Jaco van der Velde

Manager Finance

Sinds mijn burn-out – van nog voordat ik bij EWI werkte trouwens – reflecteer ik eigenlijk wel wekelijks op hoe het met me gaat. Ik stel me dan de vragen als 'ben ik te druk?', of 'voel ik me gehaast?'. Ik heb geleerd dat ik bij het zoeken naar een antwoord op dat soort vragen echt naar mijn lichaam en hoofd moet luisteren. Spanning en stress gaan in je lichaam zitten, dus als je te veel op je bord hebt, dan merk je dat in je lichaam en tussen je oren. Misschien is daarom één van mijn favoriete methoden om te ontspannen dan ook wel hardlopen – een fysieke activiteit. Daar neem ik hoe dan ook de tijd voor, of ik nou druk ben of niet. En nu we sinds corona ook steeds vaker thuiswerken, plan ik die momenten wanneer ze mij het beste uitkomen. Bijvoorbeeld op dinsdagochtend. Het is natuurlijk helemaal geen probleem om dan even een uurtje te sporten, als je daarna een uurtje langer doorwerkt. Tot slot, en misschien is dit wel minstens zo belangrijk: ik probeer sinds mijn burn-out e-mailen in de avond of in de weekenden echt te voorkomen. Als ik het samen zou vatten: ik ga veel bewuster om met wat mijn werktijden zijn, en wat mijn vrije tijd is. Genoeg slaap, genoeg rust en genoeg beweging vullen dat aan, maar het begint met duidelijke regels voor mijzelf.

Natuurlijk zijn er periodes waarin ik echt even meer moet werken, en ook langer dan 40 uur per week. Ik werk in Finance, dus het afmaken van de begroting is zo'n periode waarin er even behoorlijk wat meer werkdruk is. En dat is geen probleem, dat hoort erbij, mits daar tegenover staat dat we na de drukke periode weer gewoon normaal te werk kunnen gaan. Dat moet heel duidelijk met elkaar in balans zijn. Stiekem vind ik het trouwens ook wel leuk om een korte en beperkte periode harder te werken – ik vind mijn werk ook gewoon leuk, zeker op een plek zoals EWI: er liggen hier zoveel kansen, en ons werk heeft zoveel impact op de sturing van de faculteit. Maar dat is natuurlijk ook de valkuil.

Ik woon op Goeree-Overflakkee, dus als ik naar huis ga dan moet ik of over een brug, of over een sluis, en ik merk dat dat steeds meer een hele duidelijke grens wordt voor waar mijn werk begint, en waar mijn werk eindigt. Als ik het water ben overgestoken dan voel ik me in één keer thuiskomen, en glijdt het werk als het ware van me af. Mijn gedachten zijn dan niet meer bij werk, maar bij mijn gezin. Ik begeleid bijvoorbeeld het voetbalteam van mijn zoon – dan bereid ik alvast de training voor.

Het gekke is, is dat mijn burn-out me totaal overviel terwijl ik het echt had kunnen zien aankomen. Ik was in de periode vlak voor mijn uitval thuis net zo gehaast als op werk, het hardlopen schoot erbij in en ook mijn vrouw vroeg me steeds vaker of ik niet te druk was op mijn werk. En toch bleef ik maar doorgaan, tot het opeens niet meer ging. Dus terwijl ik het ontzettend belangrijk vind dat we eerlijker gaan zijn tegenover elkaar met hoe het écht gaat, is het vooral heel belangrijk om eerst eerlijk te gaan zijn tegenover jezelf. Door soms echt te herkennen en erkennen dat je werkdruk te hoog is. En dan is het vervolgens ontzettend belangrijk dat dit goed wordt opgepakt door je werkomgeving – eerlijk gezegd heb ik zelf helaas ondervonden wat er gebeurt als die steun er niet volledig is vanuit het werk. Ik ben daarom gaan zoeken naar een coach, met wie ik trouwens nog steeds regelmatig afspraken heb – en alhoewel de TU Delft me daar natuurlijk in steunt, zouden we wat mij betreft die steun ook veel meer aan elkaar moeten geven. Vooral leidinggevenden hebben daarin een hele belangrijke rol: het is ontzettend belangrijk dat je een vinger aan de pols houdt bij je eigen medewerkers. En dan bedoel ik niet eens per jaar tijdens een R&O vragen hoe het gaat met de ander, maar regelmatig de tijd nemen om elkaars situatie te bespreken. Wat dat betreft kunnen én moeten we als organisatie nog hele grote stappen zetten.

/* */