten die op maat kunnen worden ingesteld. Tegelijkertijd wil niemand graag in een hokje worden weggezet. Dat is de belangrijkste realisatie van student David Vainer: “Iemand met overgewicht wil niet altijd op de grootste stoel hoeven zitten, dat werkt juist stigmatiserend. Als je echt inclusief meubilair wil ontwerpen, moet je iets maken wat door alle mensen op dezelfde manier kan worden gebruikt. Alles wat anders moet zijn, geeft schaamte. Als ontwerper moet je creatief nadenken en buiten de lijntjes kleuren om dat te voorkomen. Stel jezelf de vraag: wat kunnen mensen met mijn product, als mijn product niet voor hen is gemaakt?” Met de middelen van DINED kunnen producten in ieder geval niet alleen zo veel mogelijk op maat worden gemaakt, maar ook worden getest. Klomp schetst een voorbeeld: “Voor een ander project ontwierp ik een soort helm, die moest goed op je hoofd blijven zitten. Met de mannequin-functie van DINED kon ik het ontwerp in 3D virtueel op iemands hoofd zetten en testen, dat was anders niet gelukt.”

Maten voor de toekomst

Arnoud Vlieger ziet nog meer mogelijkheden voor het inzetten van de menselijke maat in ontwerp. “DINED geeft harde data, maar juist de zachte waardes daartussen zijn belangrijk voor kwaliteit. Zeker bij kantoorstoelen wordt nog gedacht aan de ouderwetse kantoren met typemachines en 60.000 werkplekken, waar werknemers de hele dag op hun kantoorstoel zitten. Terwijl de nieuwe realiteit van het werk is dat mensen veel vaker thuis werken. Op kantoor komen ze samen om te overleggen, steeds vaker informeel: staand met een kop koffie, op een poef of bank, in huiselijke stijl. Als het op kantoor vooral draait om gezondheid en je prettig voelen, hoe koppel je dan menselijke afmetingen aan producten?”

Hij ziet dan ook kansen om databases voor designers zoals DINED uit te breiden met informatie over menselijke gezondheid, zoals de behoefte aan daglicht, frisse lucht en een goede doorbloeding. “Met zulke informatie kunnen we betere producten ontwikkelen die niet alleen goed zitten, maar ook actief bijdragen aan een goede gezondheid.” In de tussentijd wordt DINED continue geüpdatet met nieuwe datasets, zodat ontwerpers ook voor de mens van nu de juiste maatvoering kunnen gebruiken. Klomp en Vainer ronden hun bachelor af en nemen het belang van de menselijke maat mee richting hun vervolgstudies, respectievelijk de master Integrated Product Design en een schakelsemester gericht op Biomedical Engineering. Vainer: “Ik ga kijken of het bevalt om iets anders te doen, maar net als bij mijn studie Industrieel Ontwerpen en DINED blijft de focus op de mens centraal staan.”

Daniëlle Klomp

  • Student Bachelor Industrial Design Engineering

David Vainer

  • Student Bachelor Industrial Design Engineering

/* */